Het nieuwe kabinet onder leiding van premier Rob Jetten is nog maar net begonnen, maar de spanningen binnen de minderheidscoalitie van D66, VVD en CDA lopen snel op. In korte tijd zijn meerdere gevoelige dossiers ontspoord of vastgelopen. De afwijzing van de strengere asielwetten in de Eerste Kamer, de discussie over steun aan UNRWA, de onrust rond Gaza-evacuaties en onverwachte bochten in de begroting zorgen voor irritatie en wantrouwen. Tegelijk laat dit zien hoe kwetsbaar regeren met een minderheid is: elk besluit vraagt om losse meerderheden, strakkere afstemming en meer politieke souplesse dan tot nu toe zichtbaar is.
Barstjes in het coalitiehuwelijk
De eerste grote klap viel bij het asieldossier. De D66-fractie in de Eerste Kamer legde de bijl aan de plannen voor strengere toelatingsregels en opvang, waardoor de eigen coalitie in de problemen kwam. Voor CDA-vicepremier Bart van den Brink, die inzet op strakkere afspraken en uitvoering, was dit niet alleen een nederlaag op inhoud, maar ook een signaal dat onderling vertrouwen onder druk staat. Voor een minderheidskabinet is dat extra pijnlijk: zonder stevige interne afspraken en betrouwbare steun in de Senaat wordt elk traject een hindernisbaan.
De afwijzing werkt door in de planning voor de rest van het jaar. Het kabinet moet terug naar de tekentafel en tegelijk een nieuw draagvlak bouwen. Dat kost tijd, en juist die factor is schaars. Gemeenten kampen met volle opvanglocaties, uitvoeringsorganisaties met krappe capaciteit en burgers met zorgen over leefbaarheid en veiligheid. Elke vertraging vergroot de druk op andere keuzes, zoals verdeling van opvang over regio’s, versnelling van procedures en mogelijkheden om terugkeer te regelen.
Discussie over UNRWA en buitenlandbeleid
De spanningen beperken zich niet tot asiel. D66-minister Sjoerd Sjoerdsma (Ontwikkelingssamenwerking) ligt onder vuur vanwege extra steun aan UNRWA, het VN-agentschap voor Palestijnse vluchtelingen. Oppositiepartijen dachten heldere afspraken te hebben gemaakt om die steun voorlopig niet te verhogen. Kort na het veiligstellen van zijn begroting bleek er toch extra geld te gaan. Dat zette kwaad bloed bij zowel linkse als rechtse partijen, en ook binnen de coalitie werd gemord over de timing en uitleg.
Daarbovenop werkt Sjoerdsma met CDA-minister Tom Berendsen (Buitenlandse Zaken) aan opties voor nieuwe medische evacuaties van kinderen uit Gaza naar Nederland. De VVD staat daar sceptisch tegenover en wil eerst een duidelijker kader en garanties dat opvang en nazorg uitvoerbaar en veilig zijn. In eerdere rondes was het draagvlak in de Kamer wisselend, juist omdat het om een humanitair, maar ook politiek gevoelig onderwerp gaat. Voor een kabinet zonder vaste meerderheid maakt dat het vinden van steun extra ingewikkeld.
Het grotere plaatje op Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking is niet eenvoudiger geworden. De internationale context – oorlog in Oekraïne, spanningen in het Midden-Oosten, migratiedruk rond de EU-grenzen – vraagt om snelle, consistente keuzes. Toch is de margeruimte beperkt. Budgetten staan onder druk, uitvoerders hebben te maken met strengere regels, en iedere euro extra op het ene dossier vraagt om dekking elders. Dat legt de lat hoog voor intern overleg én voor overleg met de oppositie.
Bijsturen op de begroting wekt vragen
Nog geen drie weken na de presentatie van de Voorjaarsnota vroegen D66 en CDA om een geplande bezuiniging op de bijstand te schrappen. Dat verraste de oppositie en voedde het beeld dat het kabinet wankelt. Voorstanders van de draai wijzen erop dat nieuwe informatie en de politieke werkelijkheid in de Eerste Kamer om aanpassingen vroegen. Critici vinden dat de besluitvorming te rommelig oogt en burgers en gemeenten daarmee in onzekerheid blijven zitten.
