Over een week, op 18 maart, gaan Nederlanders naar de stembus voor de gemeenteraadsverkiezingen. Een nieuwe peiling van Ipsos I&O laat zien dat lokale partijen opnieuw de grootste worden. Van de landelijke partijen lijkt vooral GroenLinks-PvdA kans te maken om als sterkste uit de bus te komen. De peiling zet de verhoudingen kort voor de stembusgang scherp neer en benadrukt tegelijkertijd dat de opkomst opnieuw een zorgenkindje is.
Zo is het onderzoek uitgevoerd
Voor de peiling ondervroeg Ipsos I&O 2132 Nederlanders van 18 jaar en ouder. Deelnemers gaven hun voorkeur op basis van de partijen die in hun eigen gemeente op de kieslijst staan. Dat is belangrijk, omdat niet elke partij overal meedoet en lokale lijsten per gemeente verschillen.
Opgeteld komen alle lokale partijen samen uit op 34,5 procent van de stemmen. Daarmee zijn de lokalen als geheel opnieuw de grootste ‘partij’. Bij de vorige verkiezingen in 2022 haalden zij samen 31,2 procent. De trend dat kiezers vaker kiezen voor lijsten die dicht bij de lokale praktijk staan, zet dus door.
Opkomst blijft zorgen baren
De opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen ligt traditioneel lager dan bij Tweede Kamerverkiezingen. In 2022 was die met 51 procent historisch laag. Ook dit jaar overweegt een groot deel van de kiesgerechtigden thuis te blijven. Ipsos I&O sluit zelfs niet uit dat de opkomst nóg lager kan uitvallen dan vier jaar geleden.
Een lage opkomst kan de verhoudingen flink beïnvloeden. In gemeenten waar gemotiveerde achterbannen trouw komen stemmen, kunnen partijen relatief groter worden dan hun werkelijke draagvlak. Lokale lijsten, die vaak sterk leunen op betrokken buurt- en dorpsnetwerken, profiteren daar doorgaans van.
Stand van de landelijke partijen
De gezamenlijke lijst GroenLinks-PvdA staat in de peiling op 17,3 procent van het stemtotaal. Daarmee lijkt de combinatie de best presterende landelijke speler te worden, al blijven de verschillen per gemeente groot. Daarachter volgen VVD met 11,4 procent, D66 met 8,7 procent, CDA met 8,6 procent en CU-SGP met 7,3 procent. Het beeld is dus dat de grote landelijke merken nog altijd een stevige basis hebben, maar dat het lokale blok samen duidelijk domineert.
De lijsten van GroenLinks en PvdA doen in veel gemeenten samen mee of trekken gezamenlijk op. Dat geeft herkenbaarheid en kan twijfelaars houvast bieden. Tegelijkertijd blijven gemeenteraadsverkiezingen sterk draaien om lokale thema’s, waardoor de landelijke verhoudingen niet één-op-één te vertalen zijn.
Rechts van de VVD blijft achter
Forum voor Democratie lijkt terrein te winnen ten opzichte van 2022: van 1,1 procent naar 3,8 procent. Toch hebben partijen rechts van de VVD – zoals PVV, FvD, JA21 en BBB – in totaal slechts zo’n 7 procent van de stemmen in deze peiling. Dat staat in schril contrast met landelijke peilingen, waar dit blok samen rond de 30 procent kan halen.
Een deel van die kloof is eenvoudig te verklaren: veel van deze partijen doen niet in alle gemeenten mee. Ook spelen lokale onderwerpen, zoals woonbeleid, veiligheid in de wijk en de staat van wegen en groen, een grotere rol dan nationale debatten. Dat werkt in het voordeel van partijen die lokaal stevig zijn ingebed en een bekend gezicht hebben in de gemeenteraad.
Wie kiest voor lokaal?
