Wim Kieft heeft genoeg van het hardnekkige beeld dat Wout Weghorst ‘niet kan voetballen’. In de podcast KieftJansenEgmondGijp neemt de oud-spits van Oranje het nadrukkelijk op voor de aanvaller van Ajax. Weghorst stond afgelopen weekend eindelijk weer eens in de basis, maar Ajax kwam niet verder dan 0-0 bij PEC Zwolle. Volgens Kieft lag dat niet aan de inzet of kwaliteiten van de spits, maar aan het gebrek aan aanvoer. “Wout kreeg geen bal,” vatte hij het droog samen.
Kieft ergert zich aan het oordeel over Weghorst
De kritiek op Weghorst is al langer hetzelfde: hij zou te beperkt zijn aan de bal. Kieft vindt dat te simpel. “Je kunt elke keer herhalen dat hij niet zo goed kan voetballen,” zei hij, “maar dan moet je hem wel in de zestien zien te bereiken. Dat gebeurt niet.” Het is precies het punt dat Kieft vaker maakt over diepe spitsen van het type Weghorst: ze renderen pas als het team om hen heen de bal snel en gericht in de box brengt.
Weghorst is 49-voudig international en begon het seizoen nog als basisspeler bij Ajax. Begin december raakte hij geblesseerd. In zijn afwezigheid greep Kasper Dolberg zijn kans. Sindsdien is Weghorst vaker de tweede optie. Tegen PEC Zwolle kreeg hij weer het vertrouwen vanaf de aftrap, maar hij kon het duel niet naar zich toe trekken. “Als je hem niet bedient, ga je ook geen goals maken op deze manier,” aldus Kieft.
Het gemis aan aanvoer bij Ajax
De irritatie van Kieft raakt aan een bredere vraag: hoe krijgt Ajax meer rendement uit de spitspositie? Een targetman als Weghorst leeft van voorzetten, lage cutbacks en vroege ballen vanaf de flank. Ook corners en vrije trappen zijn voor hem vaak een wapen. In Zwolle ontbrak die aanvoer volgens Kieft vrijwel volledig. Backs kwamen zelden tot een goede voorzet en middenvelders zochten te weinig de dieptepass richting de punt van de aanval.
Het gevolg: een spits die vooral loopt, duelleert en ruimtes bezet, maar weinig wordt gevonden. Wie dan alleen naar zijn balcontacten kijkt, ziet al snel een speler die ‘niets brengt’. Kieft draait dat om: eerst moet de rest van het elftal hem proberen te bereiken in de zone waar hij gevaarlijk is. Pas daarna kun je een eerlijk oordeel vellen over zijn bijdrage.
Daarmee raakt Kieft ook aan een tactische kwestie. Als een ploeg langzaam opbouwt, veel breed speelt en weinig risico neemt richting de zestien, dan komt een opportunistische afmaker vanzelf in de kou te staan. Ajax zal dus keuzes moeten maken: meer tempo in de passing, backs hoger laten spelen, sneller de voorzet, en een nummer tien die dicht tegen de spits aanschuift om tweede ballen op te rapen.
De terugkeer na blessure en de concurrentiestrijd
Na zijn blessure in december moest Weghorst toekijken hoe Dolberg het stokje overnam. De Deen is een ander type spits. Hij laat zich vaker uitzakken, speelt combinaties in de voet en zoekt de subtiliteit in plaats van de pure strijd. Voor trainers is dat een interessante keuze: ga je voor iemand die meevoetbalt, of voor iemand die vooral afmaakt? In wedstrijden waarin Ajax veel aan de bal is maar weinig doorbrak, kan een pure spits juist het verschil maken. Kieft pleit er daarom voor om Weghorst eerlijk te beoordelen op wat hij is: een afmaker die bediend moet worden.
Het duel met PEC Zwolle was voor Weghorst zijn eerste basisplaats in langere tijd. Ritme, vertrouwen en automatismen kosten dan altijd een paar wedstrijden. Dat maakt het extra belangrijk dat de ploeg hem in stelling brengt. Een vroege goal kan een spits als Weghorst meteen lucht geven en de discussie verstommen. Zonder tastbare kansen stapelt de twijfel zich op, in het elftal én daarbuiten.
