Wim Kieft vindt dat Memphis Depay onterecht onder vuur ligt na het 2-2 gelijkspel van Oranje tegen Japan. De oud-international wijst naar de gekozen speelwijze van Ronald Koeman als belangrijkste verklaring voor de magere indruk die de invaller maakte. Memphis kwam zo’n twintig minuten voor tijd binnen de lijnen bij een 2-1 voorsprong, maar moest veelal rond de middenlijn opereren en kreeg weinig momenten in en rond de zestien.
De discussie barstte deze week los in de podcast KieftJansenEgmondGijp. Michel van Egmond merkte daar op dat Donyell Malen na het optreden van Memphis niet direct zenuwachtig hoeft te worden voor zijn basisplek. Kieft ging er vol tegenin: volgens hem zegt dit weinig over Memphis, maar vooral veel over hoe Oranje de laatste fase van de wedstrijd benaderde. Het elftal zakte terug, de ruimtes werden klein en een aanvaller die graag aan de bal komt, werd zo uit de zone gehaald waar hij het meest gevaarlijk kan zijn.
Debat na 2-2 tegen Japan
De remise tegen Japan leverde meer vragen dan antwoorden op. Nederland stond voor, leek de controle te hebben en toch ging het in de slotfase mis. Het inbrengen van Memphis, normaal gesproken iemand die een wedstrijd kan beslissen, bracht daar geen verandering in. Hij kreeg weinig bruikbare ballen, moest vaak met de rug naar het doel spelen en werd niet in stelling gebracht. In plaats van drukken op de Japanse helft, koos Oranje er juist voor om in te zakken, met alle gevolgen van dien.
In zo’n context is het voor aanvallers moeilijk om het verschil te maken. Het publiek en de buitenwacht verwachten dat een naam als Memphis het duel beslist, maar als de ploeg massaal terugloopt, verschuift de strijd naar zones waar hij minder rendeert. Dat is het kernpunt dat Kieft maakt: kijk niet alleen naar de speler, maar vooral ook naar de opdracht en de omstandigheden waarin hij moet presteren.
Koemans tactiek onder de loep
Volgens Kieft lag de crux in de benadering: Oranje koos in de laatste twintig minuten voor zekerheid. De backs kwamen minder mee, het middenveld zakte in, en de afstand tussen linies werd groter. Aanvallers raakten geïsoleerd. Tegen een tegenstander als Japan, dat bekendstaat om zijn energie, intensiteit en loopacties zonder bal, is zo’n aanpak een risico. Je nodigt druk uit, komt zelf nauwelijks meer aan voetballen toe en haalt je gevaarlijkste spelers weg bij het doel.
Kieft benadrukt dat Memphis in die fase feitelijk “op de middenlijn” moest blijven. Niet omdat hij dat zelf wil, maar omdat de veldbezetting het hem dicteerde. Een spits die vaak de bal moet komen halen, kan niet tegelijk in de zestien voor dreiging zorgen. Wie verdedigend compacter gaat staan, betaalt aanvallend vaak een prijs. Dat zag je terug in de eindfase tegen Japan.
De rol van Memphis: tussen middenlijn en zestien
Memphis is op zijn best als hij zowel kan verbinden als kan afmaken. Hij houdt ervan om uit te zakken, kaatsvast te zijn, de lopende mensen te vinden en vervolgens zelf in de diepte of in de zestien op te duiken. Dat vergt korte afstanden tussen de linies en teamgenoten dicht bij hem in de combinatie. Tegen Japan gebeurde het omgekeerde: de afstanden werden groot, de spitslijn stond alleen, en tweede ballen vielen zelden goed. Dan oogt een invaller al snel onzichtbaar of worstelend met het ritme.
Daar komt bij dat Memphis doorgaans een paar momenten nodig heeft om in een match te komen. Twintig minuten is ruim voldoende om impact te hebben, maar alleen als de ploeg om je heen ook voetbalt. Een invaller is afhankelijk van patroon en plan. Wie een wedstrijd wil dichttimmeren in plaats van wil doordrukken, vraagt iets anders van zijn voorhoede. Het is precies dat spanningsveld dat de discussie aanwakkert.
