Wie de voorjaarsnota volgde, zag vooral miljarden en schuivende posten. Maar tussen al die cijfers zit ook een besluit dat direct aan de keukentafel voelbaar is: de plannen rond de bijstand. Het kabinet wil besparen door een nieuwe, actieve manier van helpen juist níét toe te passen op de algemene bijstand. Precies die keuze zorgt voor felle kritiek, van wetenschappers tot de Nationale ombudsman.
Waar het om draait
De bijstand is het vangnet voor wie met het huidige inkomen simpelweg niet rondkomt. Toch maken veel mensen die er recht op hebben er geen gebruik van. Volgens schattingen gaat het om zo’n 210.000 mensen en hun gezinnen. Dat zijn niet alleen mensen zonder werk. Denk ook aan werkenden met te weinig uren, mensen met wisselende inkomsten of gezinnen die verdwalen in regels, formulieren en voorwaarden.
Waarom veel mensen de bijstand mislopen
Het blijft niet-gebruik wordt vaak veroorzaakt door twee dingen: het stelsel is ingewikkeld, en er is angst. Onderzoek, onder meer door de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, laat zien dat veel mensen bang zijn voor fouten, controles en terugvorderingen. Anderen weten simpelweg niet dat ze in aanmerking komen. Bijvoorbeeld wie parttime werkt en op papier een inkomen heeft, maar per saldo te weinig overhoudt voor de vaste lasten.
De wet die dit moest oplossen
Om dat probleem aan te pakken ligt er een nieuwe wet klaar: de Wet proactieve dienstverlening. Het idee is eenvoudig. Overheden mogen straks gegevens makkelijker en veiliger uitwisselen met gemeenten. Zo kunnen gemeenten beter zien wie mogelijk recht heeft op ondersteuning en die mensen gericht benaderen. Denk aan het wijzen op een aanvulling op een te lage AOW, bepaalde arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en, zo was de gedachte, ook de algemene bijstand. Doel: minder mensen die onnodig zonder geld zitten waar ze wél recht op hebben.
Het kabinet zet de bijstand buiten spel
In de voorjaarsnota staat nu dat deze proactieve aanpak níet gaat gelden voor de algemene bijstand. Reden: geld. Het kabinet verwacht dat als gemeenten mensen actief gaan wijzen op de bijstand, meer mensen het vangnet gebruiken. Door dat níet mogelijk te maken, rekent het ministerie op een besparing van ongeveer 30 miljoen euro per jaar. Anders gezegd: door te gokken op niet-gebruik blijft er geld op de plank liggen. Precies dat stuit op weerstand.
Kritiek: verkeerd signaal en onzorgvuldig
Fatma Çapkurt, onderzoeker staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden, noemt het een verkeerd signaal. De overheid rekent er volgens haar op dat burgers geen gebruik maken van voorzieningen waar ze recht op hebben. Dat noemt ze onzorgvuldig beleid. Ze begrijpt dat bezuinigen soms nodig is, maar vindt deze besparing “over de rug” van mensen die al krap bij kas zitten. Een kleine tegenvaller kan voor deze groep direct grote gevolgen hebben.
Ombudsman: de allerarmsten worden geraakt
Nationale ombudsman Reinier van Zutphen gaat een stap verder. In een brief aan minister Aartsen (Werk en Participatie) waarschuwt hij dat dit besluit de allerarmsten direct treft. Het gaat volgens hem om mensen die keuzes maken op het niveau van “schoenen voor de kinderen of brood aan het einde van de week”. Gemeenten weten volgens de ombudsman via gegevens en signalen vaak wie kwetsbaar is en hoe zij die mensen kunnen bereiken. Als de bijstand wordt uitgezonderd, wordt die route nu juist afgesloten.
Waarom het ministerie toch snijdt
Het ministerie van Sociale Zaken bevestigt dat er minder geld gaat naar de proactieve dienstverlening. Daarmee ontbreekt het aan middelen om gegevensuitwisseling te regelen die extra gebruik van de bijstand mogelijk zou maken. De aanleiding ligt elders in het sociale domein: er is meer geld nodig voor WIA-aanvragen (uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid). Omdat het budget niet onbeperkt is, wordt er op andere plekken gekort. In dit geval valt de bijstand buiten de boot.
Volgens economen pakt dit duurder uit
Kritische economen noemen het een dure vergissing. Niet-gebruik houdt mensen onnodig in armoede, zegt Jasper van Dijk, onderzoeker bij het Instituut voor Politieke Economie. Armoede zorgt voor stress en die heeft gevolgen: meer ziekteverzuim, lagere productiviteit en sneller betalingsachterstanden. Wie vaste lasten niet kan bijbenen, komt eerder in de schulden. Dat drukt uiteindelijk zwaarder op de samenleving dan tijdig ondersteunen.
Schulden kosten de samenleving miljarden
Exact uitrekenen wat extra armoede door niet-gebruik kost, is lastig. Maar er zijn wel harde indicaties. Onderzoek naar problematische schulden schat de maatschappelijke kosten op minstens 8,5 miljard euro per jaar, bijna 1 procent van het bbp. Vroeg signaleren en actief wijzen op regelingen zoals de bijstand kan helpen om armoede en schulden te voorkomen of te beperken. Juist dat is het doel van proactieve dienstverlening.
De wet gaat door, maar niet voor iedereen
De Wet proactieve dienstverlening staat gepland om op 1 juli in te gaan, mits de Tweede Kamer later deze maand instemt. Als dat gebeurt, kunnen overheden en gemeenten de nieuwe aanpak wel inzetten voor andere regelingen. Bijvoorbeeld om mensen zonder volledige AOW te wijzen op een aanvulling. Maar de algemene bijstand blijft, in de huidige plannen, uitgesloten. Daardoor blijft een grote groep kwetsbare mensen afhankelijk van eigen kennis, durf en een flinke dosis doorzettingsvermogen.
Wat dit in de praktijk betekent
Van buitenaf lijkt het soms simpel: als je het niet redt, vraag je een uitkering aan. In de praktijk spelen schaamte, onzekerheid en ingewikkelde regels een grote rol. Zeker bij mensen met onregelmatige inkomsten of een situatie die niet netjes in een hokje past. Precies daar moest proactieve dienstverlening het verschil maken: eerder signaleren, gericht benaderen en helpen voordat iemand kopje-onder gaat. Door de bijstand uit te zonderen, vrezen critici dat juist de grootste groep met acute tekorten niet wordt bereikt.
En nu?
De komende weken zijn cruciaal. De Tweede Kamer bespreekt de wet en de keuze om de bijstand uit te zonderen. De politieke druk neemt toe, mede door kritische geluiden van onderzoekers, gemeenten en de ombudsman. De vraag is of er alsnog een meerderheid komt om de bijstand onder de proactieve aanpak te brengen. Als dat niet gebeurt, verandert er per 1 juli wél iets voor sommige regelingen, maar blijft het belangrijkste vangnet buiten beeld.
Samengevat: de wet die juist bedoeld is om mensen sneller te helpen, blijft voorlopig aan de rand van het bijstandsdebat staan. Gemeenten krijgen meer mogelijkheden om anderen te bereiken, maar niet de groep die vaak het hardst steun nodig heeft. Of daar nog een politieke draai aan komt, zal snel blijken.
Wat vind jij: moet de overheid actiever mensen wijzen op geld waar ze recht op hebben, of is dat vooral eigen verantwoordelijkheid? Deel je ervaring en mening via onze kanalen. We volgen de stemming in de Kamer en komen terug met updates zodra er nieuwe besluiten vallen.








