De politieke discussie over Box 3 is opnieuw opgelaaid nu de VVD heeft ingestemd met het blijven belasten van zogenoemd fictief rendement. Critici spreken van een onrechtvaardige maatregel die spaarders en kleine beleggers raakt, omdat belasting wordt geheven over een veronderstelde opbrengst en niet over het werkelijke resultaat. Forum voor Democratie (FVD) gaat daar fel tegenin en verwijt de VVD dat de praktijk haaks staat op eerdere verkiezingsbeloften over “rust in je portemonnee”.
Achtergrond: wat is box 3 en fictief rendement?
Box 3 is de categorie in de inkomstenbelasting waarin het vermogen wordt belast, zoals spaargeld, beleggingen en een tweede woning. In de huidige opzet rekent de Belastingdienst niet af op wat iemand daadwerkelijk verdient aan rente of koerswinst, maar op een verondersteld rendement. Dat heet het fictief rendement. Het percentage verschilt per soort vermogen en wordt jaarlijks vastgesteld. Daardoor kan het gebeuren dat iemand die weinig of zelfs negatief rendement behaalt, toch belasting betaalt over een hogere, veronderstelde opbrengst.
Een eenvoudig voorbeeld maakt dat duidelijk. Stel dat het veronderstelde rendement 4% is, terwijl de feitelijke opbrengst op een spaarrekening 1% bedraagt of zelfs negatief uitvalt door kosten of marktschommelingen. Dan wordt de belasting toch berekend op basis van die 4%. De aanpak is ooit ingevoerd om de uitvoering te vereenvoudigen en discussies over individuele beleggingsresultaten te voorkomen. Maar sinds het zogenoemde kerstarrest van de Hoge Raad in 2021 staat de legitimiteit ervan onder druk. Die uitspraak oordeelde dat de toenmalige systematiek onrechtvaardig kon uitpakken, wat leidde tot aanpassingen en een tijdelijke regeling. Een definitieve, op werkelijk rendement gebaseerde heffing staat al enige tijd op de politieke agenda, maar de invoering is herhaaldelijk uitgesteld.
Kritiek en verdedigingslijnen
Tegenstanders van de fictieve rendementheffing noemen het principieel onjuist om belasting te vragen over winst die niet is behaald. Zij stellen dat het eigendomsrecht onder druk komt te staan en dat de heffing vooral huishoudens treft die sparen voor later, bijvoorbeeld aanvullend pensioen of de studie van kinderen. Ook voeren zij aan dat het stelsel willekeurig kan zijn in jaren met lage spaarrentes of tegenvallende beurskoersen, terwijl de aanslag toch uitgaat van hogere, veronderstelde opbrengsten.
Voorstanders wijzen er doorgaans op dat de overheid zekerheid en eenvoud in de uitvoering nodig heeft, en dat vermogen structureel moet worden belast om de belastingdruk eerlijk te verdelen tussen arbeid en kapitaal. Zolang een nauwkeurige, uitvoerbare heffing op werkelijk rendement nog niet haalbaar is, zien zij de fictieve benadering als een werkbare tussenstap. Bovendien speelt het budgettaire belang een rol: aanpassingen in Box 3 hebben direct gevolgen voor de inkomsten van de staat en daarmee voor financiering van publieke uitgaven.
Politieke reacties en campagneboodschappen
Het besluit van de VVD om met de huidige opzet mee te gaan, stuit bij een deel van de achterban en bij oppositiepartijen op fel verzet. FVD plaatst op X (voorheen Twitter) een scherpe vergelijking: de belofte “rust in je portemonnee” uit campagnetijd tegenover “fictieve winst belasten” in de praktijk. Volgens de partij laat de VVD hiermee vooral kleine beleggers, spaarders en ondernemers vallen. Ook spreken critici van een koerswijziging – de VVD zou pragmatisch meebuigen in coalitieafspraken, terwijl het liberale uitgangspunt van eigendomsbescherming en lage lasten uit zicht raakt.
In de bredere politieke arena loopt de scheidslijn langs bekende breukvlakken: partijen die pleiten voor lagere lasten op vermogen en een snelle overstap naar werkelijk rendement, tegenover partijen die het huidige pad als noodzakelijk tussenstation zien. Ondertussen beklonken media en opinieplatforms de verschillen in frames en toon. Het platform achter de felle kritiek op de VVD roept lezers op tot steun en zet de heffing neer als symbool van wat zij “onrechtvaardige” belastingpolitiek noemen. Het illustreert hoe belastingen niet alleen technische wetgeving zijn, maar ook brandstof voor politieke profilering en mobilisatie.
Gevolgen voor spaarders en kleine beleggers
De impact van de fictieve rendementheffing verschilt sterk per situatie. Wie voornamelijk spaargeld heeft, kan in jaren met lage rentes relatief zwaar voelen dat er toch van een hoger verondersteld rendement wordt uitgegaan. Voor huishoudens met gemengde portefeuilles (bijvoorbeeld een combinatie van spaargeld, beleggingsfondsen en een tweede woning) tellen de veronderstelde rendementen per vermogenscategorie op. Daardoor kan de uiteindelijke aanslag hoger of lager uitvallen dan de feitelijke opbrengst over dat jaar. Wie recent verlies leed op de beurs of waardedaling op vastgoed zag, kan het extra schrijnend vinden om toch belasting te betalen over een positieve aanname.
Juist daarom klinkt in de samenleving en bij fiscalisten de roep om maatwerk of een systeem dat dichter tegen werkelijke resultaten aanleunt. Daar zitten praktische haken en ogen aan: de Belastingdienst zou veel meer gegevens moeten verwerken, burgers en banken moeten meer rapporteren en discussies over wat nu precies “werkelijk rendement” is (inclusief ongerealiseerde koerswinsten) liggen op de loer. Toch groeit de druk om tot een rechtvaardiger en stabieler eindmodel te komen dat voorspelbaar is voor spaarders en beleggers, en uitvoerbaar blijft voor de Belastingdienst.
Hoe nu verder?
Het politieke streven blijft een Box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement. De uitwerking daarvan is complex en kost tijd. Zolang die omslag niet is gemaakt, zal de discussie over fictief rendement blijven voortduren. Rechtszaken en bezwaren uit het verleden werken nog na, terwijl belangengroepen en oppositiepartijen het onderwerp op de agenda houden. In de Kamer gaat het debat zowel over de principiële rechtvaardigheid als over praktische uitvoerbaarheid en de budgettaire gevolgen van aanpassingen.
In de tussentijd doen belastingplichtigen er goed aan zich te verdiepen in de regels rondom vermogensmixen, vrijstellingen en toerekening van schulden. Fiscaal advies kan helpen om onaangename verrassingen te voorkomen en legaal binnen de regels te optimaliseren. Daarnaast blijft het verstandig om de politieke besluitvorming te volgen, zeker nu er opnieuw stevige kritiek klinkt en partijen in aanloop naar verkiezingsmomenten hun profielen aanscherpen.
Kortom: de spanning tussen eenvoud, uitvoerbaarheid en rechtvaardigheid staat in Box 3 onverminderd centraal. Met de nieuwe ronde kritiek op het fictieve rendement neemt de druk toe om door te pakken richting een systeem dat beter aansluit op de werkelijkheid. Of en wanneer die omslag precies komt, hangt af van politiek draagvlak, technische haalbaarheid en de bereidheid om de uitvoering grondig te hervormen. Tot die tijd zal de discussie fel blijven, zeker nu tegenstanders de maatregel framen als belasting op winst die niet is behaald, en voorstanders het zien als noodzakelijke tussenoplossing in een weerbarstig dossier.









