Jorrit Bergsma zorgde in Milaan voor een van de opvallendste olympische zeges van dit schaatsseizoen. De veertigjarige routinier won de massastart met een vroege aanval en hield het daarna solo vol tot de finish. Zijn slimme zet leverde hem olympisch goud op, maar riep in eigen land ook direct discussie op over de waarde van deze titel in verhouding tot individuele afstanden.
De race: vroege aanval en volhouden
Al in de beginfase van de zestien ronden koos Bergsma voor de aanval. De Nederlander kreeg de Deen Viktor Hald Thorup mee en samen sloegen ze snel een flink gat. Halverwege de koers lag het duo al bijna een halve baan voor op het peloton. In de groep daarachter, waar meerdere favorieten zaten, bleef men te lang naar elkaar kijken. De jacht kwam pas laat echt op gang en toen was het gaatje te groot. In de slotfase reed Bergsma zijn metgezel los en soleerde hij naar de finish. Het peloton kwam te laat en moest toezien hoe de Nederlander zijn kans perfect benutte.
Die aanpak past bij de aard van de massastart. De koers draait niet alleen om pure snelheid, maar ook om durf, timing en het lezen van het moment. Door vroeg te gaan, dwong Bergsma de rest in de reactiestand. De aarzeling in het peloton bleek achteraf fataal.
‘Slim verdiend’, maar met een kanttekening
Oud-topschaatser Erben Wennemars prees de zege als knap en verdiend, maar plaatste er wel een nuance bij. Volgens hem won Bergsma vooral door zijn slimheid en sluwheid, minder door het klassieke beeld van ‘de sterkste is de winnaar’. Wennemars benadrukte dat de medaille hem absoluut toekomt, maar dat hij persoonlijk meer waarde hecht aan prestaties op individuele afstanden, waar het draait om rondetijden en wie het hardst rijdt tegen de klok.
Die voorkeur is niet nieuw in het schaatswereldje. Het langebaanschaatsen is van oudsher een individuele tijdritsport, en veel puristen zien dat nog altijd als de zuiverste vorm: twee rijders op de baan, een klok, geen bochtenwerk met tegenstanders en geen duw- en trekwerk. In die redenering is de massastart een andere discipline, met andere wetten.
Tegenreactie: dit is topsport anno nu
Verslaggever Jeroen Stekelenburg vond dat die kanttekening niet mag klinken als het kleineren van het olympische onderdeel. Hij wees erop dat dit soort koersverloop in de wielersport bijna dagelijks gebeurt: een vroege ontsnapping, een peloton dat te laat reageert en een slimme winnaar. Volgens hem hoort dat net zo goed bij moderne topsport en is er niets ‘gestolen’ aan zo’n zege. De prestatie van Bergsma is in die optiek juist een schoolvoorbeeld van race-inzicht en lef.
Wennemars benadrukte daarop dat hij het onderdeel niet wil bagatelliseren, maar dat een persoonlijke smaak nu eenmaal mag. Hij verwees naar de tien kilometer van deze Spelen, waarop Bergsma brons pakte, als een bijna magisch stukje vakmanschap: een individueel nummer waarin alles klopte en waarop hij met pure inhoud en regelmaat het podium haalde.
Schouten: individueel goud telt doorgaans iets zwaarder
Ook Irene Schouten, zelf olympisch kampioene op zowel de massastart als individuele afstanden, herkent het spanningsveld. Ze vindt dat op individuele afstanden de beste doorgaans boven komt drijven, omdat de stopwatch geen discussie laat. Bij de massastart speelt meer mee: positionering, ploegenspel, het ontwijken van valpartijen en soms simpelweg pech. Veel rijders voelen daarom dat individueel goud net wat hoger gewaardeerd wordt, hoe belangrijk de massastart ook is geworden binnen het programma.
Tegelijk onderstreept Schouten dat Bergsma precies deed wat moest: het koersverloop lezen, het juiste moment prikken en dan zonder twijfelen doorzetten. Ze wijst erop dat juist die vaardigheid – controle houden in de chaos – het verschil maakt in dit onderdeel.
Bergsma’s evolutie: minder pieksnelheid, meer koersintelligentie
Wennemars merkte op dat Bergsma niet meer het ongekende topniveau van enkele jaren geleden haalt in termen van pure snelheid. Maar op zijn veertigste compenseert hij dat met andere wapens: koersgevoel, zuinige slag, slimme positionering en het lef om een vroege move te wagen als de situatie daarom vraagt. In Milaan viel alles op zijn plek. Het resultaat is niet alleen goud, maar ook een voorbeeld voor jongere rijders over hoe je met ervaring en tactiek wedstrijden kunt winnen.
Die ontwikkeling past bij Bergsma’s loopbaan. Hij bouwde zijn reputatie op in de langste afstanden en in ritme rijden tegen de klok. De laatste jaren heeft hij laten zien ook in een onvoorspelbare koers als de massastart het verschil te kunnen maken, juist door het spel goed te lezen.
Wat maakt de massastart anders?
De massastart is pas sinds 2018 olympisch en verschilt wezenlijk van de klassieke langebaan. Alle rijders starten tegelijk, er zijn tussensprints met punten en het is toegestaan om elkaars lijnen op te zoeken – binnen de regels. Ploegen kunnen samenwerken, rijders kunnen gaten dichtrijden of juist blokkeren, en een valpartij ligt altijd op de loer. Daardoor is het koersbeeld grillig en kunnen kansen ineens kantelen. Wie wint, is niet altijd de snelste op papier, maar vaak degene die het juiste plan heeft en dat zonder aarzelen uitvoert.
In Milaan werkten die factoren in het voordeel van Bergsma. De vroege vlucht dwong het peloton tot keuzes. Toen de achtervolging eenmaal laat en rommelig op gang kwam, was de marge voldoende. De winst was daarmee een optelsom van inhoud, timing en vaste hand.
Gevolgen voor TeamNL en het toernooi
De overwinning onderstreept de breedte van het Nederlandse schaatsen. Dat een veertigjarige olympisch goud pakt in zo’n nerveuze discipline is uitzonderlijk en inspirerend voor de hele ploeg. Tegelijk is het een signaal aan de concurrentie: laat je niet verrassen. Voor TeamNL bevestigt het dat meerdere sporen werken in de massastart: soms wachten op de eindsprint, soms juist vroeg breken als de situatie daar rijp voor is.
Voor Bergsma zelf vergroot dit goud zijn status nog verder. Met daarnaast de recente bronzen plak op de tien kilometer laat hij zien op meerdere fronten mee te doen. De combinatie van ervaring en uithoudingsvermogen maakt hem, ook op deze leeftijd, tot een factor om rekening mee te houden zolang hij op het ijs staat.
Conclusie en vooruitblik
De zege van Jorrit Bergsma op de massastart was een meesterzet: op tijd wegrijden, volhouden en profiteren van twijfel in het peloton. Het leverde een verdiend olympisch goud op en ontketende tegelijk de oude discussie in het schaatsen: wat weegt zwaarder, koerslist of pure rondetijd? De waarheid ligt ergens in het midden. De massastart vraagt om lef en slimheid, de individuele afstanden om zuivere snelheid en constantheid. Beide vormen horen inmiddels bij de sport en leveren elk hun eigen helden op.
Voor nu blijft vooral dit overeind: Bergsma koos zijn moment, pakte zijn kans en maakte het koel af. In een olympische finale is dat precies wat kampioenen doen.








