Ajax krijgt stevige kritiek op de samenwerking met Vitakruid, het supplementenmerk dat recent werd gepresenteerd als Official Nutrition Supplier. De overeenkomst levert vragen op bij artsen en wetenschapsjournalisten, en NRC onderzocht de achtergrond van het bedrijf en de gemaakte claims. De kern van de kritiek: bij gezondheidsvoordelen van supplementen is alleen ruimte voor wat aantoonbaar bewezen is, en daar gaat het volgens kenners vaak mis.
Wat houdt de deal precies in?
Vitakruid gaat Ajax voorzien van supplementen die speciaal voor de club worden samengesteld. De bedoeling is om spelers, staf en mogelijk ook de jeugdopleiding toegang te geven tot producten die moeten aansluiten op de sportieve doelen van de club. Ajax koppelde de deal aan extra expertise op het gebied van sportvoeding. Zo benadrukte hoofd topsport Martijn Redegeld, zelf sportvoedingsdeskundige, dat de club hiermee denkt te kunnen profiteren van kennis en producten die passen bij de eigen prestatievisie.
De aanpak past in een bredere ontwikkeling binnen de topsport, waarin clubs hun voedingsprogramma’s professionaliseren en vaker externe partners inschakelen. Supplementen maken daar soms deel van uit, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van tekorten of specifieke wedstrijdschema’s. De vraag is alleen hoe ver dat moet gaan en wat werkelijk aantoonbaar helpt.
Kritiek uit medische en wetenschappelijke hoek
Juist die vraag leidt tot stevige reacties. Meerdere experts plaatsen vraagtekens bij het imago en de manier van claimen van Vitakruid. Huisarts en oud-voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij Nico Terpstra noemde het bedrijf op sociale media omstreden en waarschuwde voor agressieve supplementenmarketing. In dezelfde lijn schreef wetenschapsjournalist Adriaan ter Braack (bekend als Sjamadriaan) dat het merk via een partnership met een topclub legitimiteit probeert te verkrijgen die het volgens hem inhoudelijk niet verdient.
De ondertoon van die kritiek: een topclub heeft een groot en gezond imago en kan daarmee onbedoeld een stempel van betrouwbaarheid geven aan producten waarvan de meerwaarde niet of nauwelijks is bewezen. Dat schuurt, vinden deze deskundigen, zeker in een markt waar regels rond gezondheidsclaims streng zijn.
NRC legt de bedrijfspraktijken onder de loep
NRC dook in eerdere uitingen van Vitakruid en stuitte op voorbeelden waar het bedrijf is teruggefloten. Zo werden producten – soms via influencers – aangeprezen met beweringen die volgens toezichthouders niet zijn toegestaan. Een voorbeeld is een collageenproduct dat werd neergezet als goed voor sterke gewrichten en bindweefsel. Zulke gezondheidsclaims zijn in de Europese Unie alleen toegestaan als er hard wetenschappelijk bewijs is en de claim is goedgekeurd. Dat was hier niet het geval.
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft Vitakruid, net als ketens als Kruidvat en Holland & Barrett, eerder beboet wegens misleiding rond collageen. Teksten op de website zijn nadien aangepast, maar volgens de NVWA blijft het niet toegestaan te suggereren dat er een optimale dosering is die tot een bepaald effect leidt als er geen erkende, bewezen claim bestaat. Met andere woorden: als de werking niet officieel is vastgesteld, kun je ook geen dosering koppelen aan een beloofd resultaat.
Het illustreert de spanning in de supplementenwereld: de markt groeit snel en is commercieel aantrekkelijk, maar de ruimte voor gezondheidsclaims is beperkt en streng gereguleerd. Wie toch te ver gaat, riskeert sancties en reputatieschade.
Wat zeggen wetenschappers over nut van supplementen in het voetbal?
