Asielminister Bart van den Brink heeft donderdagavond onverwacht een bezoek gebracht aan het overvolle aanmeldcentrum in Ter Apel. Hij herhaalde daar zijn dringende oproep aan gemeenten in de rest van het land om snel extra opvangplekken vrij te maken. Volgens de minister is de situatie bij het aanmeldcentrum “Nederland onwaardig” en moet er voor de zomer een structurele oplossing liggen.
Noodbezoek aan Ter Apel
De minister kwam naar Ter Apel op een moment dat de druk op de opvang opnieuw is opgelopen. Het aanmeldcentrum kan al een week lang niet alle nieuwkomers toelaten. Daardoor moet er elke dag worden gezocht naar plekken waar mensen in ieder geval de nacht kunnen doorbrengen. Tijdens zijn rondgang sprak Van den Brink met medewerkers van het Rode Kruis, met asielzoekers die door de drukte buiten de hekken moesten wachten, met medewerkers van opvangorganisatie COA en met burgemeester Jaap Velema van Westerwolde.
Van den Brink zegt dat hij eigenlijk al eerder in de week langs had willen komen, maar het bezoek nu “enorm belangrijk” vond om toch nog door te laten gaan. De huidige situatie, benadrukte hij, mag niet normaal worden. Eerder is al vaak gezegd dat mensen niet opnieuw buiten mogen slapen of in onzekere omstandigheden terecht mogen komen zodra zij zich in Nederland melden.
Dringende oproep aan gemeenten door heel het land
De minister sprak zijn waardering uit voor wat in en rond Ter Apel wordt gedaan, maar legde de bal nadrukkelijk bij de rest van Nederland. Hij vroeg bestuurders in andere regio’s om snel verantwoordelijkheid te nemen en kortdurende noodplekken en, waar mogelijk, langduriger capaciteit te openen. Volgens hem kan de regio Groningen deze last niet alleen dragen en is landelijke spreiding van opvang op dit moment noodzakelijk om de druk te verlichten.
“Als ik iemand wil aanspreken, dan zijn het de bestuurders elders in het land,” zei hij in strekking. De inzet van de omliggende gemeenten is volgens hem lovenswaardig, maar ontoereikend als niet meer regio’s meedoen. Doel is om vóór de zomer te voorkomen dat mensen opnieuw buiten de boot vallen.
Waarom Ter Apel opnieuw vastloopt
Het aanmeldcentrum in Ter Apel is het startpunt voor vrijwel alle nieuwe asielaanvragen in Nederland. Bij piekdrukte ontstaat daar direct een knelpunt. Als instroom in korte tijd toeneemt en doorstroom naar reguliere opvanglocaties stagneert, loopt het systeem vast. Dan telt elke extra bed, hoe tijdelijk ook. Het COA beheert de opvang en probeert plekken te verschuiven, maar dat lukt alleen als gemeenten meer locaties aanwijzen of bestaande opvang langer openhouden.
Het probleem is niet nieuw. In eerdere drukke periodes ontstonden dezelfde wachtrijen en schaarste. Dat leidde tot de belofte dat er voortaan altijd voldoende noodcapaciteit zou zijn en dat kwetsbare groepen nooit tussen wal en schip zouden terechtkomen. Toch blijkt in de praktijk dat een paar krappe weken genoeg zijn om het systeem opnieuw op de rand te brengen.
Tijdelijke noodopvang in de regio
Vorige week maakte het COA bekend dat niet alle nieuwe asielzoekers direct terechtkonden in of bij het aanmeldcentrum. Sindsdien is in de provincie Groningen en de directe omgeving gezocht naar tijdelijke nachtopvang. De gemeente Groningen opende zo’n locatie voor wie in Ter Apel geen plek meer vond. Daarnaast boden meerdere gemeenten in de regio, waaronder Stadskanaal, Aa en Hunze (in het dorp Gieten) en Het Hogeland (in Warffum), snel bedden aan voor een of meerdere nachten.
Die locaties zijn bedoeld als noodbrug: mensen krijgen er een slaapplek en basale voorzieningen, waarna ze de volgende ochtend met bussen teruggaan naar Ter Apel om hun aanmelding te vervolgen. Het is geen structurele opvang; het helpt hooguit de piek van die dag op te vangen. Zodra er opnieuw geen plaats is bij het aanmeldcentrum, begint de zoektocht naar nachtopvang de dag erna weer van voren af aan.
