Het Europees kampioenschap parazwemmen dat dit jaar in Nederland zou plaatsvinden, gaat definitief niet door. De organiserende bond en de overheid konden geen akkoord bereiken met het Internationaal Paralympisch Comité (IPC) over de deelnamevoorwaarden. Volgens betrokkenen vroeg het IPC om een harde garantie dat ook atleten uit Rusland en Belarus onder hun nationale vlag mochten starten. Het kabinet-Jetten wilde of kon die garantie niet geven. Daardoor is het toernooi in Nederland van de baan en is er vooralsnog geen nieuw gastland gevonden. Voor veel parazwemmers is dat een flinke klap, omdat dit evenement gold als belangrijk meetmoment richting de Paralympische Spelen van 2028 in Los Angeles.
Achtergrond: een belangrijk toernooi valt weg
Het EK Parazwemmen is een van de grootste evenementen in de parasport in Europa. Het toernooi biedt startplekken, rankingpunten en vaak limietkansen voor WK’s en uiteindelijk de Spelen. De Koninklijke Nederlandse Zwembond (KNZB) had de organisatie naar Nederland gehaald, in samenwerking met het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en lokale partners. Met een goede infrastructuur, ervaren officials en een enthousiast vrijwilligersnetwerk leek alles klaar voor een sterk kampioenschap.
De internationale context speelde echter al langer mee. Het IPC hief in september vorig jaar de schorsing van Rusland en Belarus op, waardoor sporters uit die landen weer mogen meedoen aan internationale kwalificatiewedstrijden, onder voorwaarden van het IPC en per evenement. Voor dit EK legde het IPC naar verluidt vast dat deelname onder nationale vlag en symbolen gewaarborgd moest zijn. Dat punt bleek in Nederland niet te borgen.
Tijdlijn en besluitvorming
In de aanloop naar het evenement lagen er conceptafspraken op tafel tussen de KNZB, het IPC en de overheid. Bij internationale toernooien vraagt de internationale bond vaak om garanties over zaken als veiligheid, visa, logistiek én deelnamevoorwaarden. In dit geval ging het om de expliciete garantie rondom vlaggen en symbolen.
De KNZB legde de vraag neer bij VWS en het kabinet. Nederland hanteert sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne een strikte lijn ten aanzien van officiële Russische en Belarussische staatssymbolen op sportpodia. Het kabinet gaf aan die lijn niet te willen verlaten. Daarmee kon Nederland niet voldoen aan de gevraagde IPC-garantie. Zonder die zekerheid kon het contract met het IPC niet worden afgerond en viel de organisatie in Nederlandse handen weg.
Het IPC verkende daarop alternatieve gastlanden. Tot op heden is er geen opvolger die het evenement binnen de geplande periode kan overnemen. Daarmee is het risico groot dat het EK in zijn geheel wordt geschrapt of naar een later moment verschuift.
Standpunten van de betrokken partijen
De KNZB spreekt van een teleurstellende uitkomst voor sporters, coaches en vrijwilligers. De bond zegt de internationale regels en wensen van het IPC te respecteren, maar is tegelijk gebonden aan nationale wet- en regelgeving en beleidslijnen van het kabinet. Zonder politieke toestemming voor deelname onder Russische en Belarussische vlag was er geen juridische basis om de gewenste garantie af te geven.
Vanuit de overheid klinkt dat Nederland consistent wil blijven in het eigen sanctie- en symbolenbeleid, en dat uitzonderingen juridisch en maatschappelijk moeilijk verdedigbaar zijn. Het kabinet benadrukt in dergelijke dossiers vaak de verantwoordelijkheid voor veiligheid, handhaafbaarheid en gelijke behandeling. In deze zaak weegt die afweging zwaarder dan het doorgaan van het toernooi onder de door het IPC gevraagde voorwaarden.
Het IPC houdt vast aan uniforme deelnamevoorwaarden voor zijn kampioenschappen. Sinds de opheffing van de schorsing mogen Russische en Belarussische sporters, volgens IPC-regels, onder strikte voorwaarden weer starten in kwalificatiewedstrijden. Voor dit EK lag er dus de eis tot garantie van deelname onder nationale vlag. Als een gastland die voorwaarde niet kan of wil garanderen, zoekt het IPC in principe een andere host.
