Een speciaal politieteam heeft volgens de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) jarenlang meer informatie over demonstranten en mogelijke relschoppers verzameld dan de wet toestaat. In geheime dossiers kwamen niet alleen hun gedragingen rond protesten terecht, maar ook gevoelige gegevens zoals gezondheid, religie, politieke voorkeur en zelfs seksuele gerichtheid. De toezichthouder ziet daarvoor geen duidelijke wettelijke basis en waarschuwt voor risico’s voor de rechtsstaat. Oud-NSC-voorman Pieter Omtzigt vermoedt bovendien dat deze aanpak ook tijdens de coronaprotesten en de daaropvolgende rellen is gebruikt.
Wat het politieteam doet
Het gaat om het Team Openbare Orde Inlichtingen (TOOI). Dit team probeert vooraf in te schatten waar en wanneer onrust kan ontstaan, bijvoorbeeld rond demonstraties, voetbalwedstrijden of andere drukke evenementen. Om die inschatting te maken, verzamelt de politie in stilte informatie over personen die eerder bij incidenten betrokken waren. Volgens berichtgeving in het AD gebeurt dat structureel en met het doel risico’s tijdig te signaleren, zodat ingrijpen sneller en gerichter kan.
Inzet van burgerinformanten
De AP schrijft dat de politie daarbij soms burgerinformanten inzet. Dat zijn mensen uit de directe omgeving van de betrokkene, zoals kennissen, buren of collega’s, die informatie delen met de politie. Met die tips en observaties bouwt het team profielen op van mogelijke ordeverstoorders. Omdat deze informatie deels uit persoonlijke kring komt, is controle op juistheid en context kwetsbaar. Ook is voor betrokkenen vaak onduidelijk dat ze in een dossier staan of hoe ze zich daartegen kunnen verweren.
AP: wettelijke basis ontbreekt
De politie beroept zich voor deze methode op een wetsartikel dat een ‘geringe inbreuk’ op de privacy toestaat om de openbare orde te beschermen. Maar volgens de AP is die inbreuk in de praktijk niet gering. Het onderzoek schetst dat het team op juridisch ‘flinterdun ijs’ opereert, omdat een duidelijke en precieze wettelijke grondslag ontbreekt. De toezichthouder concludeert dat de huidige regels niet toereikend zijn voor de omvang en diepgang van de informatieverzameling die nu plaatsvindt.
Gevoelige gegevens in dossiers
Uit het rapport blijkt dat het inlichtingenteam langdurig verschillende aspecten van iemands leven onder de loep neemt. Daardoor ontstaat bijna een compleet beeld van een persoon. In de dossiers duiken bovendien categorieën op die als zeer gevoelig gelden: gegevens over iemands gezondheid, religieuze overtuiging, politieke voorkeur en seksuele gerichtheid. Dit zijn bijzondere persoonsgegevens, die volgens de AP extra bescherming verdienen omdat ze sneller kunnen leiden tot uitsluiting of discriminatie. De vraag is of het doel van openbare-ordebewaking het verzamelen van zulke gegevens rechtvaardigt en of dat proportioneel gebeurt.
Reactie van de toezichthouder
AP-voorzitter Aleid Wolfsen noemt de bevindingen zorgelijk. Volgens hem staat er meer op het spel dan alleen procedurele details. Als de politie ingrijpt in grondrechten, zoals het recht op privacy, demonstratie en vrije meningsuiting, moet dat helder in de wet zijn vastgelegd en nauwkeurig zijn afgebakend. Dat voorkomt willekeur en waarborgt rechtszekerheid. Wolfsen pleit daarom voor duidelijke regels: als de samenleving deze manier van werken nodig vindt, moet de wet daarop worden aangepast. Zo niet, dan moet de politie met deze praktijk stoppen.
Omtzigt ziet link met coronaperiode
De politieke discussie over dit soort politiewerk speelt al langer. Pieter Omtzigt stelt dat vergelijkbare methoden waarschijnlijk ook zijn ingezet tijdens de coronademonstraties en de ongeregeldheden die toen plaatsvonden. Op X wees hij op het gebruik van vergaande middelen door teams als TOOI en PLOOI, ook in de context van voetbalgeweld. Volgens Omtzigt wilde een meerderheid in de Tweede Kamer juist daarom nader onderzoek, om te achterhalen wat er precies is gebeurd en of de wet voldoende waarborgen biedt.
Lopend onderzoek na aangenomen motie
In 2024 nam de Tweede Kamer een motie aan van Omtzigt en PvdA-Kamerlid Songül Mutluer. Die motie vroeg toezichthouders om onderzoek te doen naar de werkwijze van politieteams die tijdens de coronaperiode inlichtingen verzamelden rond demonstraties en openbare orde. Omtzigt stelt dat dit onderzoek nog niet is afgerond. Eerder lag de focus vooral op de veiligheidsdiensten, niet op deze specifieke politieteams. De uitkomsten van het gevraagde onderzoek moeten duidelijk maken welke methoden precies zijn gebruikt, hoe informatie is vastgelegd en wie daar toegang toe had.
Keuze ligt nu bij de politiek
De AP legt de bal nadrukkelijk bij de Tweede Kamer. Als Den Haag vindt dat dit soort informatieverzameling noodzakelijk is om de openbare orde te beschermen, moet de wet daar expliciet ruimte voor maken, inclusief strenge voorwaarden en toezicht. Is er geen politiek draagvlak, dan moet de politie ermee stoppen. De AP zegt de ontwikkelingen scherp te volgen en zo nodig in te grijpen. Daarmee komt de vraag centraal te staan of en hoe Nederland voorspellend politiewerk wil toestaan, en welke waarborgen dan onmisbaar zijn.
Wat staat er op het spel?
Het debat draait om een lastige afweging. Aan de ene kant wil de overheid onrust en geweld voorkomen, liefst voordat het uit de hand loopt. Snel en gericht optreden kan veiligheid vergroten. Aan de andere kant raken ondoorzichtige verzamelpraktijken aan kernvrijheden en kunnen ze een afschrikkend effect hebben op burgers die willen demonstreren. Zonder heldere grenzen, onafhankelijke controle en strikte dataminimalisatie is het risico op fouten, bevooroordeelde selecties en misbruik reëel. Ook vragen over bewaartermijnen, databeveiliging en correctierechten van betrokkenen moeten helder worden beantwoord.
Vooruitblik
De komende maanden draait het om twee lijnen. Ten eerste de afronding van het gevraagde onderzoek naar de politieteams en hun rol tijdens de coronaperiode. De resultaten daarvan zullen de politieke discussie richting geven. Ten tweede een mogelijk wetstraject waarin het kabinet en de Kamer bepalen of, en onder welke voorwaarden, politiediensten dergelijke gegevens mogen verzamelen. Tot die tijd ligt er druk op korpsen om kritisch te kijken naar hun huidige werkwijze en waar nodig bij te sturen. De inzet van burgerinformanten en het opnemen van bijzondere persoonsgegevens zullen daarbij waarschijnlijk centraal staan. De uitkomst van dit debat zal bepalen waar Nederland de grens trekt tussen veiligheid en grondrechten, en hoe zorgvuldig die grens in de praktijk wordt bewaakt.








