Nico Dijkshoorn ziet het Nederlands elftal deze zomer niet meedoen om de wereldtitel. In zijn column in Het Nieuwsblad zet de schrijver forse vraagtekens bij de vorm en het leiderschap binnen Oranje. Vooral aanvoerder Virgil van Dijk moet het ontgelden. Volgens Dijkshoorn is de verdediger niet de ongenaakbare leider die Nederland nodig heeft en kan dat Oranje al in de groepsfase opbreken.
De scepsis van Dijkshoorn staat haaks op het optimisme dat eerder deze week opdook. De Duitse econoom Joachim Klement, bekend van toernooimodellen die in het verleden vaker uitkwamen, voorspelde namelijk dat Nederland het WK van 2026 zou winnen. Die voorspelling is voer voor discussie, zeker nu de oefenwedstrijden van Oranje bij sommigen, onder wie Dijkshoorn, meer onrust dan vertrouwen hebben achtergelaten.
Twijfels over Oranjes kansen
Dijkshoorn baseert zijn sombere kijk vooral op recente indrukken. Hij wijst naar de twee laatste oefenduels van Oranje en naar de Champions League-wedstrijd tussen Paris Saint-Germain en Liverpool. Die wedstrijden gaven hem geen reden tot optimisme. In zijn analyse verwacht hij dat Nederland het al in de eerste ronde zwaar gaat krijgen tegen tegenstanders als Japan en Zweden, landen die bekendstaan om hun discipline en tempo. Het vertrouwen dat Oranje traditioneel meeneemt naar een groot toernooi, ziet hij nu niet terug in het spel en de uitstraling van de ploeg.
Voor Dijkshoorn is het simpel: als een elftal twijfelt, wordt elk foutje groter en elk doelpunt tegen zwaarder. En juist die kwetsbaarheid vreest hij bij deze selectie. Het is een boodschap die schuurt met het traditionele Oranje-optimisme, maar die volgens hem wel aansluit bij wat we de laatste maanden op het veld konden zien.
Kritiek op Virgil van Dijk
Centraal in zijn betoog staat Virgil van Dijk. De aanvoerder is voor Dijkshoorn hét symbool van wat er misgaat. Hij noemt de verdediger te zelfverzekerd in houding, terwijl zijn spel dat volgens hem niet altijd ondersteunt. Dijkshoorn verwijst daarbij expliciet naar Liverpool, waar de resultaten schommelden en Van Dijk volgens hem te vaak kwetsbaar oogde. Het idee: als je het achterin niet op slot krijgt en toch blijft uitstralen dat er niets aan de hand is, neemt de geloofwaardigheid af. En met die geloofwaardigheid ook het vertrouwen van de spelers om je heen.
Volgens Dijkshoorn wordt Van Dijk te vaak in de rug gelopen en ontbreekt het aan het zelfkritische vermogen om dat te erkennen en aan te pakken. In zijn zienswijze is dat gevaarlijk op een eindtoernooi, waar één slechte dag al fataal kan zijn. Zeker tegen ploegen die razendsnel omschakelen en compact verdedigen.
Memphis Depay ook onderwerp van discussie
Niet alleen Van Dijk krijgt er van langs. Ook Memphis Depay komt in de column nadrukkelijk voorbij. Dijkshoorn is kritisch op de fitheid en vorm van de aanvaller en zet vraagtekens bij zijn toegevoegde waarde op het allerhoogste niveau, zeker als hij uit een blessure komt. Hij schetst het beeld van een speler die veel wil, zich verbaal laat gelden, maar niet altijd levert wat de ploeg op dit moment nodig heeft: ritme, scherpte en rendement.
Daarin klinkt een bredere zorg door: kan Oranje het zich permitteren om te blijven leunen op grote namen, ook als die niet in topvorm zijn? Het is een klassieke toernooidilemma voor elke bondscoach. Status en ervaring wegen, maar vorm en fitheid bepalen vaak het verschil tussen doorgaan en sneuvelen in de groepsfase.
