Een groeiende groep tbs-patiënten zonder Nederlandse nationaliteit blijft jarenlang in klinieken zitten, terwijl uitzetting niet lukt en terugkeer in de maatschappij hier niet mogelijk is. Dat legt grote druk op de schaarse tbs-capaciteit en kost de staat veel geld. Volgens berichtgeving in De Telegraaf gaat het om ongeveer 160 personen met een andere nationaliteit die een tbs-plek bezetten; zeker vijftig van hen zouden formeel tot ongewenst vreemdeling zijn verklaard. Het onderwerp leidt tot stevige discussies over veiligheid, rechtsbescherming, behandeling en kosten.
Cijfers en context
De tbs-maatregel is bedoeld voor veroordeelden met een ernstige psychiatrische stoornis die behandeling nodig hebben om het risico op herhaling te verlagen. Behandeling en gefaseerde resocialisatie staan centraal; pas wanneer het risico voldoende is gedaald, kan iemand stapsgewijs meer vrijheden krijgen en uiteindelijk terugkeren in de samenleving. Voor mensen zonder verblijfsrecht ontstaan hier echter knelpunten. Zij mogen niet in Nederland re-integreren, krijgen doorgaans geen verlof en kunnen vaak niet uitstromen. Daardoor blijven ze langer dan voorzien in een kliniek, soms jarenlang.
Dat effect telt stevig op in de capaciteitscijfers. Tbs-plekken zijn schaars en de druk op forensische zorg is hoog. Als patiënten niet doorstromen, nemen zij bedden in die ook nodig zijn voor anderen bij wie behandeling en resocialisatie wel mogelijk zijn. Tegelijkertijd gaan de kosten door: een tbs-plek kost gemiddeld ruim 800 euro per persoon per dag. Over meerdere jaren lopen de uitgaven daarmee in de miljoenen per patiënt.
Een sprekend voorbeeld
Een veelbesproken casus is die van een man uit Iran die in 2017 in Tilburg vrouwen achtervolgde en probeerde aan te randen. Hij kreeg gevangenisstraf opgelegd in combinatie met tbs. Zijn asielstatus werd ingetrokken en na de straf en behandeling zou hij Nederland moeten verlaten. In de praktijk is dat niet gebeurd. Jaren later verblijft hij nog steeds in een tbs-kliniek. Volgens betrokken instanties is terugkeer naar Iran onzeker, onder meer vanwege mensenrechtelijke en praktische bezwaren. Zonder concreet perspectief op uitzetting en zonder mogelijkheid tot resocialisatie in Nederland, stagneert zijn traject en blijft de klinische plaats bezet.
Waarom uitzetting stokt
De kern van het probleem ligt op het snijvlak van strafrecht, zorg en migratierecht. Nederland heeft internationale verplichtingen om mensen niet uit te zetten naar landen waar zij een reëel risico lopen op onmenselijke behandeling of waar passende medische zorg ontbreekt. De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) benadrukt dat er ook bij mensen met een tbs-maatregel grenzen zijn aan wat Nederland kan en mag doen. Wanneer er in het land van herkomst geen passende behandelvoorziening is of wanneer de veiligheid van betrokkene niet kan worden gegarandeerd, kan uitzetting in strijd komen met die verplichtingen.
Daarnaast spelen praktische factoren een rol. Uitzettingen vereisen medewerking van het land van herkomst, geldige reisdocumenten en afspraken over overdracht en nazorg. Als die ontbreken, blijft een dossier vastzitten. In de tussentijd kan iemand in Nederland niet het reguliere tbs-traject doorlopen, omdat resocialisatie gericht is op deelname aan de Nederlandse samenleving, werk of opleiding en een sociaal netwerk dat hier doorgaans ontbreekt of niet toegankelijk is.
Druk op capaciteit en personeel
De forensische zorg kampt met krapte, zowel in plekken als in personeel. Patiënten die niet kunnen doorstromen, blijven langer intramuraal. Dat zorgt voor minder instroommogelijkheden voor nieuwe tbs-gestraften, langere wachtlijsten en een zwaardere werkdruk voor behandelaren. Voor slachtoffers en de samenleving is het bovendien lastig te begrijpen dat mensen die niet in Nederland kunnen blijven, toch jarenlang hier worden behandeld zonder perspectief op afronding.
