Feyenoord beleeft een seizoen dat niet wil vlammen. De Rotterdammers staan nog altijd stevig tweede in de Eredivisie, maar op het veld oogt het stroef en wisselvallig. De teleurstelling na het bezoek aan FC Volendam illustreert dat gevoel: weinig tempo, weinig overtuiging en een gelijkspel dat meer vragen opriep dan antwoorden gaf.
Kritiek Van Hanegem: weinig lijn, weinig vooruitgang
Clubicoon Willem van Hanegem spaarde zijn oud-ploeg niet. Volgens hem zit er al maanden te weinig logica en intensiteit in het spel. Hij erkende dat scheidsrechter Allard Lindhout een discutabele rol speelde en dat Ayase Ueda een strafschop had kunnen krijgen, maar die momenten mogen de kern niet verhullen: het voetbal zelf geeft weinig reden tot optimisme. In zijn ogen is het gat met PSV, dat veel consistenter presteert, nog lang niet gedicht en zijn er te weinig aanknopingspunten dat dit op korte termijn verandert.
Zijn analyse werd extra scherp door de context van de tegenstander. FC Volendam, dit seizoen vooral bezig met overleven, hield opvallend eenvoudig stand. Trainer Rick Kruys verloor dit jaargang thuis niet van PSV, Ajax én Feyenoord, en tegen de Rotterdammers hoefde zijn ploeg niet eens briljant te zijn om een resultaat te halen. Dat tekent het gebrek aan dwingend vermogen bij de titelhouder van vorig jaar.
Studio Sport-analyse: apathie en te weinig urgentie
Ook analist Leonne Stentler was kritisch. Zij vond dat Volendam de beste kansen had en wellicht het meeste recht had op de overwinning. Wat haar vooral stoorde: de traagheid in de omschakeling en het ontbreken van echte felheid. Volendam mocht vaak rustig combineren zonder dat Feyenoord vol druk zette. Alleen Jakub Moder viel in positieve zin op door zijn loopvermogen, met Oussama Targhalline er kort achter. Het algemene beeld was er echter één van te weinig gif bij een ploeg die juist vol voor plek twee zou moeten strijden.
Dat oordeel komt hard aan, maar het sluit aan bij wat vaker zichtbaar is geweest dit seizoen. Feyenoord domineert periodes in wedstrijden, maar laat de tegenstander vervolgens te makkelijk terugkomen, of mist net het laatste tikje scherpte in de eindfase. Daardoor glippen punten weg tegen ploegen die met compact verdedigen en snelle uitbraken genoegen nemen.
Blessures en wisselingen helpen niet, maar zijn geen excuus
Er is zonder meer sprake geweest van personele problemen. Spelers die ritme misten, jongens die net terugkwamen van blessures en een elftal dat in de winter door nieuwe puzzelstukjes opnieuw in balans moest komen. Toch weerspreekt de praktijk de gedachte dat het alleen daaraan ligt. Stentler wees terecht op de eerdere nederlaag tegen NEC (2-4), in een fase waarin Feyenoord juist meer spelers beschikbaar had. Dat bemoeilijkt de neiging om alle zorgen aan de absentielijst op te hangen.
Het grootste gemis lijkt collectief van aard: het kielzog van vorig seizoen – toen Feyenoord met hoge intensiteit en vaste patronen doorging – is niet in dezelfde mate vastgehouden. Drukmomenten komen niet altijd synchroon, de opbouw kent meer fouten en het rendement in de zestien is grilliger. Als de pressing niet perfect staat, valt ook de restverdediging sneller open en moet de ploeg lopen repareren in plaats van vooruit te verdedigen.
De lat van PSV en de kloof in stabiliteit
PSV heeft de competitie dit seizoen met een hoog basistempo en efficiëntie naar zich toegetrokken. Wie daar dichtbij wil blijven, moet week in, week uit leveren. Feyenoord was in fases ijzersterk, maar liet ook te vaak punten liggen in wedstrijden die vorig seizoen waarschijnlijk wel werden beslist. Het onderstreept dat de marges aan de top klein zijn. Een middag zoals in Volendam – traag, slordig, weinig creatief – kost meteen geloofwaardigheid richting een titelrace, nu en straks.