Koemans keuzes en de risico’s
Dijkshoorn stelt dat Ronald Koeman zijn ervaren krachten blijft beschermen. Hij begrijpt de reflex – leiders in de kleedkamer zijn goud waard – maar wijst op de keerzijde. Wie vasthoudt aan reputatie, loopt het risico vormsterke spelers te passeren die het elftal juist nu energie en diepgang kunnen geven. De bondscoach moet dus balanceren: continuïteit en hiërarchie tegenover frisheid en tempo.
Het is een evenwichtsoefening die ook in het verleden bepalend was voor Oranjes toernooien. Ploegen die pieken, hebben vaak een mix van ervaren steunpilaren en spelers in bloedvorm. Dat vraagt soms om lastige keuzes. En om het lef om ook een boegbeeld naar de bank te verwijzen als de situatie daarom vraagt.
Het model van Joachim Klement en de scepsis
De voorspelling van econoom Joachim Klement zorgt intussen voor een tegengeluid. Hij baseert zijn uitkomst op simulaties, historische data en waarschijnlijkheden. Eerdere grote toernooien voorspelden zijn modellen opvallend goed. Dat zet aan tot nadenken: zien we iets over het hoofd als we ons blindstaren op recente misstappen?
Dijkshoorn gelooft er niet in. In zijn woorden is zo’n voorspelling te abstract en te losgezongen van wat er nu op het veld gebeurt. Modellen houden zelden rekening met vormdipjes, leiderschap dat wiebelt of automatismen die nog niet staan. Zijn punt: voetbal wordt niet beslist in spreadsheets, maar in duels, loopacties en keuzes op snelheid.
Reacties en debat rond Oranje
Dat de meningen zo uiteenlopen, past bij de aanloop naar een eindtoernooi. De een ziet vooral kwaliteit in de selectie en wijst op de brede verdediging, een creatieve middenlinie en aanvallers die een wedstrijd in één moment kunnen kantelen. De ander, zoals Dijkshoorn, kijkt naar recente wedstrijden en ziet kwetsbaarheden die in een poule met georganiseerde tegenstanders genadeloos kunnen worden blootgelegd.
Feit is dat oefenduels zelden het laatste woord hebben. Ze leggen wel sterktes en zwaktes bloot en geven de staf handvatten om bij te sturen. De komende interlandperiode is daarom cruciaal: automatismen slijpen, standaardsituaties aanscherpen en helder krijgen wie in vorm is wanneer het er echt om gaat.
Wat betekent dit richting de zomer?
Voor Koeman en zijn staf ligt er werk. De defensieve organisatie moet staan en de opbouw moet zuiverder. Aanvallend is efficiëntie essentieel; op toernooien krijg je vaak minder kansen. De keuzes rond de rol van Van Dijk en de inzetbaarheid van Memphis worden daarbij hoekstenen. Dijkshoorn verwacht dat Oranje het lastig krijgt tegen landen als Japan of Zweden, en noemde ook teams als Tunesië en Noorwegen als gevaarlijke tegenstanders: fysiek sterk, tactisch gedisciplineerd en snel in de omschakeling.
Of het zo loopt, zal afhangen van scherpte en samenstelling. Een overtuigende start kan veel wantrouwen wegnemen. Een valse start voedt precies de zorgen die Dijkshoorn nu al uitspreekt. Het verschil tussen beide scenario’s is vaak klein, maar op dit niveau beslissend.
Conclusie
Dijkshoorn gelooft niet in een Oranje dat komende zomer meedoet om de wereldtitel. Hij ziet een team dat nog zoekende is en wijst vooral naar het leiderschap en de vorm van Virgil van Dijk, met daarnaast twijfels rond Memphis Depay. Zijn kritiek botst met de optimistische modeluitkomst van econoom Joachim Klement, die Nederland juist als toekomstige wereldkampioen ziet. Tussen die twee uitersten ligt de realiteit van de komende maanden: trainen, kiezen en groeien. Als Oranje daarin snel stappen zet, kan het verhaal kantelen. Doet het dat niet, dan wordt de groepsfase meteen de lakmoesproef — precies waar Dijkshoorn voor waarschuwt.








