Het is pijnlijk om te zien hoe snel iemand kan veranderen: van een moedige stem tegen religieuze onderdrukking naar een keurige spreekbuis van de grachtengordel. Zo oogt Lale Gül ineens. In een recente uitzending liet ze een houding zien die weinig ruimte laat voor de mensen die dit land draaiend houden. Samen met Jort Kelder verdedigde ze het idee dat de Tweede Kamer vooral gevuld zou moeten zijn met academici. Alsof ambachtslieden, ondernemers of vakmensen onvoldoende zouden begrijpen hoe de samenleving werkt. Het ademt de arrogantie van een diploma-democratie.
De draai van Lale Gül
Gül, zelf studente sociologie, schoof aan in een gesprek waar de toon al snel elitair werd. Het ging onder meer over PVV-Kamerlid Rachel van Meetelen, die jaren als ondernemer met een poffertjeskraam de kost verdiende. In de kringen waar Gül en Kelder zich prettig in voelen, klinkt dat blijkbaar “minderwaardig”. Want hoe kan iemand die met haar handen in het beslag en de klei staat, zich buigen over “complexe dossiers”?
Wat er werd gezegd
Gül omarmde openlijk het standpunt dat vooral hogeropgeleiden in het parlement thuishoren. Volgens haar – in lijn met Jort Kelder – heb je universitair geschoolden nodig die goed kunnen lezen, analyseren en ingewikkelde vraagstukken begrijpen, zoals de stikstofproblematiek. Daarbij werd op spottende toon gerefereerd aan beroepen als poffertjesbakkers, schilders en andere vakmensen. Het impliciete oordeel: prima voor op de markt, niet geschikt voor de Kamer. Gül gaf aan dat ze zich in die redenering kon vinden.
Waarom dit schuurt
Laten we dat ontleden. Het idee dat een universiteitsdiploma automatisch leidt tot beter beleid, is op z’n minst discutabel. Neem de stikstofcrisis. Die is in hoge mate gevormd door modellen, regels en juridische constructies waar vooral academici en beleidsmakers hun handtekening onder hebben gezet. Het gevolg kennen we: boeren klem, bouw stil, en een enorme kloof tussen papier en praktijk.
Een boer met mbo-achtergrond kent de natuur van binnenuit. Een mkb’er die elke dag risico’s neemt en personeel betaalt, begrijpt de economie op een manier die je niet uit een collegeboek haalt. Een ondernemer met een poffertjeskraam weet precies wat toezicht, vergunningen, stijgende kosten en schaarste betekenen in het echte leven. Het is naïef om te doen alsof die ervaring minder waard is dan een reeks theoretische analyses. Journalist Wierd Duk legde eerder al uit hoe carrièrepolitici die rechtstreeks uit de collegebanken komen, vaak tekortschieten als het erop aankomt.
Wie dan in één adem Mark Rutte, Sigrid Kaag of Rob Jetten noemt als bewijs dat academische klasse gelijkstaat aan bestuurlijke daadkracht, komt al snel bedrogen uit. Alle drie kwamen ze met indrukwekkende cv’s binnen, maar niemand kan volhouden dat Nederland daardoor automatisch beter bestuurd werd. Intelligentie is niet hetzelfde als opleiding, en opleiding is niet hetzelfde als geschiktheid.
Volksvertegenwoordiging, geen universiteitsraad
De Tweede Kamer heeft die naam niet voor niets: het is de vertegenwoordiging van het volk. Dat betekent een afspiegeling van de hele samenleving. Niet alleen van de stafkamer aan de universiteit of de borreltafel in de grachtengordel. Als je uitsluitend theoretici kiest, krijg je beleid dat op papier klopt, maar in de praktijk vastloopt. Precies dat zien we al jaren gebeuren.
We hebben dus juist méér mensen nodig die weten hoe Nederland buiten de ring functioneert: chauffeurs die voelen wat een stijgende dieselprijs betekent, zorgmedewerkers die dagelijks tekorten en regels ervaren, slagers, metselaars en kleine ondernemers die elke cent moeten omdraaien en tóch willen investeren. Zulke stemmen brengen realiteitszin en relativeringsvermogen in een debat dat te vaak blijft hangen in abstracte termen en modieuze woorden.
De minachting voor het ambacht
De manier waarop over Rachel van Meetelen werd gesproken, zegt veel. Alsof een ondernemer uit het ambacht per definitie niet kan meedenken over begrotingen, wetgeving of energiebeleid. Het tegendeel is waar. Wie een bedrijf runt, neemt elke dag beslissingen over mensen, geld en regels. Die praktijkkennis is goud waard in Den Haag.
Het treurige is dat Lale Gül, zelf afkomstig uit een milieu dat niet altijd door de elite wordt omarmd, nu lijkt mee te trappen naar beneden. Alsof toetreden tot de “juiste” kringen pas telt als je afstand neemt van de “gewone man”. Het klinkt als een D66-reflex: vertrouwen op de expert, wantrouwen richting de burger. Die reflex vergroot de kloof en ondermijnt het draagvlak voor beleid.
Een andere wereld buiten de ivoren toren
Gelukkig klonk er aan tafel ook tegenspraak. Politicoloog Raymond Mens wees erop dat slim zijn en goed opgeleid zijn niet hetzelfde zijn, en dat geschiktheid voor de Kamer vooral te maken heeft met karakter, ervaring en gezond verstand. Een poffertjesondernemer die een goedlopend bedrijf bouwde, beschikt vaak over meer managementvaardigheden en mensenkennis dan een ambtenaar die zijn loopbaan slijt met memo’s. Dat is geen romantiek, dat is dagelijkse realiteit.
Het dedain richting de kiezer – “te dom om te besturen, te dom om te besluiten” – voedt het wantrouwen in de politiek. En het beperkt zich niet tot sociaal-economische thema’s: het is dezelfde houding die morele thema’s wegzet als ouderwets of achterlijk. Die minachting is niet alleen onterecht, ze is gevaarlijk. Zonder respect voor de burger kun je onmogelijk duurzaam besturen.
Waar het echt om zou moeten draaien
Debatten over kennis en kwaliteit in de Kamer zijn nuttig. Maar laat de uitkomst niet zijn dat alleen academische diploma’s toegang geven. Vraag liever: heeft iemand bewezen dat hij of zij verantwoordelijkheid kan dragen? Staat iemand met beide benen in de samenleving? Kan iemand luisteren, afwegen en uitleggen? Dan maakt achtergrond minder uit. Een goed team in de Kamer is als een goed bedrijf: je hebt denkers én doeners nodig, generalisten én specialisten, regels én realiteitszin.
Vooruitkijken
Het is te hopen dat dit debat geen elitair filter wordt op onze democratie, maar een wake-upcall: de Kamer moet de samenleving weerspiegelen, niet een studeerkamer. Meer waardering voor ambacht, ondernemerschap en praktisch verstand is geen luxe, maar bittere noodzaak. De mensen die dit land bouwen, voeden en verzorgen, verdienen ook een plek aan de tafel waar de knopen worden doorgehakt.
Laat daarom niet de diploma’s, maar het gezond verstand voorop staan. Spreek je uit als beleid de realiteit uit het oog verliest, en laat merken dat de macht pas gezag heeft als ze luistert. De arrogantie van boven verdwijnt pas als het geluid van beneden niet langer wordt genegeerd. Dat is geen oproep tot polarisatie, maar tot herstel van evenwicht: de Kamer is van ons allemaal.
Kern: de democratie vraagt om denkers én doeners. Niet minder, niet meer.








