De energiecrisis van de afgelopen jaren heeft pijnlijk duidelijk gemaakt hoe kwetsbaar onze stroom- en gasvoorziening is geworden. Rekeningen stijgen, bedrijven twijfelen over investeringen en veel mensen vragen zich af: hoe zijn we hier beland? Emeritus hoogleraar geofysica Guus Berkhout legt in een scherp betoog uit waar het volgens hem misgaat. Hij vindt dat de politiek te veel inzet op zon en wind, te weinig oog heeft voor betrouwbaarheid en kosten, en dat er nu echt andere keuzes nodig zijn. Zijn oproep is helder: bouw kerncentrales en gebruik in de tussentijd ons eigen aardgas weer.
Het einde van een groene belofte?
Volgens Berkhout hebben opeenvolgende kabinetten de basis van onze energievoorziening verzwakt. We zijn afhankelijker geworden van instabiele regio’s en internationale markten, terwijl er tegelijkertijd miljarden zijn gestoken in beleid dat volgens hem niet oplevert wat is beloofd. Hij zegt dat het kabinet zich heeft blindgestaard op idealen en te weinig kennis heeft getoond van de praktische kant van energie. In zijn ogen leveren zon en wind wereldwijd nog steeds een klein deel van het totale energiegebruik, en is het sluiten of afbouwen van betrouwbare bronnen te hard en te snel gegaan.
Dat verwijt gaat verder dan alleen strategie. Berkhout stelt dat er te weinig is gerekend en te veel is gehoopt. Hij vindt dat beleid moet beginnen bij wat werkt: stabiele aanvoer, voldoende productie en een eerlijke afweging van kosten, risico’s en opbrengsten.
Wat betekent EROI eigenlijk?
Om uit te leggen waarom sommige keuzes volgens hem niet kloppen, gebruikt Berkhout het begrip EROI: Energy Return on Investment. Simpel gezegd: hoeveel energie krijg je netto terug voor elke eenheid energie die je erin stopt? Het is een maat die helpt om bronnen met elkaar te vergelijken, niet alleen op prijs of CO2-uitstoot, maar op pure energetische efficiëntie.
Volgens Berkhout scoren traditionele bronnen en kernenergie op dit punt veel beter dan zon en wind. Hij noemt als orde van grootte dat kernenergie hoog scoort, fossiele brandstoffen ook aanzienlijk bovenin staan, terwijl wind in West-Europa en zeker zon in Nederland veel lager uitkomen. Hoe lager de EROI, hoe meer ondersteunende systemen, subsidies en netaanpassingen nodig zijn om dezelfde hoeveelheid bruikbare energie te leveren. Dat maakt een energiesysteem kwetsbaarder en duurder, stelt hij.
Beperkingen van zon en wind
Niemand twijfelt eraan dat zon en wind kunnen helpen om de uitstoot te verminderen. Maar volgens Berkhout worden de praktische nadelen onderschat. Het weer is grillig en de productie schommelt. Dat vraagt om stevige back-up, opslag en grote investeringen in het netwerk om pieken en dalen op te vangen. Zonder die maatregelen dreigen storingen en stijgen de kosten, aldus zijn analyse.
Hij betoogt dat het verstandig was geweest om alle effecten van deze variabiliteit vooraf volledig door te rekenen. In zijn visie had de overheid dan nooit tegelijk betrouwbare fossiele capaciteit afgebouwd en afhankelijkheid van wind en zon fors vergroot. Het resultaat is volgens hem een systeem dat veel geld kost, maar in kritieke momenten niet levert wat nodig is.
Tijd voor kernenergie
Daarom pleit Berkhout voor een duidelijke koerswijziging: zet groots in op kernenergie. Hij ziet zowel grote als kleine modulaire reactoren als logische pijlers onder een stabiel, betaalbaar en schoon systeem. Kerncentrales draaien continu, hebben een hoge energiedichtheid en vragen relatief weinig ruimte. Bovendien kunnen ze voorspelbaar plannen en zo de basislast garanderen die industrie en huishouden dagelijks nodig hebben.