Kiezers van lokale partijen zijn, gemiddeld genomen, wat rechtser georiënteerd. Het zijn iets vaker mannen dan vrouwen, relatief vaak woonachtig in de zuidelijke provincies en vooral ouder dan de gemiddelde kiezer. Dat profiel sluit aan bij het beeld van kiezers die hechten aan praktische oplossingen dichtbij huis en die minder behoefte hebben aan ideologische labels.
Lokale lijsten zetten vaak in op zichtbaarheid in de buurt: korte lijnen met verenigingen, ondernemers en zorgaanbieders, en een focus op heel concrete zaken zoals parkeerbeleid, onderhoud van straten en speelplaatsen, of de aanpak van overlast. Dat soort tastbare thema’s slaat aan bij mensen die vooral willen dat er iets geregeld wordt in hun straat of wijk.
Twijfelaars en belangrijke thema’s
Op dit moment heeft 26 procent van de kiezers nog geen vaste voorkeur. Dat betekent dat de allerlaatste week van de campagne nog veel kan schuiven. In het onderzoek noemen respondenten vooral veiligheid en wonen als belangrijkste thema’s. Denk bij veiligheid aan de aanpak van overlast, ondermijning, verkeersveiligheid en het gevoel van leefbaarheid in de wijk. Bij wonen gaat het om betaalbare huur- en koopwoningen, doorstroming, starterskansen en het tempo van bouwen.
Voor partijen is dit een duidelijke aanwijzing om de boodschap te verscherpen: concreet maken wat er in de buurt verandert, hoe de gemeente sneller kan bouwen en welke maatregelen de openbare orde versterken. Kiezers die nu nog twijfelen, zoeken vaak naar helderheid en haalbare plannen.
Wat betekenen deze cijfers?
Als de peiling uitkomt, wordt het opnieuw puzzelen in veel gemeenteraden. De versnippering blijft groot en samenwerking is onvermijdelijk. Lokale partijen spelen daarbij in veel gemeenten een sleutelrol, als eerste of tweede partij aan tafel. Landelijke partijen zullen op lokaal niveau pragmatische coalities moeten sluiten, vaak over traditionele links-rechtsgrenzen heen.
Voor GroenLinks-PvdA is een sterke uitslag een opsteker: het bevestigt dat een gezamenlijke aanpak ook lokaal kan werken. Voor VVD, D66 en CDA geldt dat stabiele, herkenbare lokale profielen het verschil maken. En voor rechtse partijen buiten de VVD blijft het meedoen in zoveel mogelijk gemeenten een voorwaarde om landelijke steun te vertalen naar lokale zetels.
Methodologische kanttekeningen
Zoals altijd is een peiling een momentopname. In de laatste week kunnen debatten, lokale kwesties of campagne-initiatieven nog voor beweging zorgen, zeker met een kwart van de kiezers die nog zweeft. Daarnaast verschilt het aanbod van partijen per gemeente, wat de optelsom op landelijk niveau lastig maakt. De resultaten geven een bruikbaar beeld van trends, maar in het stemhokje wordt de echte uitslag bepaald.
Vooruitblik naar 18 maart
De slotweek draait om zichtbaarheid en vertrouwen. Verwacht nog campagnebezoeken in winkelstraten, lokale debatten en discussies over veiligheid en wonen. Voor kiezers is dit het moment om programma’s te vergelijken, een stemhulp te doen en vooral te kijken naar wat er in de eigen gemeente op het spel staat.
De peiling van Ipsos I&O schetst een duidelijke lijn: lokale partijen blijven sterk, GroenLinks-PvdA is de koploper onder de landelijke merken en de opkomst kan de doorslag geven. Op 18 maart weten we of dat beeld standhoudt – en welke coalities daarna de wijken, dorpen en steden gaan besturen.
Kernachtig samengevat: lokale lijsten staan op winst, GroenLinks-PvdA leidt bij de landelijke partijen, rechts van de VVD blijft achter, en veiligheid en wonen bepalen de campagnetoon. De komende dagen zijn cruciaal voor twijfelaars én voor partijen die nog net dat laatste zetje willen geven.








