Het gesprek over vrouwen in het mannenvoetbal krijgt nieuw vuur nu twee oud-internationals uit het hockey, Naomi van As en Ellen Hoog, hun blik op Sarina Wiegman delen. In hun podcast bij Sportnieuws.nl stellen ze dat de huidige bondscoach van de Engelse vrouwen klaar is voor een stap naar het mannenvoetbal. Volgens hen heeft Wiegman het profiel, de ervaring en de persoonlijkheid om die drempel te slechten.
Ajax als volgende stap?
In de podcast wordt hardop gefantaseerd over haar volgende baan. Van As zegt zonder omweg dat hoofdcoach van Ajax een prachtige volgende stap zou zijn. Het is een prikkelende gedachte: een topclub met een internationale uitstraling en een selectie vol jonge talenten onder leiding van een van de meest succesvolle coaches in het vrouwenvoetbal.
Hoog tempert die optie meteen. Niet omdat Wiegman het niet zou kunnen, maar omdat ze denkt dat de timing en de context niet kloppen. Volgens haar past die sprong nu niet bij Wiegman, en zal de bondscoach er zelf ook niet voor voelen om midden in een project in te stappen bij een club die onder een vergrootglas ligt. Daarbij komt dat Ajax traditioneel kiest voor trainers die al binnen de club werken of een directe link met de Eredivisie hebben.
Doorbraak in mannenvoetbal: kan Wiegman het gezicht worden?
De bredere vraag blijft overeind: komt er op korte termijn een vrouw aan het roer bij een mannenteam op topniveau? Hoog vindt van wel, en als iemand het kan, is het volgens haar Wiegman. Ze wijst op het voorbeeld uit het hockey, waar vrouwelijke coaches al jaren succesvol zijn met mannenteams. Die vergelijking is interessant: hockey liet eerder los dat geslacht bepalend is voor gezag en expertise. Voetbal is conservatiever, maar beweegt dezelfde kant op.
Ook in het voetbal zijn de eerste stappen gezet. In Frankrijk leidde Corinne Diacre enkele seizoenen een profclub in de Ligue 2. In Italië nam Carolina Morace ooit kortstondig een mannenteam onder haar hoede. Daarnaast zijn er in stafposities, zoals performance en analyse, steeds meer vrouwen actief bij mannenteams. Het is geen verre toekomstmuziek meer, maar een verschuiving die gaande is.
Waarom Wiegman het profiel heeft
Wiegman brengt een uitzonderlijke staat van dienst mee. Als speelster was ze jarenlang een gezicht van het Nederlandse vrouwenvoetbal. Als coach groeide ze uit tot een internationale referentie. Met Oranje veroverde ze het Europees kampioenschap in 2017. Later herhaalde ze dat kunststuk met Engeland door in 2022 de titel te pakken in een uitverkocht Wembley. Onder haar leiding haalden Nederland (2019) en Engeland (2023) ook de finale van het WK. Ze werd meerdere keren bekroond als coach van het jaar.
Wat haar onderscheidt, is niet alleen het winnen van prijzen, maar de manier waarop haar teams spelen. Duidelijke principes, veel aandacht voor detail en een open, moderne leiderschapsstijl die spelers verantwoordelijkheid geeft. Spelers omschrijven haar vaak als duidelijk, eerlijk en consistent. Die eigenschappen zijn niet gebonden aan mannen- of vrouwenvoetbal. Ze zijn universeel.
Weerstand, verwachtingen en media
Een overstap naar het mannenvoetbal gaat ongetwijfeld gepaard met weerstand. Niet altijd vanuit de kleedkamer, maar zeker vanuit de buitenwereld. De publieke druk is groot, en het geduld klein als resultaten uitblijven. Die dynamiek is bij topclubs nog extremer. Elke wissel en elk interview wordt gewogen. Wiegman is mediabestendig en gewend aan druk, maar de stap zou toch een nieuwe laag van aandacht en kritiek meebrengen.
Daar staat tegenover dat de voetbalwereld behoefte heeft aan frisse perspectieven. Clubs zoeken vaker naar trainers die kunnen bouwen aan cultuur, structuur en ontwikkeling van spelers. Precies op die punten heeft Wiegman haar reputatie gevestigd. Een club die voorbij de reflex durft te kijken, kan in haar een strategische voorsprong zien.
Is Ajax realistisch of symbolisch?
Ajax komt in dit gesprek als symbool naar voren: de topclub die ooit vernieuwing omarmde en jong talent kansen gaf. De realiteit is dat een benoeming van Wiegman bij een club als Ajax niet één-op-één voor de hand ligt. Contractuele verplichtingen, internationale doelen met Engeland en het clubbeleid spelen mee. Bovendien is de Eredivisie een competitie waar clubs vaak terugvallen op bekende namen uit het eigen netwerk.
Toch is het belangrijk dat zulke opties genoemd worden. Ze normaliseren het idee, laten zien dat expertise leidend zou moeten zijn en geen labels. Mocht het ergens gebeuren, dan is het waarschijnlijk bij een club met een duidelijke visie, die bereid is om door te zetten bij tegenwind en de trainer de tijd gunt om haar aanpak te verankeren.
Wat zeggen Van As en Hoog tussen de regels?
Van As’ suggestie is gedurfd: haal het grootste coachingtalent van dit moment naar een topclub in het mannenvoetbal. Hoog legt de vinger op de zere plek: zulk soort stappen moeten kloppen qua timing, context en draagvlak. Beiden erkennen dat Wiegman de capaciteiten heeft. De discussie draait dus niet om de vraag of ze het kan, maar vooral om waar en wanneer het bij haar past – en of een club het lef toont om het te doen.
Het grotere plaatje: meer vrouwen in leidende rollen
De afgelopen jaren is de doorstroom van vrouwen in het voetbal versneld. Scheidsrechter Stephanie Frappart floot op EK’s en WK’s bij de mannen. In technische en medische staven zijn vrouwen niet langer uitzonderingen. Opleidingen, zoals de UEFA Pro-licentie, staan al lang open op basis van kwaliteit en niet op basis van geslacht. De stap naar een vrouwelijke hoofdcoach bij een mannenteam op hoog niveau lijkt daarmee geen kwestie van óf, maar vooral van wanneer en waar.
Vooruitblik
Voor nu ligt Wiegmans focus op Engeland, met toernooien en kwalificatiereeksen die om de hoek liggen. Dat sluit de deur naar een clubbaan op korte termijn niet per se, maar maakt het wel minder waarschijnlijk. Ondertussen blijft het gesprek over haar toekomst relevant. Hoe vaker namen als die van Wiegman genoemd worden bij topclubs, hoe normaler het wordt. En hoe dichter de dag dat de eerste vrouw in het moderne topvoetbal een mannenselectie leidt.
Of dat bij Ajax gebeurt of elders, is nog open. Wat vaststaat: de drempel wordt lager, de argumenten vóór zijn sterker dan ooit, en de blik van de voetbalwereld is opengaan. Als er iemand is die de sprong geloofwaardig kan maken, dan is het Sarina Wiegman. Niet als statement, maar omdat haar werk en resultaten daar simpelweg om vragen.
Kern: Van As en Hoog zien Wiegman als de logische kandidaat om de grens tussen vrouwen- en mannenvoetbal te doorbreken. Ajax is een prikkelende gedachte, maar niet per se de realistische volgende stap. De trend is ingezet, de voorbeelden stapelen zich op, en de vraag is niet langer of het kan – maar wie de eerste club is die het durft.








