Wat eerst als een grap klinkt, blijkt bloedserieus beleid te zijn: Ajax gaat opzettelijk trainen op slechte velden en met partijdige scheidsrechters om jeugdspelers beter voor te bereiden op het ‘echte’ voetbal. In een uitgebreide reportage in het Algemeen Dagblad wordt het ambitieuze en ongebruikelijke plan van Ajax uit de doeken gedaan. Het doel? Spelers weerbaarder maken. Want in de ogen van de Amsterdamse club is talent alléén niet meer voldoende. De nieuwe generatie voetballers moet ook leren omgaan met tegenvallers, hobbels en oneerlijke omstandigheden. Letterlijk én figuurlijk.
Op sportpark De Toekomst, dat de komende jaren een flinke verbouwing ondergaat, zal ruimte worden gemaakt voor een vernieuwende trainingsaanpak. In plaats van perfecte grasmatten en foutloze scheidsrechters, kiest Ajax bewust voor weerstand. Directeur voetbalzaken Marijn Beuker is de drijvende kracht achter deze benadering. Hij gelooft dat het pamperen van jonge spelers eerder een valkuil is dan een troef. “Het is een misvatting dat bij een topclub alleen topvelden horen,” stelt Beuker. “Onze jeugdteams hebben het vaak moeilijk als ze uitspelen op een hobbelig veld. Daar moeten we op trainen, niet pas op reageren.”
Ajax neemt hiermee afstand van een cultuur waarin alles om perfectie draait. In plaats van spelers in een beschermde bubbel op te leiden, wil de club hen confronteren met de realiteit van het profbestaan. Dat begint bij de basis: het veld. Eén van de velden op De Toekomst wordt opgedeeld in drie kleinere delen, elk met een andere ondergrond. Niet alleen gras, maar ook gravel, klinkers en stoeptegels — zoals op het schoolplein. Daarmee bootst Ajax de speelomstandigheden na waar veel talenten vroeger hun techniek ontwikkelden.
Beuker wijst op de achtergrond van sommige van de meest creatieve voetballers uit het verleden. “Waarom is iemand als Bertrand Traoré zo geniaal aan de bal?” vraagt hij retorisch. “Omdat hij vroeger niet op een biljartlaken speelde. Hij moest zich aanpassen aan de omstandigheden, en dát maakt je creatief.” Die gedachtegang sluit aan bij inzichten uit andere sporten. Zo liet Ajax zich inspireren door een documentaire over Usain Bolt en andere Jamaicaanse topsprinters, die op gravel trainen en daarmee sterker worden voor wedstrijden op perfecte atletiekbanen.
Naast de fysieke weerstand op slechte velden, richt Ajax zich ook op mentale weerbaarheid. En daar komt het ‘partijdig fluiten’ om de hoek kijken. Tijdens trainingen zullen jeugdspelers bewust te maken krijgen met scheidsrechters die opzichtig in het voordeel van de tegenstander fluiten. Het doel is niet om frustratie op te wekken, maar om jonge spelers te leren omgaan met tegenslag, onrecht en druk. Beuker: “We zien dat kinderen tegenwoordig minder buitenspelen, anders worden opgevoed en minder hobbels in hun leven ervaren. Maar in het profvoetbal krijg je die hobbels vroeg of laat voor je kiezen.”
Door dat soort situaties te simuleren tijdens trainingen, hoopt Ajax dat spelers beter voorbereid zijn als het er écht om gaat. Een onterecht afgekeurde goal, een scheidsrechter die de kant van de thuisploeg kiest, een hobbelig veld in een koud regenachtig stadion — het hoort allemaal bij het vak. En in plaats van die omstandigheden te vermijden, kiest Ajax er nu voor om ze te integreren in het leerproces. “Het hoort erbij,” aldus Beuker. “En het is beter dat je ermee leert omgaan op De Toekomst, dan dat je het pas tegenkomt in een Europa League-duel in Oost-Europa.”
De club sluit met deze aanpak aan bij een bredere trend waarin weerbaarheid, creativiteit en aanpassingsvermogen steeds belangrijkere eigenschappen worden. In het hedendaagse voetbal, waarin data en systemen een dominante rol spelen, dreigt soms het ‘straatvoetbal’ en de improvisatie verloren te gaan. Ajax, dat altijd bekendstond om zijn creatieve jeugdopleiding, wil die elementen nu opnieuw verankeren in de manier van opleiden. “Voetbal is geen laboratoriumsport,” aldus een jeugdtrainer die anoniem reageert. “Je moet kunnen reageren op wat er gebeurt. Niet alles is voorspelbaar. En dit soort trainingen helpen daar echt bij.”
De keuze om ook de ondergrond aan te passen is overigens niet uniek binnen het Nederlandse voetbal. Ook AZ, dat de afgelopen jaren furore maakte met zijn jeugdopleiding, experimenteert met mindere velden. Toch is Ajax de eerste topclub die het concept zo ver doortrekt, met veldjes van klinkers en gravel als onderdeel van een officiële trainingsfaciliteit. De verbouwing van sportpark De Toekomst biedt de kans om deze vernieuwingen letterlijk in de infrastructuur te verwerken.
De aanpak van Ajax kan rekenen op zowel lof als kritiek. Sommige experts prijzen het lef van de club om buiten de gebaande paden te denken. Oud-speler Rafael van der Vaart zei bij Rondo: “Dit is precies wat we nodig hebben. Creativiteit krijg je niet door alles glad te strijken. Juist als het moeilijk wordt, leer je iets.” Critici daarentegen vragen zich af of het partijdig fluiten niet averechts werkt. “Je wilt niet dat jonge spelers het vertrouwen in eerlijk spel verliezen,” stelde een jeugdbondscoach van de KNVB.
Bij Ajax is men zich bewust van die kritiek, maar gelooft men in het grotere doel. “We doen dit met duidelijke begeleiding,” zegt Beuker. “Het gaat niet om pesten, het gaat om leren omgaan met de realiteit.” Hij benadrukt dat de ontwikkeling van de speler centraal blijft staan, en dat er ook ruimte is voor reflectie en dialoog na trainingen met zulke prikkels.
Voor de toekomst betekent deze visie een verschuiving in de manier waarop Ajax zijn talenten klaarstoomt voor het hoogste niveau. Niet door alleen te focussen op techniek en tactiek, maar door het hele palet aan uitdagingen binnen het profvoetbal na te bootsen. In een wereld waarin jonge talenten vaak opgroeien in beschermde omgevingen, wil Ajax een tegengewicht bieden. Met stenen, gravel en scheidsrechters die je tegenwerken. Niet als grap, maar als serieuze voorbereiding op een keiharde realiteit.