Gevolgen voor de sporters
De directe gevolgen zijn groot. Atleten verliezen een toernooi met internationale concurrentie, waar ze vorm, limieten en rankingpunten hadden willen scoren. Voor sommigen was dit EK gepland als piekmoment in de cyclus richting het WK en uiteindelijk Los Angeles 2028. Het schrappen of uitstellen van het toernooi schuift trainingsplannen op, heeft invloed op kwalificatiemodellen en zorgt voor extra onzekerheid in een discipline waar planning en begeleiding cruciaal zijn.
Financieel en praktisch is de schade ook merkbaar. Teams hebben vaak al geïnvesteerd in voorbereidingsstages, materiaal en medische begeleiding. Een vervangend toernooi is niet zomaar geregeld. Bovendien is het wedstrijdschema internationaal druk. Het inhalen van een volledig EK vraagt om beschikbare zwembaden, officials, vrijwilligers en tv-faciliteiten. Zonder snelle beslissing kan de kalender vollopen, met het risico dat er minder representatieve alternatieven overblijven.
Internationale context en precedent
Sport en geopolitiek raken elkaar vaker sinds de oorlog in Oekraïne. Internationale bonden zoeken naar één lijn, terwijl nationale overheden eigen wetten, sancties en veiligheidsinschattingen hanteren. Dat levert verschillen op per land en per evenement. In sommige sporten wordt deelname van Russische en Belarussische atleten beperkt tot neutrale status, elders zijn nationale symbolen toegestaan of juist verboden. Voor toernooiorganisatoren betekent dit dat zij rekening moeten houden met uiteenlopende eisen, juridische risico’s en publieke opinie.
Het wegvallen van dit EK past in die bredere worsteling. Waar internationale bonden streven naar uniforme regels, botsen die soms met de politieke realiteit in een gastland. Het gevolg kan zijn dat evenementen verhuizen, worden uitgesteld of in het uiterste geval geheel verdwijnen van de kalender. Dat raakt vooral de sporters, die zelf geen partij zijn in het geopolitieke debat, maar wel afhankelijk zijn van een stabiele en eerlijke wedstrijdstructuur.
Hoe nu verder?
Het IPC onderzoekt of een ander Europees land het kampioenschap alsnog kan organiseren. Belangrijk daarbij zijn beschikbaarheid van een geschikt bad, financiering, logistiek en de bereidheid om de gevraagde deelnamevoorwaarden te garanderen. Lukt dat niet op korte termijn, dan zijn er twee scenario’s: een verschuiving naar later in het jaar, of het schrappen van deze editie met compensatiemaatregelen in de kwalificatiestructuur richting 2028.
Voor de KNZB en TeamNL Parazwemmen is het zaak om snel alternatieve wedstrijdmomenten te vinden. Dat kan via wereldbekers, internationale Invitationals of nationale toernooien met internationale status, mits die door het IPC worden erkend voor ranking en limieten. Coaches zullen planningen aanpassen en zoeken naar prikkelende races, zodat atleten niet te lang zonder sterke competitie blijven.
Wat dit betekent richting Los Angeles 2028
Hoewel de Spelen van 2028 nog ver weg lijken, telt elke cyclus. Rankingmomenten en minima zijn verspreid over meerdere jaren. Een gemist EK hoeft niet fataal te zijn, maar kan wel de druk op latere kwalificatiemomenten verhogen. Als meer landen in dezelfde positie zitten, kan de concurrentie op de overgebleven toernooien toenemen. Dat vraagt om goede afstemming tussen bonden en het IPC om de route naar de Spelen eerlijk en werkbaar te houden.
Conclusie
Het niet-doorgaan van het EK Parazwemmen in Nederland is het resultaat van een botsing tussen internationale deelnamevoorwaarden en nationaal beleid. Het kabinet-Jetten gaf geen garantie voor deelname onder Russische en Belarussische vlag. Het IPC hield vast aan die voorwaarde. Daardoor valt een belangrijk evenement van de kalender, met directe impact op atleten die toewerken naar Los Angeles 2028. Of er snel een nieuw gastland opstaat, is nu de grote vraag. Tot die tijd proberen bonden en teams de schade te beperken met alternatieve wedstrijden, in de hoop dat de kwalificatieroute voor alle sporters eerlijk en haalbaar blijft.