Fitheid en wedstrijdritme
De context rondom Memphis’ fitheid speelt eveneens mee. Na een dijbeenblessure is hij op dit WK geen vanzelfsprekende basisspeler. Dat is begrijpelijk: ritme, explosiviteit en precisie komen pas terug met minuten, en die moet je gecontroleerd opbouwen. In de oefenwedstrijden richting het toernooi en nu tegen Japan liet Memphis nog niet zijn topvorm zien. Het zegt iets over zijn huidige staat, maar nog meer over het proces waar hij in zit. Koeman balanceert tussen belasting en beschikbaarheid: hoe houd je een sleutelspeler heel, zonder hem te veel minuten te ontzeggen?
Dat Memphis nog niet op zijn piek zit, wil niet zeggen dat hij niet van waarde kan zijn. Integendeel. Zelfs op tachtig procent kan hij een bal vasthouden, een man uitspelen of een vrije trap forceren. Maar om dat te laten renderen, moet de ploeg om hem heen meebewegen en de situaties creëren waarin zijn kwaliteiten tot uiting komen.
De opmerking over Malen en de discussie erachter
Michel van Egmond wierp in de podcast op dat Donyell Malen “nog geen hete adem in de nek” voelt na Memphis’ optreden. Kieft beet meteen van zich af: dit oordeel zegt weinig als je niet naar het speelplan kijkt. Bovendien raakt zo’n opmerking aan een breder thema: beeldvorming. Memphis is uitgesproken, creatief, soms flamboyant. Voor sommigen werkt dat tegen hem op het moment dat het even niet loopt. Dan is de stap snel gezet van stijl naar waardeoordeel. Kieft waarschuwt voor die reflex: beoordeel de rol, de opdracht en de wedstrijdsituatie, niet alleen de naam op het shirt.
Malen is een heel ander type: hij zoekt de diepte, is pijlsnel en loert op de ruimte achter de laatste lijn. In een ploeg die hoog staat en vaak de bal verovert, kan hij dodelijk zijn. Memphis daarentegen excelleert juist in het verbinden en variëren. De vraag voor Koeman is minder wie de “beste” is, en meer wie het beste past bij het plan per fase van de wedstrijd en per tegenstander.
Wat betekent dit voor de pikorde in de voorhoede?
De strijd om de posities voorin blijft open. Koeman heeft de luxe – en de last – van keuze. Een dynamische voorhoede met diepteloopjes, of juist een spelmakerachtige spits die het spel laat kantelen? Tegen Japan koos hij in de slotfase voor zekerheid, waardoor de invaller weinig kon laten zien. Dat betekent niet dat de pikorde voorgoed vastligt. Integendeel: in duels waarin Oranje hoger kan spelen, ballen kan terugwinnen op de helft van de tegenstander en combinaties kan zoeken rond de zestien, komt Memphis’ profiel veel beter tot zijn recht.
Hetzelfde geldt voor wisselmomenten. Als je met een goal voorsprong een tegenstander wilt terugduwen, kies dan voor wissels die druk op de bal en combinaties brengen. Wil je juist consolidatie, kies dan voor loopvermogen in de omschakeling. Binnen die weegschaal moet je beoordelen wat een invalbeurt waard is. Kieft legt precies daar de vinger op de zere plek.
Wat zeggen verleden en kwaliteiten van Memphis?
Memphis is al jaren één van de meest productieve Oranje-internationals. Met meer dan veertig interlanddoelpunten en talloze assists heeft hij bewezen dat hij beslissend kan zijn in kwalificatiewedstrijden én eindtoernooien. Hij is balvast, kan onder druk draaien, heeft een scherpe dode bal en neemt verantwoordelijkheid op piekmomenten. Zulke profielen dwing je niet snel naar de zijkant van het toneel vanwege één vlakke invalbeurt in een lastige wedstrijdsituatie.
Natuurlijk geldt ook hier: reputatie alleen wint geen wedstrijden. Memphis zal zijn ritme moeten vinden en minuten moeten maken. Maar hij verdient, zo stelt Kieft, wel een eerlijke beoordeling. Niet los van het geheel, maar juist in relatie tot plan, ploeg en situatie op het veld.
