Gianni Infantino kan zich een WK voetbal met 64 landen goed voorstellen. De FIFA-voorzitter zei in een interview met het Zwitserse Blue Sport dat het idee na afloop van dit toernooi “zeker” op tafel moet komen. Volgens hem moet niet alleen Europa en Zuid-Amerika kunnen dromen van deelname, maar “de hele wereld”. Het is een duidelijke hint dat de wereldvoetbalbond opnieuw wil nadenken over uitbreiding, nog voordat het eerste WK met 48 landen is gespeeld.
Wat Infantino precies voorstelt
Het WK van 2026, dat plaatsvindt in de Verenigde Staten, Canada en Mexico, wordt het eerste mondiale toernooi met 48 deelnemende landen. Voor die editie staat een schema van 104 wedstrijden gepland. Infantino ziet een volgende stap voor zich. Als het deelnemersveld groeit naar 64 landen, zou het programma uitkomen op 128 duels. Dat zijn er 24 meer dan in de huidige opzet voor 2026.
In zijn gesprek met Blue Sport noemde Infantino de uitbreiding naar 48 landen nu al “een enorm succes”. Hij wees daarbij op het stijgende niveau wereldwijd. In veel landen is het nationale elftal professioneler georganiseerd en worden talenten eerder ontdekt en beter begeleid. Dat maakt, zegt hij, de kloof tussen traditionele toplanden en opkomende teams kleiner.
Waarom 64 landen volgens de FIFA aantrekkelijk kan zijn
De redenering achter verdere groei is duidelijk. Meer deelnemers betekenen meer representatie uit alle continenten. Dat vergroot de kans voor opkomende voetbalregio’s om op het grootste podium ervaring op te doen. Tegelijkertijd levert het commercieel extra inkomsten op uit tv-rechten, sponsoring en kaartverkoop. En hoe meer landen meedoen, hoe meer fans wereldwijd zich direct bij het toernooi betrokken voelen.
Infantino benadrukt al langer dat het WK niet het private domein van Europa en Zuid-Amerika mag blijven. In Afrika, Azië en Noord- en Midden-Amerika groeit de sport razendsnel, met lokale competities die professioneler worden en infrastructuur die verbetert. Voor FIFA past een extra uitbreiding in die groeistrategie.
Format, kalender en logistiek: de praktische gevolgen
Een WK met 64 landen vraagt om een doordacht speelschema. Bij 48 teams is voor 2026 gekozen voor toernooiregels die het aantal wedstrijden opvoeren naar 104, met behoud van voldoende rustdagen. Gaat het naar 64, dan komt de grens van 128 wedstrijden in beeld. Dat stelt hoge eisen aan de kalender, de beschikbaarheid van stadions en de reislogistiek voor teams en supporters.
Er zijn verschillende modellen mogelijk. Denk aan zestien poules van vier landen, waarbij de nummers één en twee doorgaan naar de knock-outfase. Dan blijft de duur van het toernooi min of meer gelijk, maar is wel een compacte speeldagindeling nodig. Een alternatief is een poulefase met driekamerschema’s of een extra tussenronde om het aantal knock-outwedstrijden te sturen. Elk model heeft voor- en nadelen voor sportieve eerlijkheid, hersteltijd en fanspreiding.
Wat betekent dit voor spelers en clubs?
Meer wedstrijden in een toch al volle kalender is een gevoelig thema. Spelersvakbonden en clubs uit Europa waarschuwen geregeld voor overbelasting. Bij 128 duels worden rustmomenten, rotaties en medische begeleiding nóg belangrijker. FIFA zal daarom moeten aantonen dat blessurerisico’s beheersbaar blijven en dat clubs hun internationals in goede gezondheid terugkrijgen.
Daar staat tegenover dat een groter WK extra kansen creëert voor spelers uit landen die nu zelden of nooit meedoen. Een debuut op het hoogste podium kan carrières versnellen en de voetbalcultuur in die landen duurzaam versterken. Het is de balans tussen topsport, gezondheid en wereldwijde ontwikkeling die in de besluitvorming centraal zal staan.
