De politieke verhoudingen zijn in korte tijd stevig verschoven. Nieuw onderzoek laat zien dat het vertrouwen in het kabinet onder leiding van Rob Jetten terugloopt. Vooral kiezers van de coalitie draaien af. Dat heeft direct gevolgen voor de peilingen, waarin D66 opvallend hard daalt. In dit stuk lees je wat de cijfers precies laten zien, waarom het vertrouwen zo wegglijdt en wat dit kan betekenen voor de komende maanden.
D66 zakt fors in de zetelpeilingen
De klap voor D66 is groot. Als er nu verkiezingen zouden zijn, zou de partij nog rond de 17 zetels halen. Dat is bijna een halvering ten opzichte van de 31 zetels die na de vorige verkiezingen binnenkwamen. De daling was al een tijdje zichtbaar, maar het tempo is de laatste maanden flink opgeschroefd. Dat zorgt voor onrust, niet alleen binnen de partij, maar ook in bredere politieke kring.
Een deel van de kiezers die eerder op D66 stemden, zoekt nu een alternatief. Vooral Progressief Nederland (PRO), de opvolger van GroenLinks-PvdA, pikt die kiezers op en staat in de peilingen op zo’n 24 zetels. D66 lijkt daarmee terrein te verliezen aan de linkerkant, terwijl het rechts weinig nieuwe aanhang weet te binden.
Vertrouwen in kabinet Jetten brokkelt af
Het is niet alleen D66 die onder druk staat. Het hele kabinet verliest draagvlak. In februari had nog 31 procent van de kiezers vertrouwen in het kabinet; inmiddels is dat gedaald naar 26 procent. Dat lijkt een kleine stap, maar politiek gezien is het veelbetekenend, zeker omdat de daling vooral zichtbaar is bij kiezers van de eigen coalitiepartijen.
Zo zakte het vertrouwen onder CDA-kiezers van 67 naar 57 procent. Bij VVD-kiezers ging het van 40 naar 31 procent. Zelfs bij D66, de partij van de premier, is een beweging omlaag te zien: van 81 naar 74 procent. Als een kabinet steun begint te verliezen in de eigen achterban, is dat vaak een signaal dat het lastig wordt om koersvast te blijven en resultaten te boeken.
Samenwerking met de oppositie ligt onder vuur
Een belangrijke oorzaak voor de dalende steun is de moeizame samenwerking met de oppositie. Volgens de peiling vindt 78 procent van de kiezers dat het kabinet er niet in slaagt om goed met andere partijen samen te werken. Zelfs onder coalitiekiezers zegt 71 procent dat dit beter moet.
De kritiek gaat twee kanten op. De coalitie krijgt het verwijt te stroperig, te zelfverzekerd of te polariserend te opereren. Tegelijkertijd zouden oppositiepartijen te weinig bereidheid tonen om mee te bewegen. Het resultaat: politieke stilstand, trage besluitvorming en plannen die in de Kamer vastlopen.
Asielbeleid als duidelijk breekpunt
Het asieldossier is het meest zichtbare strijdtoneel. Een voorstel om de regels aan te scherpen haalde de Eerste Kamer niet. Dat stuitte bij veel kiezers op onbegrip. Maar liefst 76 procent vindt dat het pakket eigenlijk had moeten worden aangenomen. Opvallend is dat zelfs een meerderheid van D66- en CDA-kiezers voor strengere maatregelen te porren is, mits de meest controversiële onderdelen – zoals het strafbaar stellen van hulp aan mensen zonder papieren – zouden vervallen.
Die uitkomst legt een pijnlijk spanningsveld bloot: partijen stemmen soms anders dan een flink deel van hun achterban verwacht. Dat vergroot de afstand tussen kiezer en politiek, en voedt het idee dat er in Den Haag te veel wordt vastgehouden aan partijlogica in plaats van aan haalbare compromissen.
Twijfel over daadkracht op grote dossiers
De zorgen beperken zich niet tot migratie. Ook het woningtekort, de hoge energiekosten en de overbelasting van het stroomnet staan hoog op de lijst van problemen waar kiezers snel verbetering willen zien. Het vertrouwen dat het kabinet daar op korte termijn echt verschil maakt, is laag. Slechts 12 procent van alle kiezers verwacht dat het aantal asielzoekers onder dit kabinet fors zal afnemen. Onder coalitiekiezers ligt dat iets hoger, op 20 procent, maar dat blijft beperkt.
Een uitzondering is het onderwerp overheidsfinanciën. Hier verwachten coalitiekiezers nog het meest dat het kabinet grip houdt en resultaten kan laten zien. Toch is dat voor veel kiezers niet genoeg om het bredere vertrouwen in de aanpak van de grote vraagstukken te herstellen.
