PVV-leider Geert Wilders wil dat de Tweede Kamer in debat gaat over het vertrouwen in het kabinet van premier Rob Jetten. Aanleiding is een nieuwe peiling van RTL Nieuws naar de eerste honderd dagen van dit kabinet. Daaruit blijkt dat het vertrouwen onder kiezers stevig is gedaald: bij de start had 33 procent vertrouwen in de ministersploeg, drie maanden later is dat nog 22 procent.
Peiling zet druk op kabinet-Jetten
De daling in vertrouwen valt op, zeker vergeleken met het vorige kabinet-Schoof. Dat begon op 37 procent en bleef in de eerste honderd dagen nagenoeg stabiel, met slechts een verlies van 1 procentpunt. Het verschil zit dus vooral in het tempo en de richting: waar het vorige kabinet rustig bleef liggen, glijdt Jettens ploeg in korte tijd naar beneden in de peilingen.
Die cijfers zorgen voor politieke onrust. Ze geven tegenstanders munitie om te wijzen op een wankele start en leggen tegelijk druk op de coalitie om snel te leveren. Veel kiezers lijken te twijfelen of het kabinet wel voldoende grip heeft op de belangrijkste dossiers van dit moment.
Wilders vraagt debat over vertrouwen aan
Met zijn oproep voor een debat wil Wilders een duidelijk signaal afgeven: volgens hem gaat er iets fundamenteel mis en moet het anders. In feite zegt de PVV-leider dat het kabinet geen breed draagvlak meer heeft en plaats moet maken. Zo scherp zal het in het Kamerdebat ongetwijfeld klinken, als dat er komt.
Of het debat er daadwerkelijk komt, is nog onzeker. Wilders moet het verzoek eerst indienen bij de regeling van werkzaamheden. Vervolgens is steun van een meerderheid nodig. Dat de coalitie daar enthousiast over zal zijn, ligt niet voor de hand. Wilders zal dus vrijwel de hele oppositie achter zich moeten krijgen. Of dat lukt, is de vraag.
Moeizame start door internationale en economische tegenwind
Het kabinet-Jetten begon onder lastige omstandigheden. Al in de eerste week speelde de aanval van Donald Trump op Iran. Die gebeurtenis had gevolgen voor de wereldeconomie. Brandstofprijzen liepen op, inflatie nam toe en dat voelde iedereen direct in de portemonnee. Voor een nieuw kabinet is dat een lastige start: je wordt meteen afgerekend op problemen die je niet zelf hebt veroorzaakt, maar die wel om snelle oplossingen vragen.
Daar komt bij dat economische tegenwind de ruimte voor nieuw beleid kleiner maakt. Als prijzen stijgen en lonen achterblijven, verwachten burgers extra steun. Tegelijk lopen de kosten voor de overheid op en wordt het moeilijker om grote plannen snel te financieren. Die spanning is de afgelopen maanden zichtbaar geworden in de reacties op de eerste stappen van het kabinet.
Besturen met een minderheid vraagt elke dag om rekensommen
Het is bovendien een minderheidskabinet. Dat is een bewuste keuze, maar het maakt regeren ingewikkelder. Voor elk voorstel moet het kabinet zoeken naar steun bij linkse of rechtse oppositiepartijen. Soms lukt dat, soms niet, en vaak kost het veel tijd. Het beeld dat dan kan ontstaan: een ploeg die meer met onderhandelen bezig is dan met uitvoeren.
Premier Jetten heeft daardoor nog geen vaste meerderheid achter zich en moet bij vrijwel elk plan opnieuw de Kamer langs. Dat zorgt voor wikken en wegen en kan het gevoel geven dat er geen duidelijke koers is. Kiezers merken dat op: als je telkens andere partners nodig hebt, verandert ook de uitkomst telkens iets. Zo’n aanpak kan pragmatisch zijn, maar het levert niet altijd het stevige profiel op waar veel mensen naar zoeken.
Verwachtingen van een nieuwe premier
Nieuwe premiers hebben tijd nodig om te groeien in hun rol. Dat gold voor voorgangers als Lubbers, Kok, Balkenende en Rutte, en dat geldt nu ook. Tegelijk is het geen oefenplek: vanaf dag één wordt een premier verantwoordelijk gehouden voor alles wat er gebeurt. Leiden betekent richting geven, coördineren en een team smeden dat elkaar vertrouwt, ook onder druk.