Voor personeel en klinieken levert dit extra spanning op. Behandelteams moeten een beveiligde klinische omgeving bieden, een zinvol behandelplan voeren en tegelijkertijd werken met strakke beperkingen op verlof en re-integratie. Dat maakt het behalen van behandeldoelen ingewikkelder en vergroot het risico op stilstand.
Kosten en maatschappelijke impact
De financiële component is in dit debat onvermijdelijk. Met een gemiddelde dagprijs van ruim 800 euro brengt een langdurig tbs-verblijf hoge kosten mee. Over meerdere jaren lopen die bedragen per individu op tot miljoenen euro’s. Daarbovenop komen kosten voor eventuele rechtszaken, begeleiding, extra beveiliging en pogingen tot terugkeerregeling. In een tijd waarin zowel de zorg als het strafrechtsysteem onder druk staan, valt deze uitgavenpost extra op.
Maar er is meer dan geld. Ook de maatschappelijke impact weegt mee. Nabestaanden en slachtoffers zoeken duidelijkheid en veiligheid. Burgers verwachten dat maatregelen doelmatig en rechtvaardig zijn. En professionals in zorg en recht willen werken binnen een kader dat uitvoerbaar en voorspelbaar is. Het huidige knelpunt schuurt op al die punten: het is duur, het slokt capaciteit op en het levert weinig zicht op een afronding van het traject.
Wat zeggen juristen en toezichthouders?
Strafrechtadvocaten en toezichthouders benoemen het dubbele probleem: het is onwenselijk om mensen zonder uitzicht jarenlang in een kliniek te houden, en het is onveilig om hen zonder behandeling of toezicht te laten vertrekken. Jurist Job Knoester stelt dat de situatie zowel menselijk als financieel wringt. Volgens hem zijn er grofweg twee richtingen denkbaar: ofwel deze groep zoveel mogelijk gelijke behandelrechten en -kansen bieden als andere tbs-patiënten (inclusief de mogelijkheid tot verlof onder strikte voorwaarden), ofwel stoppen met het opleggen van tbs aan personen die hier niet mogen blijven en kiezen voor een reguliere gevangenisstraf met vanaf dag één een strak uitzettraject.
De RSJ wijst intussen op de verplichting om te handelen binnen mensen- en verdragsrechtelijke kaders. Nederland kan veroordeelden niet simpelweg overdragen aan landen zonder passende zorg of waar zij niet veilig zijn. De raad benadrukt dat zorgvuldige individuele toetsing noodzakelijk is en dat beleidswijzigingen rekening moeten houden met zowel rechtsbescherming als veiligheid.
Beleidsopties op tafel
In de politieke en beleidsmatige discussie komen meerdere opties terug:
- Beperken van tbs-oplegging bij personen zonder verblijfsrecht. Rechters zouden vaker kunnen kiezen voor een gevangenisstraf en een daarop aansluitend uitzetstraject. Voordeel: voorspelbaarheid en minder druk op tbs-plekken. Nadeel: minder behandeling, met risico op terugval als iemand in het buitenland zonder zorg terechtkomt of later illegaal terugkeert.
- Vasthouden aan tbs, maar met gelijke mogelijkheden voor behandeling en verlof als bij andere patiënten, uiteraard op basis van individuele risicobeoordelingen. Voordeel: meer kans op daadwerkelijke vermindering van risico’s. Nadeel: re-integratie in Nederland blijft problematisch en het maatschappelijk draagvlak is beperkt als terugkeer in Nederland geen optie is.
- Internationale samenwerking versterken. Sluiten van bilaterale afspraken over overdracht van forensische zorg, investeren in geschikte behandelplekken in landen van herkomst en het verbeteren van documentatieprocessen. Voordeel: perspectief op verantwoorde overdracht. Nadeel: afhankelijk van politieke wil en infrastructuur in herkomstlanden.