Iedere aanpassing in de begroting heeft gevolgen: het geld moet ergens vandaan komen of later worden teruggehaald. Dat dwingt het kabinet om keuzes scherper te onderbouwen en tijdig alternatieven klaar te hebben. In een minderheidsconstructie zijn wisselmeerderheden de norm, maar die ontstaan alleen als de route helder is en het tempo beheersbaar blijft. Anders ligt stilstand op de loer, met reële gevolgen voor koopkracht, dienstverlening en vertrouwen.
Imago, uitvoering en onderlinge irritaties
Naast inhoudelijke wrijving speelt ook het beeld van bestuurlijke kwaliteit. In coalitie-appgroepen circuleren video’s van D66-minister Elanor Boekholt-O’Sullivan (Wonen), waarin zij bij Kamervragen zoekend oogt of te veel op ambtelijke teksten leunt. Zulke fragmenten, hoe klein ook, hebben impact op de perceptie van slagkracht en voorbereiding. Oppositiepartijen gebruiken ze om twijfel te zaaien over de aanpak van het woonbeleid, terwijl woningnood en doorlooptijden op vergunningen juist snelle en consistente aansturing vragen.
De sfeer knapt niet op door onderlinge prikjes tussen coalitiepartners. Toen VVD-minister Dilan Yesilgöz een duur bezoek bracht aan het marinefregat Zr.Ms. Evertsen, bekritiseerde CDA-fractievoorzitter Henri Bontenbal de kosten. Zijn reactie – “Zonde van het geld” – werd breed opgepikt. Op zichzelf is een stevige uitwisseling tussen coalitiepartijen niet ongebruikelijk, maar bij elkaar opgeteld voedt het de indruk van een kabinet dat vooral met zichzelf bezig is. Dat is precies het beeld dat een minderheidscoalitie moet vermijden als zij de Kamer wil overtuigen van haar koers.
Stikstof, asiel en zorg: de moeilijke maanden vooruit
De lastigste dossiers moeten nog komen. Op stikstof moet het kabinet duidelijkheid geven over ruimte voor landbouw, woningbouw en natuurherstel. Juridische kaders zijn streng, terwijl provincies en sectoren om maatwerk vragen. Zonder breed politiek draagvlak dreigt vertraging voor bouwprojecten en infrastructuur, met directe gevolgen voor de economie en de woningmarkt.
Ook het asieldossier komt terug op de agenda. Om nieuwe wetgeving door de Eerste Kamer te loodsen, moet het kabinet concessies doen of met een alternatief komen dat recht doet aan zowel rechtsstatelijke waarborgen als de zorgen over instroom en uitvoering. Dat betekent waarschijnlijk afspraken over snellere procedures, steviger terugkeer en eerlijkere verdeling van opvang, in combinatie met maatregelen om kansen op integratie en werk te verbeteren. Elke stap vraagt om een deal met partijen buiten de coalitie.
In de zorg staat VVD-minister Sophie Hermans voor een zware klus: het verhogen van het eigen risico naar 455 euro krijgt in de Eerste Kamer nog geen meerderheid. Voorstanders zien het als een manier om de zorg betaalbaar te houden. Tegenstanders vrezen dat zorg wordt uitgesteld door hogere kosten aan de voordeur. Zonder akkoord met oppositiepartijen is de kans klein dat dit plan overeind blijft. Het kabinet zal dus ofwel moeten bijsturen (bijvoorbeeld door gerichte compensatie) ofwel een bredere ruil zoeken over meerdere begrotingsposten.
Minderheidsregeren vraagt discipline en open deals
Premier Rob Jetten benadrukte onlangs dat kabinet en coalitie nog moeten wennen aan het werken als minderheidsregering. Dat is begrijpelijk, maar het geduld in en buiten Den Haag is niet eindeloos. Minderheidsregeren kan alleen slagen als drie dingen tegelijk kloppen: duidelijke prioriteiten, strakke regie en het vermogen om zichtbaar en tijdig compromissen te sluiten. Zonder die drie raakt elk dossier verweven met het volgende en worden fouten kostbaar.