Dolberg of Brobbey? Kieft kiest onomwonden
In de podcast kwam ook de vraag langs of Ajax met Brian Brobbey en Jorrel Hato in de basis wél had kunnen meedoen om de landstitel. Kieft gelooft daar niet in. Hij vindt Brobbey niet duidelijk beter dan Dolberg en draait het zelfs om: “Ik denk dat Dolberg beter is.” Dat is een prikkelende stelling, want Brobbey staat bekend om zijn kracht, diepgang en rendement. Dolberg heeft juist zijn techniek, afwerking en rust in de zestien als visitekaartje.
De vergelijking laat zien dat het debat bij Ajax niet alleen over namen gaat, maar over profielen. Wat heeft dit elftal het hardst nodig? Een balvaste speler die anderen laat aansluiten? Een sprongkrachtige kapstok voor voorzetten? Of een lopende spits die ruimtes trekt? Kieft lijkt te suggereren dat de verhoudingen in de frontlinie vooral moeten kloppen met het plan van het team. Zelfs de beste spits wordt tandeloos als de rest van het elftal hem niet helpt.
De rol van Hato, die wordt genoemd in dezelfde vraag, is in dit verband een andere. Hij is een jonge verdediger met leiderschap en rust aan de bal. Dat helpt in de opbouw en in het verdedigen van grote ruimtes, maar het lost niet automatisch het probleem van doelpunten op. Ook daar zit Kieft’s nuchterheid: een solide achterhoede is de basis, maar zonder aanvoer en scherpte voorin win je geen wedstrijden.
Wat nu voor Ajax en Weghorst?
Door het gelijkspel in Zwolle laat Ajax opnieuw punten liggen in een duel dat het op papier zou moeten winnen. De staf staat voor een keuze in de spitspositie. Krijgt Weghorst een reeks wedstrijden om ritme en vertrouwen op te bouwen, met duidelijke afspraken over de aanvoer? Of blijft Dolberg eerste keus en is Weghorst de stormram voor het laatste half uur? Wat de keuze ook wordt, Kieft legt de lat bij het totale aanvalsspel, niet bij één schakel.
Op het trainingsveld liggen voor de komende weken logische accenten: meer herhaling in de voorzetvarianten, backs die afwisselend overlappen en onderdoor gaan, een nummer tien die de tweede bal wint, en middellijners die eerder durven te spelen op de punt. Ook standaardsituaties verdienen aandacht; met Weghorst in de ploeg is elk goed genomen hoekschop of vrije trap een potentieel verschilmoment.
Debat blijft losbarsten, uitslag bepaalt het gelijk
Zoals vaker in Amsterdam borrelt het debat meteen op: is het de spits of is het de aanvoer? Kieft heeft met zijn uitspraken een duidelijke steen in de vijver gegooid. Hij verdedigt de specialistische waarde van een klassieke nummer 9 en legt de verantwoordelijkheid bij het team om die kwaliteit te benutten. Voorlopig spreken de cijfers niet in het voordeel van Ajax’ aanval. De komende weken zullen laten zien of er wordt doorgepakt met scherpere keuzes en meer directe ballen richting de zestien.
Voor Weghorst is de opdracht helder: blijven werken, blijven lopen, en klaarstaan voor het moment dat de bal wél komt. Voor Ajax is de opdracht nog duidelijker: sneller en overtuigender spelen om de spits in stelling te brengen. Doet de ploeg dat, dan verdwijnen de discussies vanzelf. Lukt het niet, dan blijven de vragen over de spitspositie terugkeren, of hij nu Weghorst, Dolberg of Brobbey heet.
Conclusie
Kieft is uitgesproken: stop met het dooddoen van Weghorst als voetballer en kijk eerst naar hoe Ajax zijn spits bedient. Tegen PEC Zwolle kreeg de Oranje-international te weinig bruikbare ballen om het verschil te maken. De concurrentiestrijd met Dolberg en de terugkerende vergelijking met Brobbey houden het vuur warm, maar de kern blijft het aanvalsspel van het team. Als Ajax daarin stappen zet, kan elke spits renderen. De volgende wedstrijden worden de lakmoesproef: niet voor één speler, maar voor het plan.