Hoe de nachtopvang werkt
De nachtopvang is sober maar gericht op rust en veiligheid. Mensen krijgen een bed, sanitaire voorzieningen en iets te eten. De prioriteit ligt bij rust creëren na vaak een lange en onzekere reis. De volgende ochtend vertrekken bussen vroeg terug naar Ter Apel, zodat aanmeldprocedures en medische checks kunnen doorgaan. Op doordeweekse dagen lukt het zo soms om de druk wat te spreiden, maar als de instroom hoog blijft, verschuift het probleem vooral in tijd en plaats.
Kwetsbare mensen, zoals vrouwen en kinderen, krijgen voorrang bij het toewijzen van bedden. Dat is het uitgangspunt sinds het COA vorige week aangaf dat de capaciteit in en rond Ter Apel te krap was. In de praktijk betekent dit dat alleenstaande mannen als eersten tijdelijk moeten uitwijken naar noodlocaties of langer moeten wachten.
Gesprekken op de werkvloer
Tijdens het bezoek ging Van den Brink in gesprek met hulpverleners van het Rode Kruis, dat in en rond het centrum ondersteuning biedt bij eerste opvang, EHBO en praktische hulp. Ook sprak hij met COA-medewerkers die dagelijks het verschil moeten maken tussen veilig en menswaardig opvangen of het moeten weigeren van een volgende groep. En hij luisterde naar verhalen van asielzoekers die, ondanks hun komst naar het aanmeldcentrum, geen directe toegang kregen tot een bed of intake.
De minister ontmoette daarnaast burgemeester Jaap Velema, die al langere tijd waarschuwt voor structurele overbelasting van Ter Apel en de impact daarvan op de omgeving. Lokale bestuurders in de regio hebben vaker benadrukt dat de rek eruit is. Hun oproep is steeds dezelfde: zonder landelijke steun en spreiding blijft de druk op Ter Apel onhoudbaar.
Doel: voor de zomer orde op zaken
Van den Brink schetste een concrete tijdlijn: vóór de zomer moet er een oplossing zijn om herhaling te voorkomen. Dat betekent in de praktijk meer bedden op korte termijn, betere doorstroom naar reguliere opvanglocaties en snellere plaatsing in gemeenten waar nog ruimte is. Het vraagt ook om afspraken met gemeenten die nog geen bijdrage leveren, zodat noodopvang niet steeds bij dezelfde regio’s terechtkomt.
Volgens de minister is vooral snelheid nu cruciaal. Want zolang mensen niet meteen terechtkunnen in Ter Apel, blijft de dagelijkse zoektocht naar nachtopvang terugkeren. En met elke dag die verstrijkt, groeit de druk op medewerkers, hulpverleners en de lokale gemeenschap.
Wat is er nodig om dit te voorkomen?
Wie de druk op Ter Apel structureel wil verminderen, komt uit op drie knoppen waaraan tegelijk moet worden gedraaid. Ten eerste: voldoende basiscapaciteit bij het COA, zodat pieken kunnen worden opgevangen. Ten tweede: voorspelbare spreiding van opvang over het land, zodat de last niet op één regio neerkomt. En ten derde: een soepele doorstroom, waarbij mensen sneller kunnen verhuizen van eerste opvang naar een reguliere plek, of, bij toewijzing van een verblijfsvergunning, door naar een gemeente waar zij kunnen starten met inburgering.
Daarnaast helpt het als er minder vaak tijdelijk wordt opgeschaald om daarna weer af te schalen. Elke sluiting van een opvanglocatie leidt tot verlies van bedden, personeel en kennis. Continuïteit is dus essentieel. Gemeenten vragen daar op hun beurt duidelijkheid en termijnzekerheid voor terug: als zij locaties openen, willen zij weten hoe lang en met welke ondersteuning.