Waarom D66 kiezers verliest
De positionering van D66 speelt een grote rol. Veel kiezers vinden dat de partij te veel richting de VVD is opgeschoven of zich te weinig onderscheidt van het VVD-beleid. Daarmee haakt een deel van de linkse achterban af en verhuist naar PRO. Tegelijk lukt het D66 nauwelijks om kiezers aan de rechterkant voor zich te winnen. De partij valt zo tussen wal en schip: te gematigd voor links, niet overtuigend genoeg voor rechts.
Dat verklaart ook het snelle tempo van de daling. In perioden van onzekerheid – en met veel dossiers die om knopen vragen – zoeken kiezers vaak partijen die helder profileren. Als die profilering ontbreekt of als de boodschap te diffuus voelt, kan de electorale uittocht snel gaan.
VVD en CDA: ogenschijnlijk stabiel, maar met vragen
Waar D66 zetels verliest, blijven VVD en CDA in de peilingen relatief stabiel. Dat betekent echter niet dat alles daar op rolletjes loopt. Binnen de VVD kalft het vertrouwen in partijleider Dilan Yeşilgöz onder eigen kiezers af: van 75 naar 61 procent sinds januari. Kiezers vinden haar koers soms moeilijk te duiden; ze zou te veel meebewegen met de waan van de dag, waardoor onduidelijk blijft waar de partij precies voor staat.
Op de achtergrond valt binnen de VVD steeds vaker de naam van Ruben Brekelmans als mogelijk alternatief. Dat zegt niet dat er direct een leiderswissel aankomt, maar het geeft wel aan dat er intern discussie is over richting en profiel. Het CDA ziet ondertussen dat de eigen leider, Henri Bontenbal, stevig wordt gewaardeerd, maar moet die waardering ook nog vertalen naar tastbare winst in de peilingen en zichtbare resultaten in beleid.
Leiders blijven persoonlijk redelijk populair
Opvallend is dat individuele politici bij hun eigen achterban nog altijd goed scoren. Rob Jetten wordt door D66-kiezers gezien als intelligent, rustig en benaderbaar. Henri Bontenbal krijgt binnen het CDA het stempel integer en verstandig. Zulke persoonlijke waardering helpt om de rust binnen partijen te bewaren, maar is niet automatisch genoeg om het algemene vertrouwen in het kabinetsbeleid op peil te houden.
Dat spanningsveld – een aardige politicus aan het roer, maar een kiezerspubliek dat resultaat verlangt – tekent deze politieke fase. Kiezers lijken minder ontvankelijk voor stijl of toon en des te gevoeliger voor concreet beleid dat verschil maakt in hun dagelijks leven.
Wat het kabinet nu moet laten zien
De cijfers schetsen een kabinet in een kwetsbare positie. Wil het tij keren, dan zijn drie dingen cruciaal. Ten eerste: prioriteren. Kies een paar dossiers – bijvoorbeeld woningbouw, energie en opvang – en lever daar snel zichtbaar resultaat. Ten tweede: werkbaarheid zoeken met de oppositie. Minder denken in blokken, meer in meerderheden per thema, en op tijd bijsturen als voorstellen vastlopen. Ten derde: duidelijk communiceren. Leg uit wat wel en niet kan, geef tijdspaden en wees eerlijk over obstakels.
Als het kabinet daarin slaagt, kan het vertrouwen herstellen. Niet in één klap, maar wel stap voor stap. Lukt dat niet, dan dreigt verdere afkalving van steun – eerst onder coalitiekiezers, daarna breder in het electoraat – met alle politieke risico’s van dien.
Mogelijke scenario’s voor de komende maanden
In het meest gunstige scenario weet het kabinet met een reeks haalbare compromissen toch wetten door de Eerste Kamer te krijgen, bijvoorbeeld rond opvang en versnelling van woningbouw. Dat kan de perceptie van stilstand doorbreken en de peilingen stabiliseren. In een minder gunstig scenario stapelen nederlagen zich op en neemt de druk intern toe. Dan komen discussie over leiderschap, koers en zelfs over de houdbaarheid van de samenwerking nadrukkelijker op tafel.
Voor D66 is de inzet dubbel. De partij moet laten zien waar zij zich inhoudelijk van andere partijen onderscheidt, en tegelijk trouw blijven aan de eigen kernwaarden. Slaagt D66 erin om die balans te vinden, dan is er ruimte voor herstel, zeker bij kiezers die nu uitwijken naar PRO maar inhoudelijk dicht bij D66 blijven.
Conclusie
De peiling maakt duidelijk dat het politieke landschap in beweging is en dat het kabinet-Jetten terrein verliest, vooral onder eigen kiezers. D66 voelt dat als eerste in de zetelpeiling, maar VVD en CDA zijn evenmin zonder zorgen. De sleutel ligt in zichtbare resultaten op een paar grote dossiers en in slimmer samenwerken met de oppositie. De komende maanden worden beslissend: of het kabinet weet de neerwaartse lijn te keren, of de twijfel groeit door. In beide gevallen zullen kiezers vooral kijken naar wat er echt verandert, niet naar wat er wordt beloofd.