Renger Witkamp, hoogleraar voedingsbiologie aan Wageningen University & Research, begrijpt commercieel waarom een merk de band zoekt met een topclub. Een club als Ajax straalt gezondheid en topsport uit, en die uitstraling is voor een supplementenbedrijf waardevol. Wetenschappelijk gezien is het beeld genuanceerder. Volgens Witkamp is er weinig basis voor het idee dat voetballers standaard een breed pakket aan supplementen nodig hebben. Voetbal is minder extreem qua belasting dan bijvoorbeeld wielrennen, en met een goed samengesteld voedingspatroon kom je vaak al ver. Supplementen kunnen nuttig zijn bij specifieke tekorten of situaties, maar vormen geen wondermiddel.
Dat is een belangrijke nuance in de publieke discussie: het gebruik van supplementen is niet per definitie onzin, maar de lat ligt hoog voor wat je mag beloven. En wat voor de ene sport of atleet werkt, is niet automatisch relevant of bewezen voor een hele selectie.
Waarom kiest Ajax toch voor deze route?
Voor clubs spelen meerdere motieven. Financiële voorwaarden en merkfit tellen mee, maar ook de wens om elk detail rond prestaties te optimaliseren. In de topsport draait het vaak om procenten, en partnerschappen met voedingsexperts of supplementenleveranciers worden gezien als een manier om die kleine winst te boeken. Ajax presenteerde de samenwerking dan ook als een stap die extra kennis en maatwerk toevoegt aan de bestaande voedingsstructuur.
Tegelijkertijd is er een reputatierisico als de partner onderwerp is van discussies over claims of marketing. Juist daarom pleiten experts voor transparantie: welke producten worden gebruikt, op basis van welke evidence, en wie houdt toezicht op de toepassing in de praktijk? Duidelijke richtlijnen en interne controle – bijvoorbeeld door clubartsen en onafhankelijke specialisten – zijn dan essentieel.
Ook een bredere trend in het voetbal
Ajax is niet de enige club die met supplementenleveranciers samenwerkt. Eerder gingen ook andere Nederlandse topclubs in zee met vergelijkbare partijen. Dat maakt de discussie breder dan één sponsorcontract. De vraag wat je als club wel en niet moet willen aan gezondheidsclaims en marketing zal vaker terugkomen, zeker nu commerciële en sportieve belangen zo nauw vervlochten zijn.
Daar komt bij dat de toezichthouder de markt scherp blijft volgen. Waar claims de wet overschrijden, kunnen boetes volgen. Dat zorgt voor een spanningsveld: bedrijven willen zich onderscheiden en hun producten laten opvallen, terwijl de juridische en wetenschappelijke kaders daar duidelijke grenzen aan stellen.
Wat betekent dit voor spelers en fans?
Voor spelers verandert op korte termijn waarschijnlijk weinig: clubartsen en performance-staf bepalen welke middelen wel of niet worden ingezet, en dat gebeurt doorgaans op basis van bloedwaarden, trainingsbelasting en individuele behoefte. Fans zullen vooral de vraag stellen wat de club precies omarmt en hoe hard de beloften zijn die rond producten worden gedaan. Heldere communicatie helpt: uitleggen waarom je ergens voor kiest, wat het doel is en waar de grens ligt tussen marketing en bewezen effect.
Vooruitblik
De komende tijd zal blijken hoe Ajax en Vitakruid de samenwerking concreet invullen en communiceren. Als de club inzet op transparantie en zorgvuldig medisch toezicht, kan de keuze intern werkbaar zijn zonder onnodige controverse. Tegelijk blijft de buitenwereld kritisch toekijken, zeker zolang discussies over collageen en gezondheidsclaims hoog op de agenda staan. De les voor clubs en merken is helder: prestaties verkoopt, maar vertrouwen ook – en dat vraagt om strikte naleving van wetgeving, eerlijke formuleringen en bewijs dat de belofte de praktijk kan waarmaken.
Kortom: commercieel is de deal logisch, sportief valt de winst nog te bewijzen, en juridisch liggen de marges vast. Dat maakt de samenwerking tussen Ajax en Vitakruid nu al een testcase voor hoe topsport en supplementenmarketing in Nederland samen kunnen – of moeten – optrekken.