In zijn ogen is dit de enige manier om op de lange termijn echte leveringszekerheid te garanderen, zonder dat we blijven leunen op import of noodgrepen bij tekorten. Subsidies voor technieken die onvoldoende leveren, kunnen dan worden afgebouwd en gericht worden ingezet waar ze het meeste effect hebben: in innovatie, nieuwe kerntechnologie en slimme netoplossingen.
Gas uit eigen bodem als brug
Tot de eerste nieuwe kerncentrales draaien, duurt het jaren. Voor die tussenperiode pleit Berkhout voor een pragmatische stap: benut het aardgas dat nog onder onze voeten zit. Hij wijst erop dat er in Nederland naar schatting honderden miljarden kubieke meters winbare voorraden resteren. Met moderne, aangepaste technieken zou winning volgens hem veiliger en verantwoordelijker kunnen, zeker als er stevig wordt geïnvesteerd in monitoring, schadepreventie en een rechtvaardige vergoeding voor omwonenden.
Financieel kan dat volgens hem fors schelen. Eigen gas vermindert importafhankelijkheid, drukt de energierekening en levert inkomsten op die weer kunnen worden ingezet voor versterking van huizen, lokale voorzieningen en de energietransitie zelf. Voorwaarde is wel dat het draagvlak goed wordt georganiseerd en afspraken helder en bindend zijn.
De rol van de politiek
Alles staat of valt met duidelijke keuzes. Berkhout vraagt om leiderschap: beleid dat begint bij leveringszekerheid en betaalbaarheid, en dat technische en economische feiten vooropzet. Dat betekent volgens hem: reken door wat bronnen echt opleveren, bouw stabiele capaciteit op, en gebruik tijdelijke oplossingen die het systeem sterker maken in plaats van fragieler.
Dat vraagt ook om eerlijkheid richting burgers en bedrijven. Niet elke belofte kan tegelijk worden waargemaakt. Investeringen in netwerk, opslag en nieuwe kerncapaciteit kosten tijd en geld, maar leveren volgens hem op termijn rust en voorspelbaarheid op. Zonder die basis blijven we kwetsbaar voor prijsschokken en politieke chantage van buitenaf.
Wat betekent dit voor de energierekening?
Voor veel huishoudens draait het uiteindelijk om twee vragen: is er genoeg stroom en gas, en wat kost het? In het scenario dat Berkhout schetst, moet de korte termijn worden gestabiliseerd met eigen gas en zorgvuldig beheer van het huidige systeem. Tegelijk wordt de lange termijn veiliggesteld door kernenergie op te schalen en variabele bronnen slim in te passen waar ze het beste werken. Als dat lukt, dalen de systeemkosten en wordt de rekening voorspelbaarder.
Belangrijk is wel dat investeringen niet versnipperen. Heldere prioriteiten, snellere vergunningen en strakkere regie zijn nodig om te voorkomen dat projecten vastlopen of dubbel werk wordt gedaan. Dat vergt politieke moed en consistentie over kabinetsperiodes heen.
Tot slot
Het signaal van Berkhout is stevig maar duidelijk: zet koers naar een energiebeleid dat werkt wanneer het erop aankomt. Dat betekent nú kiezen voor betrouwbare productie, groots inzetten op kernenergie en in de overgangsperiode verstandig omgaan met eigen gas. Zon en wind houden hun plek, maar niet als dragers van het hele systeem. De kern van zijn betoog: zorg eerst voor zekerheid en betaalbaarheid, bouw dan stap voor stap verder aan verduurzaming die technisch en economisch klopt.
De discussie hierover zal ongetwijfeld doorgaan. Maar één ding is helder: zonder stabiele basis blijft de energietransitie een wankel bouwwerk. Het is aan de politiek om die basis te leggen, met oog voor feiten, veiligheid en het dagelijkse leven van mensen.









