Nog voor het kabinet-Jetten goed en wel op gang is, steekt er een serieus probleem de kop op binnen de coalitie. Uit representatief onderzoek van het Hart van Nederland Panel blijkt dat de achterban van de VVD opvallend kritisch is over het nieuwe minderheidskabinet. Waar kiezers van D66 en het CDA overwegend positief reageren, overheersen bij VVD-stemmers scepsis en onvrede. Dat is een lastige start voor een kabinet dat toch al leunt op een wankele parlementaire basis.
Cijfers die opvallen
De uitkomsten laten weinig ruimte voor twijfel. Slechts 20 procent van de VVD-stemmers zegt blij te zijn met het nieuwe kabinet. Daartegenover staat dat 53 procent ontevreden is. Ter vergelijking: bij D66-stemmers is 20 procent niet blij met het kabinet, bij het CDA 28 procent. Die kloof wijst erop dat juist in de liberale achterban de weerstand groot is, terwijl twee coalitiepartners hun kiezers meer aan boord lijken te hebben.
Spijt onder VVD-kiezers
De ontevredenheid vertaalt zich in spijt over het stemgedrag. Maar liefst 27 procent van de VVD-stemmers zegt achteraf spijt te hebben van hun keuze bij de laatste verkiezingen. Dat percentage is het hoogste onder alle onderzochte kiezersgroepen. Het voedt het beeld dat een flink deel van de liberale achterban zich niet thuis voelt bij de huidige koers en samenstelling. Voor een kabinet dat stabiliteit wil uitstralen, is dat geen geruststellend signaal.
Kwetsbare start voor minderheidskabinet
Het kabinet staat er door deze uitkomsten kwetsbaar voor. Als minderheidskabinet is steun van oppositiepartijen nodig om wetgeving door het parlement te loodsen. Interne onrust kan het zich dan moeilijk permitteren, zeker niet in de vroege fase. Het onderzoek onderstreept dat punt. Het vertrouwen in het nieuwe team is over de hele linie laag, en binnen de VVD-achterban springt het gebrek aan enthousiasme in het oog.
Vertrouwen in vergelijking met vorige kabinet
Het verschil met het vorige kabinet valt op. Van de D66-stemmers zegt 77 procent meer vertrouwen te hebben in de nieuwe ploeg dan in de vorige. Bij de VVD is dat slechts 35 procent. Een groep van 45 procent van de VVD-stemmers geeft juist aan minder vertrouwen te hebben dan voorheen. Dat zijn forse cijfers die laten zien dat het vertrouwen in eigen gelederen broos is. Voor de coalitie betekent dit dat herstel van geloofwaardigheid prioriteit moet krijgen.
Vrees voor verdeeldheid
Binnen de VVD-achterban leeft bovendien de angst dat het land verder uiteen zal drijven. 61 procent van de VVD-stemmers vreest dat dit minderheidskabinet zorgt voor meer verdeeldheid in de samenleving. Bij D66 en het CDA ligt dat percentage beduidend lager. Ook bij de achterbannen van GL-PvdA, de Partij voor de Dieren en de ChristenUnie deelt slechts een minderheid die zorg. De uitkomst suggereert dat vooral liberale kiezers onzeker zijn over de koers en het politieke klimaat dat daaruit kan volgen.
Beperkt draagvlak voor de koers
Ook op de inhoud is het draagvlak bij VVD-kiezers smal. Slechts 22 procent vindt dat het kabinet de juiste prioriteiten stelt. Evenveel respondenten zeggen zich vertegenwoordigd te voelen door dit kabinet. Zes op de tien VVD-stemmers voelen zich dat juist niet. Dat is een stevige waarschuwing: zonder herkenbare prioriteiten en gevoel van vertegenwoordiging wordt het lastig om steun vast te houden, laat staan uit te bouwen.
Mogelijke oorzaken en context
Het onderzoek noemt geen oorzaken, maar de politieke context speelt mee. Een minderheidskabinet moet per dossier meerderheden zoeken. Dat vraagt om compromissen die niet altijd aansluiten bij de voorkeuren van een enkele achterban. Verder kan de breuk met gewoontes uit eerdere kabinetten, en de belofte van een andere bestuursstijl, voor onzekerheid zorgen. Wat voor de één een frisse start is, kan voor de ander voelen als verlies aan richting of invloed. Zulke dynamiek werkt vaak sterker bij kiezers die gewend zijn geweest dat hun partij de toon zette.
Gevolgen voor coalitie en oppositie
Politiek gezien dwingt dit beeld de coalitie tot een scherp plan. Binnen de VVD zal druk ontstaan om herkenbare accenten te leggen, zeker op thema’s die traditioneel belangrijk zijn voor de achterban. Denk aan economie, veiligheid en bestuur. Voor D66 en het CDA geldt dat hun relatief positieve achterban steun biedt om te investeren in zichtbare resultaten. Tegelijk moeten partijen voorkomen dat profilering onderling botst en het beeld van verdeeldheid voedt. In de Kamer wordt de zoektocht naar wisselende meerderheden intussen bepalend. Oppositiepartijen kunnen dossiers kiezen waarop zij invloed willen uitoefenen, maar ook momenten markeren waarop zij afstand nemen. Elke mislukte onderhandeling versterkt het idee van bestuurlijke zwakte; elk zichtbaar succes kan juist vertrouwen terugwinnen.
Communicatie en haalbare mijlpalen
Het kabinet zal helder moeten communiceren over keuzes en volgorde. Kiezers haken aan bij concrete, haalbare stappen die merkbaar verschil maken in het dagelijks leven. Dat vraagt om scherpe prioriteiten en een duidelijke uitleg waarom precies voor die volgorde wordt gekozen. Snelle, uitlegbare resultaten kunnen het vertrouwen een zetje geven. Tegelijk blijft transparantie over tegenslagen nodig, juist om de verwachting te managen in een minderheidsconstructie waar niet alles maakbaar is.
Wat staat er op het spel?
De druk is hoog. Als de kloof met de VVD-achterban blijft bestaan, riskeert de coalitie interne frictie en een wankel wetgevend ritme. Aan de andere kant laat de positievere houding van D66- en CDA-kiezers zien dat er ruimte is om te bouwen aan draagvlak, mits de opbrengst van beleid zichtbaar wordt. De vraag is of het kabinet snel genoeg balans kan vinden tussen compromissen sluiten en herkenbaar leiderschap tonen richting eigen kiezers.
Vooruitblik
De komende maanden zijn bepalend. Met duidelijke prioriteiten, zichtbare resultaten en een open toon richting zowel coalitiepartners als oppositie kan het kabinet het vertrouwen stap voor stap vergroten. Lukt dat niet, dan blijft het beeld hangen van een kabinet dat meer verdeelt dan verbindt, zeker onder VVD-kiezers. Een volgende peiling zal laten zien of de neerwaartse trend keert. Tot die tijd is de opdracht helder: laat zien wat werkt, leg uit wat niet lukt, en bouw aan een meerderheid die verder reikt dan de eigen kring.









