De woorden van presentator Rob Kamphues in De Oranjewinter hebben vrijdagavond voor veel opschudding gezorgd. Aan tafel zei hij dat hij het “heel goed” en zelfs “heerlijk” vindt dat er in Nederland wordt neergekeken op PVV-politici en hun achterban. De opmerking zorgde direct voor spanning in de studio en leverde online een golf aan reacties op.
Aanleiding: een zoektocht naar werk
Het gesprek ontstond naar aanleiding van een bericht van Fleur Agema, die op sociale media liet weten dat zij op zoek is naar werk. Dat leidde tot een breder debat aan tafel over de positie van (ex-)PVV’ers op de arbeidsmarkt. Politiek commentator Victor Vlam stelde dat veel PVV’ers te maken hebben met een stigma. Volgens hem worden zij geregeld buitengesloten en is het voor hen lastig om aan een baan te komen, puur vanwege hun politieke achtergrond.
Kamphues reageerde scherp. Hij betoogde dat werkgevers in sommige gevallen bewust een afweging maken en dat hij dat “logisch” vindt. In zijn ogen hebben verschillende PVV-politici “slecht werk” geleverd tijdens hun tijd in de regering, en kan dat voor bedrijven een reden zijn om voorzichtig te zijn met het aannemen van oud-politici of medewerkers met die achtergrond. Daarmee legde hij de nadruk op prestaties en reputatie, en minder op de vraag of het om discriminatie gaat.
Uitspraken die de vlam in de pan deden slaan
De sfeer kantelde toen Vlam opmerkte dat er op PVV’ers wordt neergekeken. Kamphues antwoordde daarop: “Heel goed. Lekker. Heerlijk.” Die woorden vielen bij de andere tafelgasten slecht. Presentatrice Hélène Hendriks greep in en vroeg hem recht op de man af waarom hij het “fijn” zou vinden dat er op PVV’ers wordt neergekeken. Volgens Kamphues ging het om “weldenkende mensen” die niets met de PVV te maken willen hebben, maar die nuancering nam de spanning niet weg.
Hendriks wees hem op de gevolgen van zo’n houding: daarmee zet je ook een grote groep kiezers weg als minderwaardig. Ook Rutger Castricum liet blijken dat hij moeite had met de formulering. De tafel schoof zichtbaar ongemakkelijk, en Kamphues nam deels gas terug. Neerkijken is “niet goed”, zo zei hij, maar hij hield vol dat bedrijven gerechtvaardigde redenen kunnen hebben om ex-PVV’ers links te laten liggen. Over Agema wilde hij een uitzondering maken, maar over anderen was hij hard: een aanzienlijk deel zou je volgens hem “niet in je bedrijf willen hebben”.
Is het discriminatie of een zakelijke afweging?
Daarmee verschoof het gesprek naar de kernvraag: waar ligt de grens tussen discriminatie en een zakelijke keuze? Vlam vond het onacceptabel om mensen te weigeren vanwege hun politieke kleur. Hij legde Kamphues een denkbeeldige spiegel voor: als een werkgever iemand van GroenLinks-PvdA zou afwijzen om die reden, zou dat toch ook niet kunnen? Volgens Vlam is er sprake van een dubbele standaard als politieke voorkeur bij de één wel en bij de ander niet mag meewegen.
Kamphues bestreed dat er sprake is van discriminatie. Hij vond dat Vlam met bewijzen moest komen voor die stelling. Vlam hield vol dat er genoeg voorbeelden zijn en zei dat Kamphues niet goed geïnformeerd is over dit onderwerp. Het gesprek werd grimmig en strandde zonder echte toenadering. De meningsverschillen bleven recht overeind, en het publiek kreeg twee botsende perspectieven voorgeschoteld: de bescherming van politieke overtuiging tegenover de vrijheid van een werkgever om te kiezen op basis van reputatie en prestaties.
Reuring buiten de studio
De commotie bleef niet beperkt tot de studio. Op sociale media werd de discussie snel opgepikt. Geert Wilders reageerde op X met een foto van Kamphues en de korte tekst: “Foute man.” Dat bericht trok veel aandacht en zorgde voor nieuwe golfjes debat. De reacties liepen uiteen: van kijkers die Kamphues’ kritiek op de PVV waarderen tot mensen die vinden dat hij een grote groep kiezers stigmatiseert. De uitzending van De Oranjewinter staat bekend om de scherpe randjes, maar deze keer raakte het gesprek aan een gevoelige maatschappelijke snaar.
De grotere vraag: politieke voorkeur op de werkvloer
Onder de discussie ligt een bredere vraag die vaker opspeelt: wat mag en kan een werkgever meewegen wanneer het gaat om politieke voorkeur? In de praktijk worstelen organisaties hiermee. Enerzijds is er de wens om werknemers te beoordelen op vaardigheden, prestaties en gedrag. Anderzijds spelen reputatie, teamdynamiek en waarden van een bedrijf ook een rol. Tussen die principes zit spanning, zeker als iemands politieke standpunten sterk polariseren of haaks staan op wat een organisatie wil uitdragen.
Dat maakt dit debat lastig. Sommige kijkers zullen vinden dat persoonlijke politieke keuzes privé zijn en niet thuishoren in een sollicitatiegesprek. Anderen wijzen erop dat publieke functies, stevige uitspraken of beleid in het verleden wel degelijk meespelen in hoe iemand professioneel wordt beoordeeld. De uitzending liet zien dat die grens niet scherp is en dat redelijke mensen het daarover oneens kunnen zijn.
Waarom dit zoveel losmaakt
De felheid van de reacties laat zien hoe gevoelig het onderwerp is. De PVV haalde bij recente verkiezingen veel stemmen en is voor een grote groep kiezers een serieuze vertegenwoordiger van hun zorgen en wensen. Wie hard uithaalt naar PVV’ers, raakt dus ook een fors deel van het electoraat. Tegelijk voelen anderen zich juist ongemakkelijk bij standpunten of uitspraken die met de PVV worden geassocieerd. De botsing tussen die werelden kwam aan tafel in een paar zinnen samen.
Voor televisiemakers is dat spanningsveld bekend terrein. Gesprekken die beginnen met een nieuwsfeit – zoals het bericht van Agema – kunnen snel veranderen in een debat over waarden, normen en de grenzen van respect. De rol van de presentator en de tafelgasten is dan om ruimte te geven aan verschillende meningen, maar ook om door te vragen als uitspraken te ver gaan. Dat gebeurde hier zichtbaar, met Hendriks die het gesprek probeerde bij te sturen en met tafelgenoten die hun ongemak uitspraken.
Wat blijft hangen
Uiteindelijk blijft vooral de scherpe formulering van Kamphues hangen en de directe tegenspraak die hij aan tafel kreeg. De korte online reactie van Wilders gaf het verhaal nog een extra lading. Feit is dat de discussie over politieke voorkeur en werk vermoedelijk niet snel verdwijnt. Werkgevers en politici, maar ook kijkers en kiezers, zullen zich blijven afvragen waar de grens ligt tussen vrije keuze en uitsluiting.
De Oranjewinter wilde een gesprek voeren over de nasleep van een politieke loopbaan. Het werd een debat over de omgangsvormen in een verdeeld landschap. Of er later nog een verzoenend vervolg komt, is onzeker. Voor nu heeft de uitzending vooral duidelijk gemaakt hoe snel een enkele zin kan uitgroeien tot een landelijke discussie – en hoe belangrijk het is om zorgvuldig te spreken als het over grote groepen mensen gaat.