Tegelijkertijd staat Feyenoord nog altijd tweede, een positie die directe Europese kansen waarborgt en de basis legt voor doorontwikkeling. Het verschil met PSV is vooral de voorspelbaarheid in prestaties: de Eindhovenaren leveren vaker een zeven of hoger; Feyenoord wisselt te gemakkelijk tussen een negen en een vijf.
NEC komt eraan: serieuze test voor veerkracht
De timing van de volgende tegenstander maakt alles nog relevanter. Feyenoord gaat “uit” tegen NEC, een ploeg die dit seizoen juist indruk maakt met een herkenbaar plan, lef aan de bal en slimme loopacties tussen de linies. NEC is de verrassing van de Eredivisie, schopte het tot de bekerfinale en won eerder in De Kuip met 2-4. Dat was geen toevalstreffer, maar het gevolg van een duidelijk strijdplan en een sterke organisatie.
Leonne Stentler verwacht daarom een zware middag voor de Rotterdammers. Op basis van het huidige spelbeeld zou NEC Feyenoord “opvreten”: druk op de bal, snel in de omschakeling en opportunistisch waar het kan. Voor Feyenoord is het de uitgelezen kans om te laten zien dat de lessen uit Volendam zijn geleerd. Een overtuigende teamprestatie – met tempo, compactheid en agressie – is noodzakelijk om de twijfel te doorbreken.
Wat moet er nu anders?
Een paar speerpunten dringen zich op. Eén: het tempo aan de bal moet omhoog, zeker tegen laag blokkerende teams. Vroeg verticaliseren, sneller combineren, en meer diepgang zonder bal om linies te breken. Twee: de pressing moet weer een wapen worden. Dat begint bij het eerste drukmoment van de spits, maar valt of staat met het doordekken daarachter. Druk is pas druk als het collectief tegelijk opschuift. Drie: meer rendement in de zestien. Ayase Ueda heeft baat bij voorzetten en lage cutbacks; het aantal bruikbare ballen moet omhoog, net als variatie in standaardsituaties.
Daarnaast helpt het om de passinglijnen richting de opbouwers te beveiligen. Minder risicovolle breedtes in eigen derde, meer duidelijke patronen in de uittrap en inworpen, en een rolverdeling waarbij één middenvelder zich expliciet aanbiedt tussen de centrale verdedigers om de eerste linie te breken. Dat geeft rust en controle – voorwaarden om verderop in het veld wel risico te nemen.
Druk op staf en spelers, maar ook kansen
Kritiek en onrust horen bij een topclub, zeker wanneer het vertoonde spel achterblijft bij de ambities. Trainer en staf weten dat, de spelers ook. Tegelijkertijd biedt dit slot van de competitie juist kansen om de toon voor volgend seizoen te zetten: tweede plek veiligstellen, een herkenbaar plan vasthouden en het publiek weer het gevoel geven dat er een elftal staat dat elke meter wil winnen. De kwaliteiten zijn er – van de energie van Moder tot de diepgang van de buitenspelers en de afmaker in Ueda – maar ze moeten vaker en langer in wedstrijden samenkomen.
Conclusie: woorden omzetten in daden
Feyenoord zit in een fase waarin de marges klein zijn en de kritiek groot. Van Hanegem en Stentler raken een gevoelige snaar: het ontbreekt te vaak aan lijn en overtuiging. De arbitrage in Volendam en de gemiste penalty voor Ueda zijn bijzaken geworden doordat het spel zelf geen houvast bood. Dat kan en moet anders. De uitwedstrijd tegen NEC is daarbij een uitgelezen graadmeter. Win je daar met volwassen, agressief en georganiseerd voetbal, dan is de klad geen trend maar een waarschuwing geweest. Laat je opnieuw punten liggen, dan wordt het verhaal van een verloren seizoen steeds moeilijker te pareren.
De bal ligt bij Feyenoord. Minder praten, meer tempo. Minder excuses, meer vuile meters. Alleen zo krijgt de tweede plaats weer glans en komt de topvorm dichterbij die nodig is om volgend jaar wél echt met PSV te wedijveren.