- Een aparte maatregel voor niet-re-integreerbare veroordeelden. Denk aan een vorm van forensische detentie gericht op risicoreductie en voorbereiding op terugkeer, zonder het klassieke re-integratietraject in Nederland. Voordeel: duidelijker doel en kader. Nadeel: vraagt nieuwe wetgeving en zorgcapaciteit.
- Strakkere ketensamenwerking. Vroegtijdig schakelen tussen justitie, forensische zorg, migratiediensten en diplomatie om al bij vonnis en detentie te werken aan documenten, overdrachtsmogelijkheden en nazorgscenario’s.
Rechten, veiligheid en proportionaliteit
Elke optie vraagt om een zorgvuldige afweging van grondrechten en veiligheid. Nederland heeft de plicht de samenleving te beschermen tegen gevaarlijk gedrag, maar ook de plicht om mensen niet bloot te stellen aan onmenselijke behandeling. Daar tussendoor laveert de praktijk: behandelaren willen zinvolle stappen kunnen zetten, terwijl de rechterlijke macht bewaakt dat maatregelen proportioneel en rechtmatig zijn.
Ook verlofregelingen vragen om nuance. Verlof is in de tbs een instrument om risicobeheer te toetsen en te trainen. Bij personen zonder verblijfsrecht is dat extra ingewikkeld: resocialisatie in Nederland is geen einddoel, maar verlof kan wel een rol spelen bij het oefenen van vaardigheden of bij medische trajecten. Elke stap moet dan strak gemotiveerd en bewaakt worden, om zowel veiligheidsrisico’s als onnodige stilstand te vermijden.
Wat betekent dit voor slachtoffers en samenleving?
Slachtoffers en hun naasten hebben behoefte aan zekerheid dat risico’s afnemen en dat straffen en maatregelen effect hebben. Langdurige klinische trajecten zonder duidelijk zicht op afronding kunnen het gevoel van rechtvaardigheid ondermijnen. Tegelijkertijd wijst de praktijk uit dat onbehandelde problematiek kan leiden tot herhaling. Het vinden van een route die zowel recht doet aan slachtoffers als aan de plicht om risico’s te verkleinen, blijft daarom cruciaal.
Transparantie kan helpen: duidelijk maken wat er per casus kan en niet kan, welke stappen worden gezet en waarom bepaalde keuzes onvermijdelijk zijn. Zo ontstaat meer begrip voor de beperkingen én voor de inspanningen die instanties doen om dossiers in beweging te houden.
Politieke en maatschappelijke discussie
De berichtgeving over aantallen en kosten wakkert het debat aan. Politieke partijen leggen verschillende accenten: sommigen willen vooral het migratierecht aanscherpen en de uitzettingsdruk opvoeren; anderen benadrukken mensenrechten en pleiten voor internationale oplossingen en zorgvuldige individuele afwegingen. In de praktijk zullen beide lijnen nodig zijn: strakkere regie op vertrek waar het kan, en diplomatieke en praktische samenwerking waar dat nodig is. Zonder afspraken met herkomstlanden en zonder passende zorgstructuren blijft elk dossier vastlopen.
Vooruitblik
De komende tijd is beleid met meer voorspelbaarheid en uitvoerbaarheid gewenst. Of dat nu is via het beperken van tbs-oplegging bij mensen zonder verblijfsrecht, het ontwikkelen van een aparte detentievorm gericht op terugkeer, of via betere internationale afspraken: er is behoefte aan routes die zowel juridisch houdbaar als praktisch uitvoerbaar zijn. Alleen dan dalen de kosten, vermindert de druk op tbs-plekken en ontstaat er perspectief voor alle betrokkenen.
Kern van de zaak blijft dat beveiliging en behandeling elkaar moeten versterken. Waar uitzetting mogelijk en verantwoord is, moet die sneller en beter worden voorbereid. Waar dat niet kan, is een helder en proportioneel kader nodig voor behandeling en risicobeheersing. Pas met die dubbele aanpak kan het systeem recht doen aan veiligheid, rechtsstatelijkheid en menselijkheid.