De eerste honderd dagen zijn daarom vooral een test op leiderschap. Lukt het om het kabinet bij elkaar te houden, duidelijke prioriteiten te kiezen en snel meerderheden te organiseren? En vooral: merken mensen thuis aan hun energie-, benzine- en boodschappenrekening dat de overheid grip heeft op de situatie? Het antwoord op die vragen bepaalt of het vertrouwen stabiliseert of verder wegzakt.
Wat staat er op het spel in de Tweede Kamer
Mocht het debat over het vertrouwen doorgaan, dan wordt het een belangrijke graadmeter. Voor de oppositie is het een kans om de vinger op de zere plek te leggen en het kabinet onder druk te zetten. Voor de coalitie is het hét moment om te laten zien dat ze niet alleen bezig zijn met tellen, maar ook met leveren. Dat vraagt om concrete resultaten en een helder verhaal over wat er de komende maanden anders gaat.
In zo’n debat draait het niet alleen om cijfers uit een peiling, maar vooral om de richting die het kabinet kiest. Hoe worden pijnlijke keuzes uitgelegd? Welke maatregelen komen er aan om de gevolgen van de inflatie te dempen? En hoe wil de premier sneller stabiele meerderheden smeden, zodat voorstellen niet blijven hangen?
Steun zoeken: bruggen bouwen of loopgraven?
Een minderheidskabinet kan twee kanten opgaan. Of het slaagt erin om bruggen te bouwen en van voorstel tot voorstel brede steun te vinden. Of het raakt verstrikt in loopgravenpolitiek, waarbij elk dossier vastloopt op principeverschillen. De komende periode zal duidelijk maken welke kant het opgaat. Het vraagt om discipline binnen de coalitie en creativiteit aan de onderhandelingstafels met oppositiepartijen.
Voor Wilders ligt er intussen een strategisch moment. Als hij alle oppositiepartijen achter zijn verzoek krijgt, zet hij de coalitie publiekelijk onder druk. Lukt dat niet, dan heeft hij alsnog het punt gemaakt dat het vertrouwen onderwerp van debat moet zijn. Hoe dan ook blijft de peiling het gesprek van de dag, en zal het kabinet daar een antwoord op moeten formuleren.
Moment van bezinning na honderd dagen
Honderd dagen is kort voor een definitief oordeel, maar lang genoeg voor een tussenbalans. De cijfers liegen niet: vertrouwen is kwetsbaar en daalt snel als mensen geen verbetering zien. Dat hoeft niet blijvend te zijn. Als het kabinet in de komende maanden snelheid maakt, duidelijke keuzes presenteert en concrete resultaten laat zien, kan het sentiment kantelen. Maar dat vraagt om focus, zichtbare regie en een aansprekend verhaal.
Voor premier Jetten komt het nu aan op richting en ritme. Politiek succes in een minderheidsconstructie begint bij een helder plan, vaste prioriteiten en tijdig overleg met mogelijke partners. De Kamer, en vooral de kiezer, zal minder letten op wie met wie stemt, en meer op of het werkt. Als mensen aan het eind van de maand verschil voelen, groeit vertrouwen vaak vanzelf mee.
Vooruitblik
De eerstvolgende stap is het besluit of de Kamer het debat over vertrouwen überhaupt gaat voeren. Als het doorgaat, wordt het een stevig treffen over koers, resultaten en leiderschap. Als het niet doorgaat, blijft de boodschap van de peiling toch boven de markt hangen. In beide gevallen ligt de bal bij het kabinet-Jetten om snel te laten zien dat het niet alleen zoekt naar meerderheden, maar ze ook weet te benutten voor tastbare, merkbare verbeteringen.
De komende weken worden daarmee cruciaal. Het kabinet zal willen bewijzen dat de val in vertrouwen geen trend is, maar een moeilijke start. De oppositie zal proberen te laten zien dat het anders moet. Uiteindelijk beslist de kiezer op basis van wat hij merkt in het dagelijks leven. Dat blijft, peilingen of niet, de kern van het politieke vertrouwen.