2030: toernooi over meerdere continenten
Het volgende WK na 2026 is in 2030. De hoofdorganisatie ligt bij Spanje, Portugal en Marokko. Daarnaast worden ook enkele openingswedstrijden in Zuid-Amerika gespeeld: in Argentinië, Uruguay en Paraguay. Die keuze is symbolisch vanwege het honderdjarig jubileum van het toernooi, dat in 1930 in Uruguay begon. De gedachte aan 64 teams is in Zuid-Amerika al eens geopperd, al is daar nog niets over besloten.
Een toernooi over meerdere continenten laat zien dat FIFA bereid is creatief met het format en de organisatie om te gaan. Tegelijk roept het praktische vragen op: reisafstanden, tijdzones en belasting voor spelers en supporters. Deze thema’s komen ook bij een deelnemersveld van 64 landen nadrukkelijk in beeld.
Reacties en kritiek uit de voetbalwereld
Infantino’s ambitie roept voorspelbaar discussie op. In talkshows en onder analisten klinken kritische geluiden. Zo noemde René van der Gijp de FIFA-voorzitter “niet goed bij zijn hoofd” in het tv-programma Vandaag Inside, naar aanleiding van diens eerdere uitspraken over verdere groei. Zulke reacties illustreren de spanning tussen sportieve zuiverheid en commerciële expansie die het debat al jaren tekent.
Tegenstanders vrezen dat een nóg groter toernooi het niveau verwatert, dat de poulefase langer wordt en dat sterke landen pas laat echt getest worden. Ook bestaat de angst dat de kalender voor profs uit topcompetities te zwaar wordt. Voorstanders wijzen juist op de verrassingen die recente eindtoernooien brachten en op het feit dat ‘kleine’ landen steeds beter zijn voorbereid. De afstand wordt kleiner, zeggen zij, en een groter podium versnelt die ontwikkeling.
Verdeling van startbewijzen en belangen per continent
Een sleutelvraag bij 64 deelnemers is hoe de plekken over de continenten worden verdeeld. Bij 48 teams kreeg Afrika meer startbewijzen, net als Azië en CONCACAF. Europa moest relatief inleveren als percentage van het totaal, al blijft UEFA de grootste leverancier van WK-deelnemers. Een stap naar 64 zou vooral extra kansen bieden voor Afrika, Azië en mogelijk Oceanië, dat bij 48 teams al een directe plek kreeg.
Voor confederaties betekent dit ook strategische keuzes. Meer plekken vergroot de kans op kwalificatie, maar verandert de waarde van regionale toernooien en play-offs. En voor FIFA is het balanceren tussen sportieve kwaliteit, geografische spreiding en politieke verhoudingen binnen de bond.
Economische impact en gastlanden
Financieel is de rekensom helder: meer wedstrijden en meer markten leveren doorgaans hogere inkomsten op. Tv-partners en streamers krijgen een groter pakket, sponsoren profiteren van langere zichtbaarheid en gaststeden zien meer bezoekers. Maar de keerzijde is er ook. De organisatorische lat komt hoger te liggen. Stadions, trainingsfaciliteiten, hotels, vervoer en veiligheid moeten op orde zijn voor een nog grotere stroom mensen.
Het ligt voor de hand dat een WK met 64 landen vaker verdeeld wordt over meerdere landen, zoals in 2026. Daarmee spreid je de last én de lusten. Grote infrastructuurinvesteringen kunnen bovendien beter worden benut als ze gedeeld worden. Tegelijk moet FIFA waken voor te grote reisafstanden en moet de fanervaring centraal blijven staan.
Hoe het besluitvormingsproces werkt
Infantino kan een richting aangeven, maar de beslissing over een verdere uitbreiding wordt niet op eigen houtje genomen. De FIFA-Raad bereidt voorstellen voor, commissies wegen sportieve, financiële en organisatorische aspecten, en uiteindelijk besluiten de betrokken organen over het toernooiformat. Daarbij wordt geluisterd naar confederaties, nationale bonden, spelers- en clubsorganisaties en mediapartners.