De rol van COA, Rode Kruis en gemeenten
Het COA is verantwoordelijk voor het organiseren van voldoende opvangplekken en de dagelijkse uitvoering. Het Rode Kruis ondersteunt met hulpverlening op de vloer, zeker als er sprake is van schaarste of noodoplossingen. Gemeenten bepalen of en waar locaties kunnen worden geopend en leveren de lokale randvoorwaarden, zoals vergunningen, bereikbaarheid en samenwerking met zorg en onderwijs. Alleen als deze schakels tegelijk bewegen, kan een piek als die in Ter Apel beheersbaar blijven.
De afgelopen week bleek opnieuw dat de regio’s rond Ter Apel snel kunnen opschalen in een crisissituatie. Stadskanaal, Aa en Hunze (Gieten), Groningen en Het Hogeland (Warffum) sprongen bij met nachtopvang en vervoer terug naar het aanmeldcentrum. Die bereidheid wordt door het Rijk nadrukkelijk gewaardeerd. Tegelijkertijd onderstreept het hoe kwetsbaar het systeem is als andere regio’s niet meebewegen.
Menselijke maat onder druk
Voor de mensen zelf betekent de huidige situatie vooral onzekerheid. Wie na aankomst niet direct terechtkan, slaapt ergens anders en moet de volgende ochtend opnieuw in de rij. Dat maakt het lastiger om rust te vinden en helpt niet bij de start van de asielprocedure, waarin vaak medische controles, intakegesprekken en juridische stappen elkaar snel opvolgen. Het is precies dat beeld – van wachten, verplaatsen en weer wachten – dat volgens de minister niet meer mag voorkomen.
Hulpverleners en medewerkers op locatie proberen ondertussen waar mogelijk de eerste klappen op te vangen. Zij zorgen voor bedden, hygiëne, voedsel en aandacht voor de meest kwetsbare groepen. Maar ook voor hen is een piekbelasting uitputtend. Het risico bestaat dat vermoeidheid en tekorten leiden tot fouten of onveilige situaties. Voldoende personeel en zicht op verlichting van de druk zijn daarom onmisbaar.
Wat gemeenten nu kunnen doen
De oproep van Van den Brink is concreet: bied op korte termijn tijdelijke bedden aan, en werk intussen met het COA aan reguliere locaties die langer open kunnen blijven. Gemeenten die nog geen bijdrage leveren, worden gevraagd snel duidelijkheid te geven over wat zij wel kunnen. Ook het bieden van faciliteiten rondom een opvanglocatie – denk aan toegang tot zorg en onderwijs – helpt om de druk op Ter Apel te verminderen, omdat het doorstroom mogelijk maakt.
Gemeenten die eerder al hielpen, vragen op hun beurt waarborgen: heldere afspraken over de duur, aantallen en ondersteuning vanuit het Rijk. Zonder deze zekerheden is het moeilijk om politiek en praktisch draagvlak te organiseren. Het Rijk zegt bereid te zijn om daarover op korte termijn afspraken te maken, juist om snelle besluiten mogelijk te maken.
Vooruitblik: de komende weken beslissend
De komende weken moeten uitwijzen of de oproep van de minister gehoor krijgt. Als meer regio’s tijdelijke nachtopvang en extra bedden beschikbaar stellen, kan de acute druk in Ter Apel wegebben. Tegelijkertijd blijft het zaak te werken aan een stabieler systeem, waarin er ook bij piekdruk genoeg ruimte is om menswaardig op te vangen en procedures zonder haperingen te starten.
Van den Brink wil dat er vóór de zomer zicht is op die stabiliteit. Dat vraagt snelheid, samenwerking en bereidheid om verantwoordelijkheid te delen. Ter Apel heeft de afgelopen week laten zien wat er lokaal mogelijk is in crisistijd. Nu is het aan de rest van Nederland om die last mee te dragen, zodat het aanmeldcentrum weer kan doen waarvoor het bedoeld is: mensen veilig en ordelijk opvangen aan het begin van hun procedure.
Kern van de boodschap: de situatie in Ter Apel is niet houdbaar zonder hulp van andere regio’s. Als gemeenten nu bijspringen en er snel afspraken komen over meer en stabielere opvang, kan de vicieuze cirkel van dagelijks noodsleutelen worden doorbroken. Dat is in het belang van bewoners, hulpverleners en bovenal de mensen die bescherming zoeken.








