Minister van Sociale Zaken Hans Vijlbrief houdt vast aan het coalitieplan om de AOW-leeftijd sneller te laten oplopen. Dat doet hij ondanks het harde verzet van de vakbonden, die elk gesprek blokkeren zolang het voorstel niet van tafel is. Volgens Vijlbrief blijft er ruimte om te praten over varianten, maar de kern van het plan verandert wat hem betreft niet.
Wat Staat Er Op Het Spel?
De spanning draait om de vraag hoe de AOW-leeftijd moet meebewegen met de stijgende levensverwachting. In het pensioenakkoord werd afgesproken dat de AOW-leeftijd met acht maanden stijgt voor elk jaar dat Nederlanders gemiddeld langer leven. De coalitie wil nu overstappen op een directe koppeling: één jaar erbij als de levensverwachting met één jaar toeneemt. Dat betekent dat de leeftijd sneller stijgt dan eerder afgesproken.
Voor toekomstige gepensioneerden kan dit concreet betekenen dat ze langer moeten doorwerken dan zij tot nu toe mochten verwachten. Vooral wie nog enkele jaren van het pensioen verwijderd is, vraagt zich af wat dit betekent voor de eigen planning. De precieze gevolgen hangen af van de ontwikkeling van de levensverwachting, maar de richting is duidelijk: de AOW-leeftijd gaat sneller omhoog dan in het compromis uit het pensioenakkoord.
Politieke Stand Van Zaken
De Tweede Kamer nam deze week met steun van de coalitie een motie aan om de AOW-plannen te ‘verzachten’. Mede-indiener Gidi Markuszower stelde dat de plannen daarmee feitelijk van tafel zijn. Vijlbrief bestrijdt die lezing. Volgens hem laat de motie vooral zien dat er bereidheid bestaat om te kijken naar invullingen en flankerend beleid, maar “afzwakken” doet hij niet. De essentie, de snellere koppeling aan de levensverwachting, wil hij overeind houden.
Met die opstelling zoekt de minister een smalle weg tussen politieke steun in de Kamer en het nakomen van eerdere afspraken met sociale partners. Hij erkent dat de voorgestelde ingreep schuurt met het pensioenakkoord, maar noemt de aanpassing volgens hem noodzakelijk. Daarbij verwijst hij naar het bredere vraagstuk van de vergrijzing en de betaalbaarheid van de oudedagsvoorziening op de lange termijn, al zonder in te gaan op concrete alternatieven die op korte termijn soelaas bieden.
Vakbonden Houden De Boot Af
De vakbonden FNV, CNV en VCP hebben hun positie ondertussen verhard. Zij willen niet aanschuiven zolang de versnelde verhoging van de AOW-leeftijd op tafel ligt. In hun ogen betekent dit plan een breuk met het zorgvuldig gesloten pensioenakkoord, waarin juist afspraken zijn gemaakt om voorspelbaarheid en draagvlak te waarborgen. De bonden spreken van het doorbreken van eerder gemaakte beloftes en zien daarom geen ruimte voor regulier overleg.
Waar Vijlbrief aangeeft graag op korte termijn om tafel te gaan, temperen de bonden elke verwachting over een constructief gesprek. Zij noemen het overleg, als het al plaatsvindt, een formele mededeling: gesprekken worden opgeschort en acties worden voorbereid. Met andere woorden, er komt geen onderhandeling zolang het kabinetsplan niet wordt ingetrokken of ingrijpend gewijzigd.
De Redenering Van Het Kabinet
Hoewel de minister erkent dat het nieuwe voorstel botst met de geest van het pensioenakkoord, vindt hij ingrijpen onvermijdelijk. De redenering daarvan is bekend: de bevolking vergrijst, mensen worden gemiddeld ouder en de periode waarin AOW wordt uitgekeerd neemt toe. Tegelijkertijd staat de arbeidsmarkt onder druk. In die context ziet het kabinet een directe koppeling als een duidelijker en robuuster mechanisme voor de toekomst.
Tegenstanders wijzen erop dat voorspelbaarheid juist centraal stond bij het akkoord met de sociale partners. De nu voorgestelde één-op-één-koppeling kan sneller en grilliger doorwerken in de AOW-leeftijd, wat voor werkenden en werkgevers lastiger te plannen is. Wie fysiek zwaar werk doet, voelt deze versnelling bovendien eerder in het lijf en in de portemonnee. Daar ligt voor de bonden een principieel punt.
Gevolgen Voor Werkenden En Pensioengangers
Wat betekent dit concreet? Als de AOW-leeftijd direct meestijgt met de levensverwachting, gaat die leeftijd in stappen omhoog zodra de cijfers daarom vragen. Voor werkenden betekent dit dat de eindstreep wat verder weg komt te liggen dan op basis van het eerdere akkoord was voorzien. Mensen indekken tegen die onzekerheid is lastig. Individueel sparen of langer doorwerken binnen het bedrijf kan een oplossing zijn, maar dat is niet voor iedereen haalbaar.
Voor werkgevers kan het gevolgen hebben voor personeelsplanning en duurzame inzetbaarheid. Als medewerkers langer door moeten, wordt het nog belangrijker om te investeren in scholing, aanpassing van functies en preventie om uitval te voorkomen. Aan vakbondszijde leeft de vrees dat juist werknemers met zware beroepen het kind van de rekening worden, tenzij er stevige uitzonderingen of compensaties komen.
Onderhandelingsruimte En Alternatieven
De aangenomen motie om te ‘verzachten’ suggereert dat er nog speelruimte is. In de praktijk kan dat bijvoorbeeld gaan over overgangsregelingen, aanvullende maatregelen voor zware beroepen of tempo- en drempelkeuzes bij de koppeling. De minister zegt die opties te willen verkennen, zolang de kern van de nieuwe systematiek overeind blijft. De bonden vinden dat onvoldoende: zij willen eerst duidelijkheid dat de versnelling van tafel is, pas dan ligt onderhandeling weer voor de hand.
Daarmee is het klassieke polderpad voorlopig geblokkeerd. Zonder het opheffen van de blokkade door een van beide partijen is de kans groot dat het conflict zich verplaatst naar het publieke domein, met acties, campagnes en mogelijke druk op de coalitiepartijen in de Kamer.
Hoe Gaat Het Nu Verder?
Vijlbrief wil binnen korte tijd een ontmoeting met de vakbonden, al is het maar om te horen waar precies de pijn zit en welke varianten bespreekbaar zijn. De bonden houden de deur op slot zolang het kabinet vasthoudt aan de versnelde koppeling. Politiek gezien zal de coalitie in de Kamer steun moeten blijven organiseren, zeker als maatschappelijke weerstand oploopt en de consequenties voor specifieke groepen zichtbaarder worden.
Intussen blijft onduidelijk hoe de aangekondigde ‘verzachting’ concreet vorm krijgt. Worden er uitzonderingen gemaakt? Komen er langere overgangstermijnen? En hoeveel budget is beschikbaar voor flankerend beleid? Het zijn vragen die de komende weken op tafel komen, mits het gesprek alsnog op gang komt.
Samengevat: het kabinet zet door met een snellere stijging van de AOW-leeftijd, de Kamer zoekt naar manieren om de scherpe randen eraf te halen, en de vakbonden bereiden acties voor. Of de polder nog een uitweg vindt, hangt af van de bereidheid om opnieuw afspraken te maken die zowel houdbaarheid als voorspelbaarheid garanderen. De komende periode zal uitwijzen of die brug nog te slaan is.