“Ik denk dat zowel voor de leden van het kabinet als voor de Kamerleden van de coalitie geldt dat we de afgelopen maanden ook af en toe hebben moeten wennen aan het zijn van een minderheidskabinet.” — Rob Jetten
De kunst is om dat wennen snel om te zetten in voorspelbaar gedrag: met vooraf gecheckte meerderheden, een helder verhaal over de bedoeling van beleid en respect voor ieders rode lijnen. D66 zal ruimte willen op migratie en internationale solidariteit, de VVD dringt aan op orde en betaalbaarheid, en het CDA zoekt houdbare afspraken voor regio en landbouw. Dat spanningsveld hoeft geen zwakte te zijn als het tot transparante ruil leidt. Maar dan moet de communicatie strakker en de voorbereiding beter.
Wat betekent dit voor burgers en bestuur?
Voor burgers telt uiteindelijk of het beleid merkbaar werkt. Bij asiel en opvang betekent dat minder druk op gemeenten en een menselijke, snelle behandeling. Bij wonen gaat het om betaalbare huizen, kortere wachttijden en bouw die door kan. Bij zorg telt of de rekening te dragen blijft en de huisarts of specialist bereikbaar is. Politieke schermutselingen zijn niet onbelangrijk, maar zonder resultaat op straat en aan de keukentafel verdampt het vertrouwen snel.
Ook voor uitvoeringsorganisaties is voorspelbaarheid cruciaal. Dienstregelingen, personeel en IT zijn niet van vandaag op morgen aangepast. Elke koerswijziging vraagt tijd en middelen. Dat pleit voor minder losse flodders en meer uitgewerkte plannen met duidelijke fasering. Als het kabinet die lijn pakt, kunnen ook oppositiepartijen zich gemakkelijker verbinden aan deelakkoorden: haalbare delen eerst, aangevuld met evaluatiemomenten en ruimte voor bijsturing.
Reacties en verhoudingen in de Kamer
De oppositie ruikt haar kans om gewicht in de schaal te leggen. Dat is logisch bij een minderheidskabinet. Linkse partijen zullen steun koppelen aan sociale zekerheid, betaalbare zorg en investeringen in onderwijs en klimaat. Rechtse partijen zullen inzetten op strakker migratiebeleid, lastenverlichting en publieke orde. Het midden wil stabiliteit op wonen, stikstof en de energietransitie, met aandacht voor regio’s en mkb. Het is aan het kabinet om daar stabiele meerderheden uit te smeden en te laten zien dat deals het waard zijn voor alle betrokkenen.
Intern in de coalitie is rust minstens zo belangrijk. Openlijke kritiek, zoals bij het marinebezoek, lijkt misschien klein bier, maar zet het beeld neer van verdeeldheid. Beter is om meningsverschillen eerst achter de schermen te beslechten en pas daarna afspraken publiek te maken. Zeker nu de druk oploopt, is discipline geen luxe, maar noodzaak.
Vooruitblik: knopen doorhakken en tempo maken
De komende maanden zijn beslissend. Op asiel moet een herzien pakket komen dat de Eerste Kamer kan passeren. Op stikstof moeten meetbare stappen worden vastgelegd om vergunningen weer in beweging te krijgen. En in de zorg is duidelijkheid nodig over het eigen risico en alternatieven om de kosten te beteugelen zonder onnodige drempels voor patiënten. Elk van die onderwerpen vraagt om een open onderhandeling met de oppositie, met heldere randvoorwaarden en zicht op dekking.
Als het kabinet erin slaagt om per dossier een samenhangende route te presenteren, kan de toon snel kantelen. Succes op één belangrijk dossier helpt om vertrouwen te winnen voor de volgende stap. Maar dat lukt alleen met strak procesmanagement, zichtbare regie en duidelijke uitleg aan burgers over het waarom van lastige keuzes. In een minderheidskabinet is dat geen bijzaak, maar de kern van regeren.
Samengevat: de start was wankel, de kritiek is fors en het geduld slinkt. Toch ligt er nog ruimte om te herstellen. Het vraagt discipline in de coalitie, respectvolle deals met de oppositie en plannen die uitvoerbaar zijn voor gemeenten en diensten. De eerste echte test volgt snel, als het vernieuwde asielvoorstel, de stikstofplannen en de zorgkeuzes de Senaat naderen. Dan zal blijken of dit kabinet, ondanks een moeilijke start, koers kan houden en resultaten kan boeken die voor iedereen zichtbaar zijn.








