Nederland brengt opnieuw een forse hoeveelheid brandstof uit de strategische voorraad op de markt. Het gaat om 50 kiloton diesel en 45 kiloton benzine, samen goed voor 753.000 vaten. De vrijgave werd donderdag bekendgemaakt door het ministerie van Economische Zaken.
De timing valt op, want in de Verenigde Staten loopt de druk op president Donald Trump op om de dieselprijs omlaag te krijgen. Volgens Den Haag is er echter geen sprake van een plotselinge koerswijziging.
Twee volle tanks gaan de markt op
Het ministerie maakte donderdag bekend dat twee volledige opslagtanks worden geleegd. De inhoud, diesel en benzine, gaat naar de hoogste bieder. Bij elkaar opgeteld komt dat neer op 753.000 vaten brandstof.
Diesel vormt met 50 kiloton het grootste deel van de partij, benzine volgt met 45 kiloton. Het is de derde keer dat Nederland een deel van de strategische reserve beschikbaar stelt aan de markt.
De afspraak dateert van voor de zomer
Van een overhaaste actie is volgens het kabinet geen sprake. Al voor de zomer werd vastgelegd dat delen van de voorraden geleidelijk naar de markt zouden gaan, verdeeld over meerdere momenten.
Minister Stientje van Veldhoven van Economische Zaken bevestigde dat vrijdag na afloop van de ministerraad. „Nederland ligt op schema”, zei de bewindsvrouw over de Nederlandse bijdrage aan de gezamenlijke vrijgave.
De timing roept toch vragen op
Toch is het moment van de aankondiging saillant. De vrijgave werd bekendgemaakt op een dag dat de Amerikaanse president in eigen land stevig onder druk staat vanwege de hoge brandstofprijzen.
In Europa wordt de stap gepresenteerd als uitvoering van bestaande afspraken. Vanuit Washington klinkt tegelijkertijd de eis dat het continent zijn strategische reserves sneller en ruimer aanspreekt.
Trump onder druk in eigen land
Trump heeft thuis een probleem. De prijs aan de pomp ligt hoog en binnen zijn eigen partij groeit de roep om ingrijpen. Republikeinen pleiten openlijk voor een exportverbod op diesel.
Zo’n verbod zou betekenen dat de Verenigde Staten geen diesel meer naar Europa sturen. Volgens Trump houdt Europa veel te veel diesel op voorraad en moet daar snel verandering in komen.
G7 opent de noodvoorraden
De G7-landen stellen de komende vier maanden tot 100 miljoen vaten olie en diesel uit hun noodvoorraden beschikbaar. Het gaat om Frankrijk, Duitsland, de Verenigde Staten, Canada, Italië, Japan en het Verenigd Koninkrijk.
De operatie wordt gecoördineerd door het Internationaal Energieagentschap. Dat liet de Franse president Emmanuel Macron weten, die op dit moment voorzitter is van de groep van zeven grote industrielanden.
Macron: exportverbod is van tafel
Volgens Macron heeft de gezamenlijke vrijgave het dreigende Amerikaanse exportverbod voorkomen. De landen spraken zich tijdens het overleg over de strategische reserves uitdrukkelijk uit tegen dergelijke handelsbeperkingen.
„We hebben ons samen geschaard achter de vrijgave van deze strategische reserves, met de nadruk op diesel, en we zetten ons er allemaal voor in dat er geen exportverboden komen. President Trump was hier met name heel duidelijk over”, aldus Macron.
Waarom een exportverbod Europa raakt
Een exportstop houdt Amerikaanse diesel binnen de eigen landsgrenzen. Meer aanbod op de thuismarkt betekent in theorie een lagere prijs voor de Amerikaanse automobilist, de transportsector en de landbouw.
De rekening verschuift daarmee naar Europa en Azië. Beide werelddelen importeren veel diesel uit de Verenigde Staten en zouden de gevolgen van zo’n maatregel direct voelen.
Nederland zit op 87 procent
Na het uitbreken van de oorlog met Iran zegde Nederland toe 5,4 miljoen vaten olie en olieproducten vrij te geven. Dat gebeurt in delen, verspreid over meerdere verkooprondes.
Met de derde vrijgave staat de teller op 4,7 miljoen verkochte vaten. Dat is ongeveer 87 procent van de bijdrage die Nederland aan de internationale actie heeft toegezegd.