Lessen uit Japan
De 2-2 tegen Japan leert Oranje vooral iets over wedstrijdmanagement. Hoe beslis je een duel dat je ogenschijnlijk in handen hebt? Ga je hoger staan om het derde doelpunt te forceren, of kies je voor controle en neem je het risico dat de tegenstander terugkomt? Tegen Japan koos Nederland in de slotfase voor het laatste. Daarmee werden de aanvallers, en dus ook Memphis, minder gevaarlijk.
De les is helder: als je een creatieve spits inbrengt, moet de ploeg eromheen blijven voetballen. Korte afstanden, combinaties, loopacties uit de tweede lijn. Anders dwing je je voorhoede in een rol die weinig oplevert. Het is aan de staf om per wissel te bepalen wat het effect op het elftal is, en om het plan zo te tweaken dat de kwaliteiten van invallers direct tot hun recht komen.
Reacties in de media en de beeldvorming
Na afloop schoten meningen alle kanten op. In praatprogramma’s en op sociale media domineerden twee vragen: is Memphis nog onomstreden, en past hij wel in het Oranje van nu? Kieft pleit voor nuance in dat debat. Kritiek mag en moet, maar kijk naar het geheel. Een invaller die vooral op de middenlijn hoeft te spelen, kun je niet aanrekenen dat hij geen winnende treffer maakt.
Het is een terugkerend patroon in de sport: als het resultaat tegenvalt, wordt de blik al snel smal. De uitdaging is om juist dan het plaatje breder te houden. Dat begint bij het analyseren van plan en uitvoering. Pas daarna komt het oordeel over individuele spelers.
Gevolgen voor Koemans plan richting het toernooi
Voor Koeman ligt hier een tactische keuze. Wil hij met voorsprong doorgaan op balbezit, druk vooruit en combinaties rond de zestien, dan passen profielen als Memphis en creatieve middenvelders daar goed bij. Kiest hij in de slotfase voor ruimte achter de verdediging van de tegenstander, dan is een dieptezoeker als Malen logisch. De kunst is om die scenario’s niet ad hoc te laten ontstaan, maar ze vooraf te definiëren en te trainen. Zodat een wissel geen geïsoleerd moment is, maar een logisch gevolg van het wedstrijdplan.
De komende duels bieden ruimte om daarin stappen te zetten. Memphis kan ritme opdoen, patronen kunnen worden aangescherpt en de staf kan met varianten spelen: een valse negen, twee spitsen, of een duidelijke dieptespits met daarachter een spelmaker. Welke keuze het ook wordt, de waarde van een individuele speler moet worden bezien door de lens van het geheel. Dat is de kern van Kiefts betoog.
Vooruitblik
De discussie rond Memphis zal voorlopig niet verstommen. Zolang zijn fitheid nog onderweg is en de concurrentie in de voorhoede stevig blijft, zal elke minuut worden gewogen. Wat helpt, is duidelijkheid in rol en plan. Geef invallers een context die past bij hun kwaliteiten. En beoordeel hen daarna daarop. Tegen Japan gebeurde dat onvoldoende; het leverde een vlakke invalbeurt op en voedde de kritiek. Kieft noemt die kritiek oneerlijk, omdat ze voorbijgaat aan de keuzes die het elftal als geheel maakte.
Voor Oranje ligt er nu een kans. Gebruik de komende trainingen en wedstrijden om scherper te zijn in de slotfase, dwing vooruit te spelen als je leidt, en zet je beslissers in hun kracht. Memphis is, mits fit en goed ingebed in het plan, nog altijd een speler die een duel open kan breken. Het is aan Koeman om te bepalen wanneer en hoe hij dat het beste kan doen. De balans tussen resultaat, ontwikkeling en eerlijk oordeel over spelers zal daarin leidend moeten zijn.
Kernachtig samengevat: de kritiek op Memphis zegt nu meer over de wedstrijdbenadering dan over de speler zelf. Als Oranje het plan in de eindfase beter neerzet, volgt de rest vanzelf: controle, kansen en – als het even kan – de winnende treffer.