Dat Infantino spreekt over “zeker overwegen” na dit toernooi, wijst erop dat de evaluatie van de 48-landenedite cruciaal is. Hoe bevalt het programma met 104 wedstrijden? Is de speeltijd eerlijk verdeeld? Hoe ervaren spelers, trainers en fans het toernooi? Die lessen zijn bepalend voordat een volgende sprong wordt gezet.
Kwaliteit van het mondiale voetbal
Een veelgehoord argument vóór uitbreiding is de zichtbare verbreding van de wereldtop. Landen uit Afrika en Azië boeken in de jeugd al jaren aansprekende resultaten. Ook in Noord- en Midden-Amerika is het profvoetbal professioneler geworden, met betere opleidingsprogramma’s en een internationale doorstroom van talent. Het gat met traditionele toplanden lijkt kleiner. Verrassingen in recente eindtoernooien worden gebruikt als aanwijzing dat de tijd rijp is voor meer deelnemers.
Tegenstanders wijzen erop dat individuele stunts nog geen structurele gelijkwaardigheid betekenen. Een groter toernooi kan ook leiden tot meer wetteloze poulewedstrijden, waarbij voorzichtig spel en risicomijdend voetbal de boventoon voeren. Het format zal daarom zo ontworpen moeten worden dat sportieve prikkels goed blijven, bijvoorbeeld door de opbouw van de knock-outrondes en duidelijke incentives in de poulefase.
Wat 2026 laat zien
Het WK 2026 wordt de lakmoesproef. Met drie gastlanden, langere reistijden en 48 teams moet blijken hoe het publiek, de teams en de markt reageren. De ticketvraag, de tv-kijkcijfers en de waardering van fans ter plaatse en thuis zijn graadmeters. Als de organisatie soepel loopt en de sportieve kwaliteit overeind blijft, groeit de roep om nog meer wereldwijde inclusie. Loopt het stroef, dan zal de roep om voorzichtigheid aan kracht winnen.
Zuid-Amerikaanse invalshoek
Dat het idee van 64 teams in Zuid-Amerika al eens is geopperd, is niet verrassend. De regio heeft een rijke WK-historie en een immense fanbasis. Met de symbolische openingswedstrijden in 2030 in Argentinië, Uruguay en Paraguay staat het continent bovendien in de schijnwerpers. Tegelijk is de concurrentie er hevig en zijn de middelen ongelijk verdeeld. Een groter toernooi zou de deur openen voor meer landen uit de regio, maar vraagt ook om sterke regionale kwalificaties en strakke organisatie.
Wat willen fans en mediapartners?
Fans willen vooral herkenbare, betekenisvolle wedstrijden en een toernooi dat te volgen is zonder dat het uitwaaiert. Voor mediapartners is de balans tussen veel content en hoge kwaliteit essentieel. Een toernooi van 128 wedstrijden biedt meer zendtijd, maar moet wel ritme en spanning vasthouden. Slimme speeldagen, duidelijke tijdsloten en compacte reisclusters voor supporters zijn daarom belangrijk als het ooit naar 64 teams gaat.
Samenvatting en vooruitblik
Infantino heeft de deur geopend naar een nieuw debat: moet het WK nóg groter worden, van 48 naar 64 landen? Zijn argumenten zijn bekend. Meer landen, meer dromen, meer groei. Het prijskaartje is eveneens duidelijk: 128 wedstrijden in plaats van 104, een zwaardere kalender en hogere organisatorische eisen. Voorstanders zien een kans om het mondiale voetbal verder te verbreden. Critici vrezen overbelasting, verwatering en logistieke complexiteit.
De komende periode staat in het teken van evalueren. Hoe bevalt de eerste editie met 48 landen en 104 wedstrijden? Welke lessen zijn er voor speelschema, rusttijden en fanbeleving? Pas als die antwoorden op tafel liggen, kan FIFA een weloverwogen besluit nemen. Voor nu is één ding zeker: de discussie over de toekomst van het WK is nog lang niet klaar. En wat er ook besloten wordt, de uitkomst zal het mondiale voetbal voor jaren vormen.








