Een harde verdediger met een zachte kant
John de Wolf stond bekend als een keiharde verdediger en is assistent-trainer van Feyenoord, maar in een gesprek met LINDA laat hij zijn kwetsbare kant zien. Hij vertelt over zijn moeder, die tien jaar Alzheimer had en afgelopen zomer overleed.
Achter de no-nonsense uitstraling schuilt een zoon die worstelt met gemis, herinneringen en onmacht. De Wolf deelt intieme momenten met zijn moeder en beschrijft hoe liefde en pijn naast elkaar bestonden tijdens haar lange ziekte en het onvermijdelijke afscheid.
Tien jaar Alzheimer en een vroeg afscheid
Hij noemt zichzelf een moederskindje en bracht vroeger talloze uurtjes bij haar door. Toen Alzheimer zijn moeder verder wegnam, voelde het alsof het afscheid al vroeg begon. Elke bezoekdag werd een stapje loslaten, al probeerde hij haar vast te houden.
Op een gegeven moment kon hij het niet meer opbrengen om naar het verzorgingstehuis te gaan. Later won verlangen van de drempel. Op dagen vrij zei hij tegen zijn vrouw Inge: ‘Laten we gaan’, en liep hij haar kamer binnen.
Herkenning die verdween en woorden die pijn deden
Hij probeerde het contact te openen met een vertrouwd ritueel. ‘Mamski, ik ben het, John’, begon hij dan. Vaak kreeg hij te horen: ‘Ja, dat zal wel. Dat zeggen er zoveel.’ Begrijpelijk, maar toch sneed het hem door de ziel.
Je weet dat het de ziekte is, zei hij, en toch zakt de grond soms weg onder je voeten. De machteloosheid is groot wanneer herkenning vervaagt, terwijl de liefde die je voelt sterk blijft, hoe broos de momenten ook worden.
De laatste zomer, het telefoontje en de tranen
De dag voor vertrek op zomervakantie gingen John en zijn vrouw nog langs. Tijdens die vakantie belde zijn zus Petra met het nieuws dat hun moeder was overleden. Hij nam afscheid toen zij was opgebaard, waarna de opgekropte tranen kwamen.
Jarenlang had hij gedacht en soms uitgesproken dat hij hoopte dat ze in haar slaap zou sterven, uit genade. Toen het zover was, bleek het zwaarder dan verwacht. Nu is ze weg, en een bezoek brengen kan niet meer.
Angst voor later en een wens voor zijn kinderen
De gedachte dat hij zelf ooit dementie zou kunnen krijgen, bezorgt hem buikpijn. Zo wil hij niet eindigen, zegt hij. Als het zover kwam, zou hij vroeg willen ingrijpen, om zichzelf en de mensen om hem heen te sparen.
Bovenal wil hij voorkomen dat zijn kinderen meemaken wat hij met zijn moeder doormaakte. Die wens klinkt door in elk woord. Liefde, verlies en verantwoordelijkheid komen voor De Wolf samen, in een verhaal dat blijft hangen na die laatste zomer.








