De nieuwjaarsnacht ligt nog maar net achter ons. Terwijl de as van de Vondelkerk nog nasmeult en de ME in meerdere steden moest ingrijpen, zette Caroline van der Plas (BBB) op 1 januari 2026 een scherpe boodschap neer. Volgens haar is het geweld rond oud en nieuw geen kwestie van te weinig regels, maar het gevolg van een dieper probleem: een crisis in gedrag en respect voor gezag. Een land dat steeds meer inzet op nieuwe verboden, misleidt volgens haar de goedwillende burger. De oplossing ziet zij in nultolerantie voor geweld en intimidatie, niet in extra beperkingen voor mensen die zich wél aan de regels houden.
De illusie van het vuurwerkverbod
De roep om een landelijk verbod op consumentenvuurwerk klinkt luider dan ooit, vooral bij D66 en partijen uit het politieke midden. Van der Plas prikt die aanpak door. Niet het vuurwerk zelf veroorzaakt het probleem, zegt ze, maar de mensen die het misbruiken om chaos en schade aan te richten. Een verbod op legaal, gecontroleerd vuurwerk is volgens haar een maatregel die niets heelt. Je verliest de grip op wat er op straat gebeurt, terwijl zwaar, illegaal vuurwerk via omwegen nog altijd binnenkomt.
Het is een patroon dat we vaker zien als de overheid de controle op straat verliest. In plaats van de daders die hulpverleners bekogelen en gebouwen slopen hard aan te pakken, is het eenvoudig om een traditie te beperken voor de grote groep die het netjes viert. Van der Plas waarschuwt dat we volgend jaar met angst in het hart naar oudejaarsnacht kijken, als de politiek enkel inzet op een verbod. Zolang gedrag niet verandert, blijft de ellende bestaan, met of zonder nieuwe regels.
Onhoudbare situatie voor onze hulpverleners
De BBB-voorvrouw sprak ook haar waardering uit voor de mensen die in de frontlinie stonden: politie, brandweer, boa’s en ambulancemedewerkers. Zij hadden een nacht waarin werken bijna ondoenlijk werd, met doelbewuste intimidatie en aanvallen door relschoppers. Van der Plas dankt hen voor hun inzet, maar zegt erbij dat een bedankje niets waard is als er geen harde maatregelen volgen.
Het debat over de jaarwisseling moet volgens haar snel en stevig worden gevoerd in de Tweede Kamer. Niet alleen over milieu en fijnstof, maar over de vraag hoe we de gezagscrisis keren. Nultolerantie noemt zij de enige taal die relschoppers begrijpen. Het kan niet zo zijn dat de ME moet uitrukken om kerken of sporthallen te beschermen, terwijl daders daarna wegkomen met een waarschuwing of lichte taakstraf. Dan staat de autoriteit van de staat ter discussie.
Een vooruitblik naar een onzeker 2026
Van der Plas schetst het risico van een aanpak die uitsluitend inzet op verbieden. Als legaal en veilig vuurwerk verdwijnt, ontstaat een schaduwmarkt waar de politie nauwelijks zicht op heeft. De prullen en pijlen worden dan zwaarder en gevaarlijker, en komen terecht bij mensen die toch al maling hebben aan de regels. Dat is het recept voor een nog grimmigere jaarwisseling richting 2027.
Daar komt bij dat de politieke verhoudingen weinig hoopgevend lijken, vreest ze. Met Thom van Campen (VVD) als nieuwe Kamervoorzitter en een aankomende premier uit D66, Rob Jetten, is de kans aanwezig dat het debat zich versmalt tot bekende reflexen: praten over beleving en belemmeringen, minder over respect voor de politie en de noodzaak van handhaving. Volgens Van der Plas snakt het land naar een overheid die zichtbaar de orde herstelt, niet naar nog meer verboden waar de nette meerderheid last van heeft en de kleine harde kern zich niets van aantrekt.
Tijd voor een aanpak bij de wortel
In haar boodschap sluit Van der Plas af met een welgemeende nieuwjaarswens, maar ook met een duidelijke eis. Geef steun aan de mensen die rechtstreeks zijn geraakt door de incidenten en pak de aanstichters aan. Verleg de focus van het object naar het individu: niet het vuurwerk ligt op het hakblok, maar het gedrag van de dader.
2026 zou, als het aan haar ligt, het jaar moeten worden waarin we stoppen met wegkijken en sussen. Handhaving moet duidelijk en consequent zijn, straffen moeten voelen, en de straat moet weer van de samenleving zijn, niet van de groep die geweld normaal vindt. Als die omslag uitblijft, voorspelt ze dat elke volgende jaarwisseling grimmiger wordt en we elk jaar dezelfde discussie voeren met steeds hogere inzet.
Wat er nu nodig is
De kern van de oproep is eenvoudig: durf te kiezen voor een harde lijn tegen geweld, intimidatie en vernieling. Zet extra capaciteit in op de plekken waar het misgaat. Zorg voor snelle aanhouding, vervolging en passend strafrecht, en bescherm zichtbaar de mensen die het werk moeten doen op straat. Combineer dat met betere grenscontroles en internationale samenwerking om de instroom van zwaar illegaal vuurwerk te beperken.
Tegelijk is er een taak voor gemeenten en organisatoren om veilige alternatieven en duidelijke spelregels te bieden. Waar vuurwerk nog is toegestaan, moet verkoop, voorlichting en toezicht op orde zijn. Waar een lokaal verbod geldt, moet de handhaving stevig genoeg zijn om het ook echt te laten werken. De boodschap moet helder zijn: vieren mag, vernielen niet.
Slot
De analyse van Van der Plas legt een pijnpunt bloot dat al langer voelbaar is. Niet nog een regel, maar een duidelijke norm. Niet de brave burger straffen, maar de dader aanpakken. De komende weken zal blijken of het debat in Den Haag die richting op beweegt. Als de politiek kiest voor een aanpak bij de wortel, kan 2026 het jaar worden waarin we de balans tussen vieren en veiligheid terugvinden. Doen we dat niet, dan staat nu al vast dat we volgend jaar dezelfde beelden zien, met nog grotere risico’s voor hulpverleners en omwonenden.








