Progressief Nederland (PRO) staat opnieuw bovenaan in de jongste zetelpeiling van Ipsos I&O met 26 zetels. Toch tekent zich tegelijk een opvallende verschuiving af: steeds meer Nederlanders plaatsen zichzelf aan de rechterkant van het politieke spectrum. Het levert een paradoxaal beeld op van een land waar links de grootste partij levert, terwijl de kiezer zich rechtser noemt. De peiling is afgenomen van 11 tot en met 13 april 2026 en is de eerste meting sinds de nieuwe partijnaam PRO, voortgekomen uit de fusie van GroenLinks en PvdA.
Pro bovenaan, maar geen doorbraak
Hoewel PRO de lijst aanvoert, is er geen sprake van een grote sprong vooruit. In vergelijking met maart wint de partij slechts één zetel. De koppositie komt dus niet zozeer door een riante groei bij PRO zelf, maar vooral door bewegingen elders in het politieke veld.
Verschuivingen bij andere partijen
In het midden en aan de rechterkant valt meer onrust te zien. D66 levert vijf zetels in en zakt naar negentien. De VVD staat met twintig zetels daar net boven. De PVV komt uit op achttien zetels. Dat heftige geschuif verklaart waarom PRO bovenaan eindigt zonder grote groei: linkse kiezers bundelen hun steun, terwijl rechts meer versnipperd is.
Die versnippering aan de rechterkant is al langer zichtbaar. Waar linkse stemmers zich nu relatief eensgezind achter één grote partij scharen, verdelen rechtse kiezers hun voorkeur over meerdere partijen. Het gevolg: geen enkele rechtse partij weet de koppositie te pakken, ondanks het feit dat het rechtse kamp als geheel groeit in omvang.
Winnaars en verliezers sinds 2025
Ten opzichte van de Tweede Kamerverkiezingen van 2025 verandert er meer onder de motorkap. D66 (-7), PVV (-8), CDA (-4) en BBB (-2) staan in de min. Daartegenover boeken PRO (+6), FvD (+6) en JA21 (+4) terreinwinst. Dit zijn geen marginale verschuivingen: het zegt iets over het zoekende electoraat, zowel in het midden als aan de flanken.
Waar kiezers naartoe bewegen
Een deel van de verschuivingen is goed te verklaren door overstappers tussen partijen. Ongeveer 17 procent van de voormalige D66-stemmers kiest nu voor PRO. Zij geven aan teleurgesteld te zijn in het huidige kabinet en hopen via PRO toch invloed te houden op een linkse, progressieve koers. Voor PRO is dat een belangrijke bron van groei, zeker in een periode waarin de partij vooral stabiliteit wil uitstralen na de fusie.
Aan de rechterzijde is de dynamiek anders. Veel PVV-stemmers blijven bij hun rechts-conservatieve ideeën, maar verkassen naar andere partijen. Forum voor Democratie trekt kiezers aan die nadrukkelijk kiezen voor een harde lijn op migratie en islam. JA21 wint onder kiezers die een rechtere koers wensen, maar hechten aan wat zij als ‘redelijkheid’ en bestuurlijke aanpak zien. Zo ontstaan aan de rechterkant verschillende loketten voor verschillende accenten, wat de versnippering versterkt.
Rechts groeit in zelfbeeld
Misschien wel het meest in het oog springend is de ontwikkeling in hoe Nederlanders zichzelf politiek indelen. Drie jaar geleden noemde 30 procent van de kiezers zich (centrum-)links; nu is dat 26 procent. Tegelijkertijd ziet de helft van de Nederlanders zichzelf als (centrum-)rechts. Dat is een stijging van tien procentpunt in drie jaar tijd. Ook ten opzichte van anderhalf jaar geleden is er een verschuiving: toen noemde 45 procent zich rechts, nu 50 procent.
Die trend helpt te verklaren waarom rechtse partijen als geheel aantrekkelijk blijven, ook al vertaalt dat zich niet automatisch in een duidelijke winnaar op rechts. Kiezers vinden wél hun weg naar een rechtere koers, maar ze doen dat verspreid over meerdere partijen met elk een eigen profiel.
Wat dit zegt over het politieke landschap
De combinatie van een linkse koploper en een rechtser zelfbeeld onder kiezers wijst op een politiek landschap in beweging. Links profiteert momenteel van concentratie: wie links wil stemmen, komt snel bij PRO uit. Rechts heeft de wind in de rug als het gaat om voorkeuren, maar verliest slagkracht door de onderlinge concurrentie. Dat maakt het moeilijker om de eerste plaats te veroveren, zelfs als er inhoudelijk momentum is.
Voor strategische stemmers levert dit een herkenbaar dilemma op. Linkse kiezers die maximale invloed willen, kiezen eerder voor één duidelijke partij. Rechtse kiezers die vooral een bepaalde koers of toon zoeken, hebben de keuze uit meerdere partijen die nét iets anders benadrukken. Het is de vraag of die versnippering richting de volgende verkiezingen afneemt, bijvoorbeeld door lijsttrekkersdebatten, een campagneklimaat of duidelijke profilering op een paar sleutelthema’s zoals migratie, koopkracht en klimaat.
Context voor PRO: fusie en herkenbaarheid
De rebranding naar PRO, als uitkomst van de fusie tussen GroenLinks en PvdA, lijkt in elk geval niet te hebben geschaad. De eerste peiling na de nieuwe naam levert geen spectaculaire groei op, maar wel stabiliteit en de koppositie. Voor een samengaan dat inzet op herkenbaarheid, een verenigd linkse verhaal en minder onderlinge competitie aan de linkerkant, is dat een veelbelovende tussenstand.
Methode en periode van de peiling
De meting is uitgevoerd door Ipsos I&O, een van de vaste spelers in de Nederlandse peilingwereld. De data zijn verzameld van 11 tot en met 13 april 2026. Belangrijk om te benadrukken: een peiling is geen voorspelling, maar een momentopname. Zetelaantallen kunnen schommelen door nieuwsontwikkelingen, campagne-activiteiten en strategisch stemgedrag. Toch geven deze cijfers waardevolle richting aan bredere trends, zoals de toegenomen rechtere zelfidentificatie en de linkse concentratie rond PRO.
Vooruitblik
De komende maanden draait het om twee vragen. Eén: weet rechts de versnippering te doorbreken, bijvoorbeeld door scherpere profilering of onderlinge verschuivingen die tot een natuurlijk zwaartepunt leiden? Twee: kan PRO de positie als grootste partij vasthouden als de campagne oplaait en het debat scherper wordt? Antwoorden daarop hangen af van concrete thema’s die kiezers raken: migratie, koopkracht, wonen, zorg en klimaat. Zolang rechts verdeeld blijft en links geconcentreerd, heeft PRO de beste uitgangspositie. Maar met de helft van het electoraat die zich (centrum-)rechts noemt, is het krachtenveld verre van beslist.
Kortom: PRO staat bovenaan, maar de kiezer schuift op naar rechts. Wie die twee lijnen weet te verenigen in een aansprekend verhaal en een herkenbare koers, kan de sleutel tot de volgende verkiezingswinst in handen krijgen. Welke partij groeit in 2026 het hardst door? De peilingen geven eerste hints, de campagne zal de doorslag geven.