Minister houdt zich op de vlakte
Over de Amerikaanse dreigementen wilde Van Veldhoven vrijdag weinig kwijt. Ze benadrukte vooral dat de Europese lidstaten gezamenlijk optrekken en zich houden aan wat eerder is afgesproken.
Wel erkende de minister dat niet elk land even snel levert. Volgens haar zijn er een paar lidstaten waar de vrijgave van de beloofde voorraden nog achterloopt.
Een signaal aan de achterblijvers
Die achterstand koppelt Van Veldhoven voorzichtig aan het Amerikaanse ongeduld. „Wellicht is het een signaal dat hen vraagt ook die beloofde vaten vrij te geven”, zei ze over de druk uit Washington.
Om welke landen het gaat en om welke hoeveelheden, liet de minister in het midden. Ze hield het bij de vaststelling dat Nederland zelf de gemaakte afspraken nakomt.
Witte tanks op drie plekken
De Nederlandse voorraden liggen opgeslagen in grote witte tanks. Het merendeel staat niet in Nederland zelf: 55 procent van de reserve bevindt zich in Noord-Duitsland.
Rotterdam is goed voor 14 procent van de voorraad, de Eemshaven voor 13 procent. Vanaf die locaties moet de vrijgegeven brandstof uiteindelijk zijn weg naar de kopers vinden.
Geen kraan die je even opendraait
Een vrijgave leidt niet meteen tot beweging op de markt, legt Bob Ent uit. Hij is manager strategie bij Cova, de organisatie die de Nederlandse strategische olievoorraad beheert.
„Het is geen kraan die je eventjes openzet. We moeten een tender uitzetten in de markt, kopers krijgen een week tijd te reageren”, zegt Ent over de gang van zaken.
Tweede partij pas deze week opgehaald
Hoe veel tijd die procedure kost, blijkt uit de vorige ronde. De tweede Nederlandse vrijgave dateert van eind augustus, maar werd pas deze week door de kopers daadwerkelijk opgehaald.
De nieuwste partij volgt exact dezelfde route. Komende donderdag gaat de brandstof naar de hoogste bieder, waarna de administratieve afhandeling van de verkoop in gang wordt gezet.
Contract, bankgarantie en ophalen
„Dan maken we een koopcontract, vragen we een bankgarantie en kan de koper het komen ophalen”, schetst Ent de stappen die na de gunning aan de hoogste bieder volgen.
Pas daarna verlaat de brandstof de opslagtanks. Tussen de aankondiging van een vrijgave en de werkelijke levering zit daardoor de nodige tijd, zoals de vorige ronde liet zien.
Effect op de pompprijs blijft beperkt
Dat extra diesel de prijs fors zal drukken, verwacht Ent niet. „Dat heeft een kortstondig prijsdrukkend effect”, zegt hij over het op de markt brengen van de reserves.
De koper bepaalt vervolgens zelf de bestemming van de lading. „De diesel wordt opgekocht door handelaren die het verkopen waar de prijs het hoogst is”, aldus de Cova-manager.
Regels van het energieagentschap
Binnen het Internationaal Energieagentschap hebben de aangesloten landen vastgelegd hoe groot hun strategische voorraden moeten zijn. Die norm is gekoppeld aan de omvang van import en verbruik.
Concreet moet de voorraad gelijkstaan aan 90 dagen import of 61 dagen binnenlandse consumptie. Die ondergrens bepaalt hoeveel ruimte landen hebben om hun reserves aan te spreken.
Tweehonderd kiloton eraf
Voor het uitbreken van de oorlog met Iran had Nederland 4100 kiloton ruwe olie in voorraad. Daar is inmiddels grofweg 200 kiloton vanaf gegaan door de opeenvolgende vrijgaves.
De buffer is daarmee zichtbaar kleiner geworden, maar blijft fors. Of er opnieuw een extra beroep op de voorraad wordt gedaan, is voorlopig nog niet duidelijk.
De minister heeft het laatste woord
Een nieuw verzoek kan vanuit het energieagentschap komen. „De IEA kan aan de leden vragen om de strategische olievoorraden aan te spreken”, legt Ent de werkwijze uit.
„Maar de minister beslist of ze aan het verzoek van het agentschap wil voldoen.” Het laatste woord ligt dus in Den Haag, en niet bij de internationale organisatie in Parijs.








