De inflatie in de eurozone is in september opgelopen tot 3,8 procent op jaarbasis. Dat meldt statistiekbureau Eurostat. Het is het hoogste niveau sinds september 2023. De belangrijkste aanjager zijn de hoge brandstofprijzen.
Achter dat cijfer schuilt vooral één dossier: het conflict rond de Straat van Hormuz. De blokkade drijft de olieprijzen op en raakt de Europese economie hard. De Europese Commissie becijferde de schade inmiddels op 100 miljard euro.
Inflatie op het hoogste punt in twee jaar
In augustus lag de inflatie in het eurogebied nog op 3,2 procent. In één maand tijd kwam er dus ruim een half procentpunt bij. Dat is een forse sprong voor een cijfer dat normaal langzaam beweegt.
Voor het laatst stond de teller zo hoog in september 2023. In de periode daarna zakte de inflatie geleidelijk weg richting het niveau dat beleidsmakers comfortabel noemen. Die daling is nu duidelijk omgeslagen in een stijging.
Van 1,9 procent in februari naar 3,8 procent nu
In februari, voordat de oorlog in het Midden-Oosten uitbrak, bedroeg de inflatie in het eurogebied 1,9 procent. Dat was dicht bij het niveau waar de Europese Centrale Bank jarenlang naar streefde.
Sindsdien is het cijfer ruimschoots verdubbeld. Het omslagpunt ligt bij de oorlog en de blokkade van de Straat van Hormuz. Daardoor schoten de olieprijzen omhoog, met gevolgen voor vrijwel de hele Europese economie.
Hoe een blokkade doorwerkt in de prijzen
Een belangrijke doorvoerroute die wegvalt, betekent dat olie en brandstoffen minder makkelijk hun weg naar afnemers vinden. Markten rekenen die schaarste vrijwel direct door in de prijs, nog voordat tekorten daadwerkelijk zichtbaar worden.
Die prijsvorming raakt Europa extra hard, omdat het werelddeel voor een groot deel afhankelijk is van aanvoer van buiten. Wat aan de pomp zichtbaar wordt, begint dus ver van de Europese grenzen.
Nederland beweegt mee met het Europese beeld
Vrijdag werd bekend dat ook de Nederlandse inflatie is opgelopen. In september kwam die uit op 3,4 procent, tegenover 3,3 procent in augustus. Ook hier zijn de hoge brandstofprijzen de belangrijkste oorzaak.
Het Nederlandse cijfer ligt daarmee onder het gemiddelde van de eurozone. De stijging ten opzichte van de voorgaande maand is bovendien kleiner. De richting is echter in beide gevallen dezelfde: omhoog.
Energie is veruit de grootste aanjager
Christine Lagarde, de Franse president van de Europese Centrale Bank, ging deze week in het Europees Parlement uitgebreid in op het inflatieprobleem. Volgens haar wordt dat vrijwel volledig veroorzaakt door de energieprijzen.
De cijfers onderstrepen dat. De energie-inflatie bedroeg in augustus al 14,3 procent, tegenover 10,3 procent in juli. Brandstoffen en vergelijkbare producten waren dus ruim veertien procent duurder dan een jaar eerder.
Niet ruwe olie, maar diesel doet de pijn
Voor burgers is het volgens Lagarde niet per se de prijsstijging van ruwe olie en aardgas die het zwaarst aankomt. Het probleem zit een stap verderop in de keten, bij de geraffineerde brandstoffen.
Daar is sprake van extreme krapte, vooral op de markt voor vloeibare brandstoffen zoals diesel. De gemiddelde Europese dieselprijs klom vorige maand dan ook naar een record. Dat raakt consumenten en bedrijven direct.
Raffinagecapaciteit staat onder druk
Die krapte heeft volgens Lagarde twee oorzaken. De eerste is het conflict in het Midden-Oosten. De tweede is het wegvallen van raffinagecapaciteit in Rusland, als gevolg van Oekraïense aanvallen op installaties daar.
Ruwe olie moet immers eerst bewerkt worden voordat er diesel uit komt. Vallen raffinaderijen weg, dan verschuift het knelpunt van de aanvoer naar de verwerking. Juist daar zit nu de flessenhals.
Een half miljard euro per dag
De Europese Commissie heeft berekend wat het conflict de Europese Unie kost. Op dagbasis gaat het om een half miljard euro. Dat bedrag loopt op zolang de situatie rond de Straat van Hormuz voortduurt.
Opgeteld staat de kostenpost voor Europa inmiddels op 100 miljard euro. Het conflict met Iran werd gestart door Israël en de Verenigde Staten, maar de economische rekening komt nadrukkelijk ook in Europa terecht.
