De onderhandelingen over een nieuw minderheidskabinet van D66, VVD en CDA krijgen een scherp randje: op tafel ligt een optie om het eigen risico in de zorg te verhogen. Volgens uitgelekte informatie wordt gedacht aan een bedrag tussen 400 en 440 euro per jaar, bovenop het huidige niveau van 385 euro. Het plan is niet definitief, maar het leidt nu al tot stevige kritiek, vooral omdat de opbrengst — naar schatting zo’n 800 miljoen euro — ruimte moet creëren voor extra uitgaven, waaronder defensie.
Mogelijke verhoging van het eigen risico
Het eigen risico in de zorg staat al jaren op 385 euro. In de formatie wordt nu gesproken over een verhoging richting 400 à 440 euro. Ambtelijke berekeningen zouden laten zien dat dit honderden miljoenen oplevert voor de rijksbegroting. Voorstanders noemen het een inflatiecorrectie en een manier om het stelsel financieel houdbaar te houden. Tegenstanders vrezen dat juist chronisch zieken en ouderen hierdoor zwaarder worden geraakt, omdat zij relatief vaak zorg nodig hebben en hun eigen risico doorgaans volledig betalen.
Belangrijk om te benadrukken: er is nog geen besluit genomen. Het gaat om een van de maatregelen die de onderhandelende partijen verkennen om gaten in de begroting te dichten. Pas als er een politiek akkoord ligt, wordt duidelijk of deze optie in de eindversie terechtkomt en of er compenserende maatregelen worden voorgesteld, bijvoorbeeld voor lage en middeninkomens.
Waarom speelt dit nu?
De druk op de overheidsfinanciën is opgelopen. Nederland moet weer voldoen aan de Europese begrotingsregels en investeringen in onder meer veiligheid en defensie staan hoog op de agenda. Daar komt bij dat de afspraken binnen de NAVO vragen om structureel hogere defensie-uitgaven. Binnen die context zoeken de formerende partijen naar keuzes die zowel de begroting op orde brengen als hun politieke prioriteiten mogelijk maken.
Het verhogen van het eigen risico levert relatief snel en zeker geld op. Tegelijk ligt het politiek gevoelig: verschillende partijen, waaronder in het verleden ook oppositiepartijen, hebben gepleit voor juist het verlagen of afschaffen ervan. De discussie raakt de kern van het zorgstelsel: hoeveel betaal je via premies en belastingen, en welk deel komt direct voor rekening van de patiënt?
Politieke context en tijdpad
De formatie van D66, VVD en CDA bevindt zich in een beslissende fase. Bronnen spreken van een “snelkookpan” richting een concept-akkoord dat rond 30 januari op tafel moet liggen. Tegelijk klinkt de waarschuwing dat veel grote besluiten nog niet zijn genomen. Dat betekent dat de komende dagen intensief wordt doorgepraat over de belangrijkste dossiers, waaronder zorg, defensie en de bredere begroting.
Als het nieuwe financieel kader staat, volgt de uitwerking in concrete maatregelen. Dat is het moment waarop duidelijk wordt wat burgers gaan merken in hun portemonnee. Tot die tijd blijft veel bij opties en scenario’s, hoe concreet sommige varianten in de stukken ook zijn uitgewerkt.
Kritiek en zorgen uit de samenleving
Patiëntenorganisaties en belangenbehartigers waarschuwen al langer dat een hoger eigen risico kan leiden tot uitstel of afzien van noodzakelijke zorg. Zij vrezen dat vooral mensen met chronische aandoeningen geraakt worden, omdat zij vrijwel elk jaar het volledige eigen risico betalen. Ook klinkt de roep om alternatieven, bijvoorbeeld het beperken van bepaalde uitgaven of het zoeken naar besparingen elders in de begroting.
Vanuit de oppositie wordt gewezen op verkiezingsbeloften en eerdere voorstellen om het eigen risico te verlagen. Dat voedt het politieke debat over lastenverdeling en solidariteit in de zorg. Voorstanders van een verhoging daarentegen stellen dat de zorgkosten blijven stijgen en dat een eigen risico ook bedoeld is om zorggebruik te prikkelen en de collectieve lasten te beperken.
Wie zit aan tafel en wie leidt de gesprekken?
De gesprekken worden gevoerd door de partijleiders en onderhandelaars van D66, VVD en CDA. Omdat informateur Rianne Letschert tijdelijk andere verplichtingen heeft, zal D66-leider Rob Jetten naar verwachting een deel van het komende overleg weekend voorzitten. Volgens betrokkenen is de sfeer “goed”, zeker in vergelijking met eerdere formatierondes waarin het wantrouwen groot was. Dat helpt om tempo te maken, maar het betekent niet dat de inhoudelijke verschillen al zijn overbrugd.
De rolverdeling aan tafel is praktisch van aard: het voorzitten van een overleg betekent niet dat één partij of één persoon alle knopen doorhakt. Uiteindelijk moeten de drie partijen gezamenlijk uitkomen op een akkoord dat in het parlement voldoende steun vindt.
Wat betekent dit voor verzekerden?
Mocht de verhoging er komen, dan betalen verzekerden het hogere bedrag eerst zelf voor veel vormen van zorg, zoals specialistische behandelingen en medicijnen, voordat de verzekering gaat vergoeden. Huisartsenzorg valt niet onder het eigen risico en blijft toegankelijk zonder deze drempel. Hoe groot het effect voor individuele verzekerden is, verschilt: wie weinig zorg gebruikt, merkt soms niets; wie regelmatig zorg nodig heeft, betaalt vaker het volledige eigen risico.
De vraag is ook of het kabinet eventuele verhogingen combineert met compenserende maatregelen, zoals aanpassingen in de zorgtoeslag. Daarover is op dit moment niets besloten. Wel is helder dat de politieke afweging draait om betaalbaarheid, toegankelijkheid en solidariteit in een zorgstelsel dat financieel onder druk staat.
Hoe nu verder?
De komende week staat in het teken van het afronden van een concept-akkoord. Daarbij worden de grote lijnen in beton gegoten en komen de belangrijkste keuzes op papier. Als de optie voor een hoger eigen risico de eindstreep haalt, volgt daarna nog een politiek traject in de Tweede Kamer. Daar kunnen partijen proberen wijzigingen aan te brengen of extra waarborgen te eisen voor kwetsbare groepen.
Voor nu blijft het dus speculeren op basis van uitgelekte scenario’s en ambtelijke varianten. Duidelijkheid komt pas als de formerende partijen hun concept presenteerden en toelichten waarom zij voor bepaalde keuzes hebben gekozen. Tot die tijd geldt: het staat op de formatietafel, maar het is nog geen kabinetsbeleid.
Samengevat: een verhoging van het eigen risico in de zorg is een serieuze optie in de formatiebesprekingen tussen D66, VVD en CDA. Het idee levert naar schatting zo’n 800 miljoen euro op en zou ruimte moeten creëren voor andere uitgaven, waaronder defensie. Tegelijk roept het plan stevige vragen op over betaalbaarheid voor patiënten en de inrichting van het zorgstelsel. Aan het eind van de maand moet er meer duidelijkheid zijn; dan blijkt of deze maatregel deel wordt van het akkoord of alsnog afvalt.