De ECB grijpt in met een renteverhoging
Om tegenwicht te bieden aan de inflatie heeft de Europese Centrale Bank in september de rente verhoogd. De stap bedroeg 0,25 procentpunt, waarmee het tarief uitkwam op 2,5 procent.
Het doel van die ingreep is voorkomen dat de economie oververhit raakt. Een hogere rente maakt lenen duurder en remt daarmee bestedingen af. Dat moet de opwaartse druk op prijzen geleidelijk verminderen.
De grenzen van het rentewapen
Tegelijk is duidelijk dat een centrale bank weinig invloed heeft op de oorzaak van deze prijsstijging. Een renteverhoging herstelt geen raffinaderij en maakt een geblokkeerde vaarroute niet opnieuw bruikbaar.
Dat verklaart waarom Lagarde zo nadrukkelijk wijst op de rol van energie. Hoe specifieker de oorzaak, hoe lastiger het is om met algemeen monetair beleid een snelle ommekeer af te dwingen.
Terugkeer naar 2 procent blijft het doel
Lagarde verwacht dat de inflatie de komende jaren terugzakt naar 2 procent. Dat is het niveau waarop de centrale bank haar beleid richt en waarop prijsstijgingen als beheersbaar worden beschouwd.
In dezelfde toelichting zei ze echter dat de situatie erg onvoorspelbaar is. Een concrete termijn gaf ze niet. Die slag om de arm tekent de onzekerheid waarmee beleidsmakers nu werken.
De roep om compensatie wordt luider
Door de hoge brandstofprijzen klinkt in veel landen de vraag om burgers tegemoet te komen. Die roep om compensatie groeit naarmate de prijzen aan de pomp langer op een hoog niveau blijven staan.
Lagarde waarschuwt dat steun verstandig moet worden ingericht. Steunpakketten voor burgers moeten volgens haar tijdelijk, doelgericht en op maat zijn. Brede maatregelen voor iedereen passen niet in dat uitgangspunt.
Waarom korting aan de pomp omstreden is
Pure belastingkortingen aan de pomp noemt Lagarde onverstandig, ‘in een tijd waarin je een transitie wil van fossiele naar niet-fossiele brandstoffen’. Daarmee legt ze een directe link met het klimaatbeleid.
Zo’n korting verlaagt de prijs voor alle automobilisten, ook voor wie de steun niet nodig heeft. Bovendien verdwijnt een deel van de prikkel om minder fossiele brandstof te verbruiken.
Beleid tussen koopkracht en klimaatdoelen
Daarmee komt de politieke spanning scherp in beeld. Regeringen willen huishoudens beschermen tegen een plotselinge prijsschok, maar tegelijk vasthouden aan de afgesproken koers richting minder fossiel verbruik.
Het advies van Lagarde probeert beide te verenigen: steun die snel weer verdwijnt en terechtkomt bij wie het echt nodig heeft. De uitwerking daarvan ligt bij de nationale regeringen.
Wat huishoudens in de portemonnee merken
Een inflatiecijfer is altijd een gemiddelde. Wie veel kilometers maakt of afhankelijk is van een dieselauto, voelt de huidige prijsstijging sterker dan het percentage van Eurostat op het eerste gezicht suggereert.
Daar komt bij dat brandstof een kostenpost is die in vrijwel elke bedrijfstak terugkomt. Transport raakt uiteindelijk vrijwel elk product, waardoor de energieprijzen ook indirect doorwerken in het dagelijks leven.
Onvoorspelbaarheid is het grootste probleem
De centrale bank benadrukte niet voor niets dat de situatie moeilijk te voorspellen is. Zolang de Straat van Hormuz geblokkeerd blijft, hangt de dieselprijs sterk samen met het verloop van het conflict.
Voor beleidsmakers betekent dat sturen met beperkt zicht. Scenario’s kunnen snel verouderen, zeker wanneer militaire ontwikkelingen of aanvallen op installaties de aanvoer opnieuw veranderen. Die onzekerheid zit in elke raming verwerkt.
Waar het de komende tijd om draait
Twee vragen zijn bepalend. Hoelang blijft de doorvaart door de Straat van Hormuz geblokkeerd? En hoe snel komt er weer voldoende raffinagecapaciteit beschikbaar om de krapte in diesel te verlichten?
Tot die antwoorden er zijn, blijven de maandcijfers van Eurostat de thermometer. Ze laten zien hoe diep een conflict ver van Europa doorwerkt in de prijzen die Europeanen zelf betalen.








